Strafrechtelijk sanctierecht
Verplichte jurisprudentie, kamerstukken en wetgeving
Week 1 – Inleiding / uitgangspunten
HR 24 juli 1967, NJ 1969/63 m.nt. Enschedé (Antilliaanse amokmaker).
de hoogte van de straf wordt primair bepaald door ernst + gevolgen delict
Straffen naar de mate van schuld vindt geen steun in het recht. Straf wordt primair
bepaald door ernst en gevolgen van het delict. Mate van schuld speelt wel een rol,
maar hoeveel invloed de mate van schuld heeft, laat zich niet in abstracto uitdrukken.
Alleen als elke schuld ontbreekt wordt er geen straf opgelegd. Dus kunnen kijken
naar verwijtbaarheid, maar niet als uitgangspunt.
HR 15 juni 2010, NJ 2010/358 (Afroomboete).
Beëindiging ongewenste situatie door straf (afroming)
Overwegende dat de op te leggen geldboete ‘mede dient ter afroming van het door
verdachte behaalde voordeel’, heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat de ernst van
de feiten zoals in deze zaak bewezenverklaard mede wordt bepaald door de omvang
van het uit die feiten verkregen oordeel. En dat de hoogte van de geldboete daarop is
afgestemd. Dit onderdeel (afroming) van de strafmotivering geeft niet blijk van een
onjuiste rechtsopvatting.
o Grondslag straf: vergelding. Grondslag maatregel: ongewenste situatie
opheffen (Kooijmans). Dat gebeurt in dit arrest eigenlijk allebei.
HR 26 november 1968, NJ 1970/123 m.nt. Enschedé (Bijzondere voorwaarde).
Bijzondere voorwaarde bij invrijheidsstelling ontoelaatbaar
De Rb. heeft als bijzondere voorwaarde gesteld bij de invrijheidsstelling dat
veroordeelde binnen 12 uur vanaf uitspraak NL moet verlaten en binnen de proeftijd
niet mag terugkeren. Het stellen van een dergelijke voorwaarde is ontoelaatbaar.
Strekt niet ter bevordering van een goed levensgedrag, noch betreft het een
gedraging waartoe veroordeelde uit oogpunt van maatschappelijke betamelijkheid
gehouden moet worden geacht. Het is dus geen voorwaarde betreffende het gedrag
van de veroordeelde als bedoeld in art 14c Sr.
Week 2 – Straftoemeting(svrijheid)
HR 19 februari 2013, NJ 2013/436 (Meerdaadse samenloop en art. 63 Sr).
Art. 63 Sr. buiten beschouwing gelaten (gevolg: wetswijzigingen)
Verdachte is in tussentijd herhaaldelijk veroordeeld. De rechter moest hierdoor art. 63
Sr. toepassen. Alle tussentijdse opgelegde straffen moesten worden afgetrokken.
Bleef in deze zaak nog 4 jaar en 3 maanden over. Dit vond de rechter onwenselijk en
een te lage straf (voor verkrachting). Rb. liet art. 63 Sr in dit geval buiten
beschouwing en HR casseerde.
HR 19 december 2017, NJ 2019/326 m.nt. P.H.P.H.M.C. van Kempen (Levenslang)
Levenslange straf niet in strijd met EU-recht, mogelijkheid tot herziening in NL
De HR heeft in deze uitspraak bepaald dat een levenslange gevangenisstraf in NL
niet in strijd is met mensenrechten. Het adviescollege levenslanggestraften heeft
thans een besluit gepubliceerd waarin bepaald is dat uiterlijk na 27 jaar – na het
opleggen levenslange straf – gratie kan worden verleend. Er is dus een herziening
mogelijk van een levenslange gevangenisstraf. Met deze regeling voldoet het NL-
systeem aan de criteria van het EVRM.
Verplichte jurisprudentie, kamerstukken en wetgeving
Week 1 – Inleiding / uitgangspunten
HR 24 juli 1967, NJ 1969/63 m.nt. Enschedé (Antilliaanse amokmaker).
de hoogte van de straf wordt primair bepaald door ernst + gevolgen delict
Straffen naar de mate van schuld vindt geen steun in het recht. Straf wordt primair
bepaald door ernst en gevolgen van het delict. Mate van schuld speelt wel een rol,
maar hoeveel invloed de mate van schuld heeft, laat zich niet in abstracto uitdrukken.
Alleen als elke schuld ontbreekt wordt er geen straf opgelegd. Dus kunnen kijken
naar verwijtbaarheid, maar niet als uitgangspunt.
HR 15 juni 2010, NJ 2010/358 (Afroomboete).
Beëindiging ongewenste situatie door straf (afroming)
Overwegende dat de op te leggen geldboete ‘mede dient ter afroming van het door
verdachte behaalde voordeel’, heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat de ernst van
de feiten zoals in deze zaak bewezenverklaard mede wordt bepaald door de omvang
van het uit die feiten verkregen oordeel. En dat de hoogte van de geldboete daarop is
afgestemd. Dit onderdeel (afroming) van de strafmotivering geeft niet blijk van een
onjuiste rechtsopvatting.
o Grondslag straf: vergelding. Grondslag maatregel: ongewenste situatie
opheffen (Kooijmans). Dat gebeurt in dit arrest eigenlijk allebei.
HR 26 november 1968, NJ 1970/123 m.nt. Enschedé (Bijzondere voorwaarde).
Bijzondere voorwaarde bij invrijheidsstelling ontoelaatbaar
De Rb. heeft als bijzondere voorwaarde gesteld bij de invrijheidsstelling dat
veroordeelde binnen 12 uur vanaf uitspraak NL moet verlaten en binnen de proeftijd
niet mag terugkeren. Het stellen van een dergelijke voorwaarde is ontoelaatbaar.
Strekt niet ter bevordering van een goed levensgedrag, noch betreft het een
gedraging waartoe veroordeelde uit oogpunt van maatschappelijke betamelijkheid
gehouden moet worden geacht. Het is dus geen voorwaarde betreffende het gedrag
van de veroordeelde als bedoeld in art 14c Sr.
Week 2 – Straftoemeting(svrijheid)
HR 19 februari 2013, NJ 2013/436 (Meerdaadse samenloop en art. 63 Sr).
Art. 63 Sr. buiten beschouwing gelaten (gevolg: wetswijzigingen)
Verdachte is in tussentijd herhaaldelijk veroordeeld. De rechter moest hierdoor art. 63
Sr. toepassen. Alle tussentijdse opgelegde straffen moesten worden afgetrokken.
Bleef in deze zaak nog 4 jaar en 3 maanden over. Dit vond de rechter onwenselijk en
een te lage straf (voor verkrachting). Rb. liet art. 63 Sr in dit geval buiten
beschouwing en HR casseerde.
HR 19 december 2017, NJ 2019/326 m.nt. P.H.P.H.M.C. van Kempen (Levenslang)
Levenslange straf niet in strijd met EU-recht, mogelijkheid tot herziening in NL
De HR heeft in deze uitspraak bepaald dat een levenslange gevangenisstraf in NL
niet in strijd is met mensenrechten. Het adviescollege levenslanggestraften heeft
thans een besluit gepubliceerd waarin bepaald is dat uiterlijk na 27 jaar – na het
opleggen levenslange straf – gratie kan worden verleend. Er is dus een herziening
mogelijk van een levenslange gevangenisstraf. Met deze regeling voldoet het NL-
systeem aan de criteria van het EVRM.