week 1
3 verschillende definities kennis:
1. Weggeman: Kennis is informatie bewerkt door ervaring, vaardigheid en
houding. (tacit knowledge, impliciete kennis)
2. Bertrams: Datgene wat iemand in staat stelt een bepaalde taak te
vervullen door het selecteren, combineren en waarderen van informatie.
3. Schouw: Verzameling empirische gegevens, concepten, analyses en
theorieen die juist en voor waar worden gehouden.
Belang kennismanagement: Mogelijkheden voor de ICT, kennis
veroudert snel en kennisprocessen veranderen -> Innovatie van
producten, diensten, processen en beleid.
Wat is kennis?
1. Know-what = Kennis van onderwerp, feiten en ideeen
2. Know-why = Kennis van oorzaken en wijze waarop iets ‘werkt’
3. Know-who = Kennis van personen
4. Know-how = Operationele kennis en bekwaamheid
Soorten kennis 1:
1. Impliciete kennis (Grijze kennis) -> Moeilijk onder woorden te brengen,
persoonlijk, ervaringen van individuen.
2. Expliciete kennis (Witte kennis) -> Waarneembaar, Opgeslagen in
handboeken, persoonsonafhankelijk, makkelijk te verspreiden.
Soorten kennis 2:
1. Feiten -> Afkomstig uit gegevens, objectief en controleerbaar
2. Verhalen -> Belevenis, observaties, subjectief en minder controleerbaar
3. Theorie -> Reflecties, hypothesen over hoe iets werkt hypothese over de
samenhang.
Evidence based kennis = het rationaliseren en systematiseren van de
manier waarop professionals het best beschikbaar wetenschappelijk
bewijs gebruikt. Beleid op basis van bewijs en evaluatie.
Kennis over steden is niet altijd objectieve kennis maar juist veranderlijk en
afhankelijk van de betrokken actoren in de omgeving.
, SECI-model van Nonaka & Takeuchi (kiezen tussen
kennisprocessen):
Socialisatie door:
- Af te kijken, na te doen
- Door meester-gezelrelatie
Externalisatie door:
- Ervarings(kennis) naar buiten te halen
- Dialoog en reflectie op eigen handelen
Combinatie door:
- Samenvoegen en ordenen
- Ontdekken en ontsluiten
Internalisatie door:
- Doen, toepassen in de praktijk
- Verbeteren van competentie
Samenvatting kennismanagement:
- Kennismanagement is geen rationeel, strak te regisseren proces
- Een sociaal proces waarbij irrationaliteit en toevalligheid een grote rol
speelt.
- Te vaak ligt de focus op het rationele, instrumentele, technische.
- Gaat vooral om het persoonlijke -> cultuur, politiek en sociaal
, Week 2
- De beleidscyclus
- Kennis in het beleidsproces
- Kennisinfrastructuur (fysiek en digitaal)
- Kennisinfrastructuur heeft verschillende functies die helpen om kennis te
delen in of tijdens een beleidsproces. Er is onderscheid tussen fysieke
kennisinfrastructuur en digitale kennisinfrastructuur -> Het is belangrijk
om te weten waar je de kennis vandaan haalt (fysiek of digitaal).
Beleid =
- Een plan
- Doelstelling staat centraal
- Inzet beleidsinstrumenten om doelstellingen te realiseren
Rationele visie op beleid:
1. Agendavorming
2. Beleidsontwerp
3. Beleidsuitvoering
4. Beleidsevaluatie
Politieke visie op beleid:
1. Muddling through
2. Fases lopen door elkaar heen
3. Strijd tussen belangen
Functies van fysieke kennisinfrastructuur (adviesorganen en
kennisinstellingen) (Schouw):
- Beschouwen (vertrouwen in burger)
- Onderzoek (fundamenteel en beleidsgericht)
- Kennis uitwisseling over praktijken (3 decentralisaties)
- Evaluaties (kosten/ baten analyse)
- Pilots
Kennisdeling: het delen met andere van kennis dat je bezit.
Fysieke kennisinfrastructuur gaat in op rijksbreed delen van kennis
door advies- en onderzoek, ook binnen sectoren is sprake van
kennisdeling en maken de stap naar digitale kennisdeling -> Zoals bij
sociale zekerheid, jeugdzorg, rechterlijke organisaties of de
belastingdienst.
Functies van digitale kennisinfrastructuur (fedorowicz):
- Toegankelijk maken van kennis in een sector
- Kenniswerkers kunnen de kennis gebruiken die ze nodig hebben bij de
uitvoering
- Monitoren
- Voorbeeld = Datawarenhuis waar kennis samenkomt
3 verschillende definities kennis:
1. Weggeman: Kennis is informatie bewerkt door ervaring, vaardigheid en
houding. (tacit knowledge, impliciete kennis)
2. Bertrams: Datgene wat iemand in staat stelt een bepaalde taak te
vervullen door het selecteren, combineren en waarderen van informatie.
3. Schouw: Verzameling empirische gegevens, concepten, analyses en
theorieen die juist en voor waar worden gehouden.
Belang kennismanagement: Mogelijkheden voor de ICT, kennis
veroudert snel en kennisprocessen veranderen -> Innovatie van
producten, diensten, processen en beleid.
Wat is kennis?
1. Know-what = Kennis van onderwerp, feiten en ideeen
2. Know-why = Kennis van oorzaken en wijze waarop iets ‘werkt’
3. Know-who = Kennis van personen
4. Know-how = Operationele kennis en bekwaamheid
Soorten kennis 1:
1. Impliciete kennis (Grijze kennis) -> Moeilijk onder woorden te brengen,
persoonlijk, ervaringen van individuen.
2. Expliciete kennis (Witte kennis) -> Waarneembaar, Opgeslagen in
handboeken, persoonsonafhankelijk, makkelijk te verspreiden.
Soorten kennis 2:
1. Feiten -> Afkomstig uit gegevens, objectief en controleerbaar
2. Verhalen -> Belevenis, observaties, subjectief en minder controleerbaar
3. Theorie -> Reflecties, hypothesen over hoe iets werkt hypothese over de
samenhang.
Evidence based kennis = het rationaliseren en systematiseren van de
manier waarop professionals het best beschikbaar wetenschappelijk
bewijs gebruikt. Beleid op basis van bewijs en evaluatie.
Kennis over steden is niet altijd objectieve kennis maar juist veranderlijk en
afhankelijk van de betrokken actoren in de omgeving.
, SECI-model van Nonaka & Takeuchi (kiezen tussen
kennisprocessen):
Socialisatie door:
- Af te kijken, na te doen
- Door meester-gezelrelatie
Externalisatie door:
- Ervarings(kennis) naar buiten te halen
- Dialoog en reflectie op eigen handelen
Combinatie door:
- Samenvoegen en ordenen
- Ontdekken en ontsluiten
Internalisatie door:
- Doen, toepassen in de praktijk
- Verbeteren van competentie
Samenvatting kennismanagement:
- Kennismanagement is geen rationeel, strak te regisseren proces
- Een sociaal proces waarbij irrationaliteit en toevalligheid een grote rol
speelt.
- Te vaak ligt de focus op het rationele, instrumentele, technische.
- Gaat vooral om het persoonlijke -> cultuur, politiek en sociaal
, Week 2
- De beleidscyclus
- Kennis in het beleidsproces
- Kennisinfrastructuur (fysiek en digitaal)
- Kennisinfrastructuur heeft verschillende functies die helpen om kennis te
delen in of tijdens een beleidsproces. Er is onderscheid tussen fysieke
kennisinfrastructuur en digitale kennisinfrastructuur -> Het is belangrijk
om te weten waar je de kennis vandaan haalt (fysiek of digitaal).
Beleid =
- Een plan
- Doelstelling staat centraal
- Inzet beleidsinstrumenten om doelstellingen te realiseren
Rationele visie op beleid:
1. Agendavorming
2. Beleidsontwerp
3. Beleidsuitvoering
4. Beleidsevaluatie
Politieke visie op beleid:
1. Muddling through
2. Fases lopen door elkaar heen
3. Strijd tussen belangen
Functies van fysieke kennisinfrastructuur (adviesorganen en
kennisinstellingen) (Schouw):
- Beschouwen (vertrouwen in burger)
- Onderzoek (fundamenteel en beleidsgericht)
- Kennis uitwisseling over praktijken (3 decentralisaties)
- Evaluaties (kosten/ baten analyse)
- Pilots
Kennisdeling: het delen met andere van kennis dat je bezit.
Fysieke kennisinfrastructuur gaat in op rijksbreed delen van kennis
door advies- en onderzoek, ook binnen sectoren is sprake van
kennisdeling en maken de stap naar digitale kennisdeling -> Zoals bij
sociale zekerheid, jeugdzorg, rechterlijke organisaties of de
belastingdienst.
Functies van digitale kennisinfrastructuur (fedorowicz):
- Toegankelijk maken van kennis in een sector
- Kenniswerkers kunnen de kennis gebruiken die ze nodig hebben bij de
uitvoering
- Monitoren
- Voorbeeld = Datawarenhuis waar kennis samenkomt