KWANTITATIEVE
ONDERZOEKS-
METHODOLOGIE
2025-2026
,
,INLEIDING
• Methodologie
◦ Methode + logie (logos) = wetenschap van de methoden
◦ Methode = vaste en doordachte manier van handelen om een bepaald doel te bereiken
◦ Vb. recept met als doel gerecht maken, handleiding met als doel een kast maken
◦ Doel methodologie = wetenschappelijke kennis vergaren
• Onderzoeksmethodologie = wetenschap van de methoden om wetenschappelijke kennis te vergaren
◦ Methoden: kwantitatief of kwalitatief
◦ Kwantitatief: variabelen meten
HOOFDSTUK 3: DEFINING AND MEASURING VARIABLES
1. CONSTRUCTS AND OPERATIONAL DEFINITIONS
methode bepalen
om variabelen die
onbeantworde hypothese
bestudeerd empirisch
vraag: basis hypothese ondersteunen of
worden te onderzoek
onderzoeksidee weerleggen
definiëren en
meten
• Variabele = kenmerken of omstandigheden die veranderen of verschillende waarden hebben voor verschillende individuen
THEORIES AND CONSTRUCTS
• Theorie = een reeks uitspraken over de mechanismen die ten grondslag liggen aan een bepaald gedrag
◦ Ordenen en verenigen van verschillende observaties van het gedrag en de relatie ervan met andere variabelen
◦ Goede theorie biedt een verklaring voor het gedrag en genereert voorspellingen over het gedrag
• Constructen = hypothetische eigenschappen of mechanismen die helpen bij het verklaren en voorspellen van gedrag in een
theorie
◦ Niet direct observeerbaar: hypothetisch en immaterieel
◦ Externe stimulus → construct → extern gedrag
◦ Vb. intelligentie
OPERATIONAL DEFINITIONS
• Je kan wel de externe factoren en gedrag geassocieerd met het construct waarnemen
◦ Meten externe factoren = indirecte methode om een construct op zichzelf te meten
• Operationele definitie = procedure voor het indirect meten en definiëren van een variabele die niet direct kan worden
waargenomen of gemeten worden
◦ Specificeert een meetprocedure (een reeks handelingen) voor het meten van extern, waarneembaar gedrag en
gebruikt de resulterende metingen als definitie en meting van het hypothetische construct
◦ Kan worden gebruikt om te manipuleren variabelen te definiëren
LIMITATIONS OF OPERATIONAL DEFINITIONS
• Construct op zelf ≠ operationele definities
1) Er is geen één-op-één relatie tussen de variabele die wordt gemeten en de feitelijke metingen die worden geproduceerd
door de operationele definitie
◦ Vb. geen één-op-één relatie tussen de variabele die de docent wil meten (kennis) en de daadwerkelijke metingen die
worden uitgevoerd (prestaties)
2) Laat soms belangrijke onderdelen van het construct weg
◦ Probleem verminderen: twee of meer verschillende procedures te gebruiken om dezelfde variabele te meten
3) Bevatten vaak extra componenten die geen deel uitmaken van het construct dat wordt gemeten
, USING OPERATIONAL DEFINITIONS
• Wanneer de variabelen in een onderzoek hypothetische constructen zijn, moet u operationele definities gebruiken om de
variabelen te definiëren en te meten
◦ Niet zelf een operationele definitie maken
◦ Poging om de onderzochte variabele te classificeren
• Beste manier: eerder onderzoek waarbij dezelfde variabele betrokken was, raadplegen
• Onderzoeksrapporten beschrijven doorgaans in detail hoe elke variabele wordt gedefinieerd en gemeten
• Bij eigen onderzoek: gebruik de conventionele methode voor het definiëren en meten van uw variabelen
◦ Direct vergelijken met andere onderzoeken
• Open materiaal
◦ Steeds vaker delen onderzoekers hun meetinstrumenten online, zoals instructies, stimuli en vragenlijsten
◦ Dit bevordert begrip van hoe variabelen zijn gemeten en maakt herhaalbaarheid van onderzoek makkelijker
2. VALIDITY AND RELIABILITY OF MEASUREMENT
• Hoe kunnen we er zeker van zijn dat de metingen die zijn verkregen op basis van een operationele definitie daadwerkelijk
het immateriële construct weergeven?
• Belang validiteit en betrouwbaarheid
CONSISTENCY OF AN RELATIONSCHAP
• Door de consistentie van een verband tussen twee verschillende metingen aan te tonen
• De resultaten van je nieuw onderzoek, moeten consistent in verband staan met de resultaten van een gevestigde techniek
over dezelfde variabelen
• Correlatie
◦ Positieve correlatie = de twee metingen veranderen samen in dezelfde richting = dicht bij +1.00
◦ Negatieve correlatie = de twee metingen veranderen in tegengestelde richtingen = dicht bij -1.00
◦ Er is niet altijd een verband = dicht bij 0
◦ Cijfer = de sterkte van de correlatie
◦ -1 of +1 = perfecte lijn
◦ Vaak gebruik om validiteit en betrouwbaarheid aan te tonen, als het consistent is
VALIDITY OF AN RELATIONSCHAP
• Validiteit van een meetprocedure = de mate waarin het meetproces de
variabele meet die het beweert te meten
• Lastig bij hypothetische definities: we kunnen construct zelf niet meten, maar
wel externe gedragingen ervan
FACE VALIDITY
• Face validity = gezichtsvaliditeit = een basisvorm van validiteit die wordt aangetoond wanneer een meetprocedure
oppervlakkig gezien lijkt te meten wat ze beweert te meten
• Oppervlakte-uiterlijk, of nominale waarde, van een meetprocedure