Geschiedenis Tijdvak 3
Hoofdstuk 3: tijd van monniken en ridders
De verspreiding van het christendom in geheel Europa.
Hoe verspreidde het christendom zich in geheel Europa?
Romeinse Rijk: ontstaan christendom alleen rond de Middellandse Zee.
Nieuwe (Germaanse) vorsten lieten zich bekeren met religieus en politiek
motief.
Vooral monniken verspreidden het evangelie (richtten zich vooral op
vorsten [elitebekering]. Missionarissen sloten aan bij niet-christelijke
tradities > kerken gebouwd op voor Germanen al heilige plekken.
Vorsten beloonden geestelijkheid met grote schenkingen van land
kloosters en bisschoppen mochten in ruil voor het bestuur van dat land
de landbouwopbrengsten zelf houden.
Al deze gebeurtenissen zorgden voor de ontwikkeling van het christendom
op cultureel-mentaal, politiek en economisch terrein.
Het ontstaan en de verspreiding van de islam.
Hoe ontstond en verspreidde de islam?
Mohammed verkondigde in Mekka een nieuwe godsdienst: de islam. De
religie werd niet geaccepteerd in mekka uitwijken naar Medina (hidjra).
Na een tijd keerde Mohammed terug overheerste grote delen van de
wereld.
Vanuit de Koran zijn de belangrijkste ideeën vastgelegd in Vijf Zuilen.
geloofsbelijdenis, aalmoezen, ramadan, bezoek Mekka, bidden
Na dood Mohammed: volgelingen veroveren snel grote gebieden rondom
de Middellandse Zee (door jihad [= plicht tot verspreiding], wendbaarheid
en onderlinge spanningen).
Arabische rijk viel in kalifaten uiteen (leider = kalief). Soennieten en
Sjiieten zorgden voor grootste scheuring van islam.
Geschriften en ideeën werden doorgegeven middels bibliotheken etc.
De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur
door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en
horigheid.
Hoe veranderde de landbouwstedelijjke samenleving in een
zelfvoorzienende landbouwcultuur, georganiseerd via het hofstelsel en
horigheid?
Val West-RR: geen centraal bestuur, onveiligheid, geen behoefte aan geld,
geen goede infrastructuur: steden, handel en geld verdwenen. landbouw
werd enige middel van bestaan.
Gebied werd een agrarische samenleving (autarkisch). De
landbouwgebieden waren het bezit van een heer. Hij had boeren op zijn
domein werken, die bij zijn grondgebied hoorden en dat niet mochten
verlaten: horige boeren.
Horigen moesten in ruil voor bescherming landbouwproducten leveren en
werk voor de heer verrichten (= belasting in natura en herendiensten).
Dit systeem werd het hofstelsel of domeinstelsel genoemd.
Hoofdstuk 3: tijd van monniken en ridders
De verspreiding van het christendom in geheel Europa.
Hoe verspreidde het christendom zich in geheel Europa?
Romeinse Rijk: ontstaan christendom alleen rond de Middellandse Zee.
Nieuwe (Germaanse) vorsten lieten zich bekeren met religieus en politiek
motief.
Vooral monniken verspreidden het evangelie (richtten zich vooral op
vorsten [elitebekering]. Missionarissen sloten aan bij niet-christelijke
tradities > kerken gebouwd op voor Germanen al heilige plekken.
Vorsten beloonden geestelijkheid met grote schenkingen van land
kloosters en bisschoppen mochten in ruil voor het bestuur van dat land
de landbouwopbrengsten zelf houden.
Al deze gebeurtenissen zorgden voor de ontwikkeling van het christendom
op cultureel-mentaal, politiek en economisch terrein.
Het ontstaan en de verspreiding van de islam.
Hoe ontstond en verspreidde de islam?
Mohammed verkondigde in Mekka een nieuwe godsdienst: de islam. De
religie werd niet geaccepteerd in mekka uitwijken naar Medina (hidjra).
Na een tijd keerde Mohammed terug overheerste grote delen van de
wereld.
Vanuit de Koran zijn de belangrijkste ideeën vastgelegd in Vijf Zuilen.
geloofsbelijdenis, aalmoezen, ramadan, bezoek Mekka, bidden
Na dood Mohammed: volgelingen veroveren snel grote gebieden rondom
de Middellandse Zee (door jihad [= plicht tot verspreiding], wendbaarheid
en onderlinge spanningen).
Arabische rijk viel in kalifaten uiteen (leider = kalief). Soennieten en
Sjiieten zorgden voor grootste scheuring van islam.
Geschriften en ideeën werden doorgegeven middels bibliotheken etc.
De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur
door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en
horigheid.
Hoe veranderde de landbouwstedelijjke samenleving in een
zelfvoorzienende landbouwcultuur, georganiseerd via het hofstelsel en
horigheid?
Val West-RR: geen centraal bestuur, onveiligheid, geen behoefte aan geld,
geen goede infrastructuur: steden, handel en geld verdwenen. landbouw
werd enige middel van bestaan.
Gebied werd een agrarische samenleving (autarkisch). De
landbouwgebieden waren het bezit van een heer. Hij had boeren op zijn
domein werken, die bij zijn grondgebied hoorden en dat niet mochten
verlaten: horige boeren.
Horigen moesten in ruil voor bescherming landbouwproducten leveren en
werk voor de heer verrichten (= belasting in natura en herendiensten).
Dit systeem werd het hofstelsel of domeinstelsel genoemd.