Les 1:
Handboek: Physiology of Behavior →Hoofdstukken 2, 3 en 5 in handboek om op terug te vallen --
→Kernwoorden opgenomen in verklarende woordenlijst
Leerstof
o Richtlijn: wat behandeld wordt in de les is te kennen
o Afwijkingen in structuur & inhoud tov. handboek mogelijk!
Examen
o Schriftelijk multiple choice examen in 1e en 2e zittijd, 4-keuze
o Verhoogde cesuur
o Inhaalexamens in de regel mondeling (open vragen!)
Inleiding: Structuren en functies
Biologische psychologie I (voorkennis):
o Evolutie en gedragsgenetica: overerfbaar DNA (eiwitten) → fysieke structuren → gedrag
➢ vb. heratibiliteit IQ geschat op 50%, dus IQ bepaald door genen
Kennis over deze keten is belangrijk:
Ingrijpen op lichaam = Psyche veranderen (vb: medicatie)
Bepaalde denkprocessen = fysieke reacties (vb: breinactavatie in bepaalde regio)
o Micro- en macrostructuur van het zenuwstelsel
Kan samenwerken met andere processen, maar worden niet behandeld
o Belangrijkste onderzoeksmethoden
Biologische psychologie II: functies
= Toepassing van kennis uit Bio psych I
o Inzoomen op processen in specifieke deelstructuren
➢ Zintuigen: meest basale psychische functies
➢ Motoriek: bijna alle gedrag is motorisch van aard (vb: spreken)
➢ Slaap en biologische ritmes: toestand die globale toestand van de psyche beïnvloed
➢ Stress
➢ (Leren en geheugen)
o Uitermate breed en gespecialiseerd vakgebied; kennis veranderd voortdurend
➢ Algemeen over belangrijkste functies, dieper ingaan op specifieke aspecten ter
illustratie (e.g. zicht)
o Belang van netwerkstructuren in psyche (nu: hele brein geconnecteerd met elkaar,
beïnvloeden elkaar, werken samen…) <> functies hebben locatie in het brein (vroeger: regio’s
en focus op specifieke locaties)
,Netwerkstructuren: voorbeelden:
o Neuron A stuurt info via axon, overheen synaps, naar dendrieten van neuron B; basic netwerk
o + = exciterende invloed (= neuron A zorgt dat B actief wordt, basistoestand neuron B is dus
negatief)
o Basistoestand is extreem negatief; kortstondig positief dan actiepotentiaal; Alles of niets
o Negatief in rusttoestand kost E, maar onderdrukt ruis: actiepotentiaal dat niet bedoelt was,
wordt niet verder doorgegeven (minste E bij neutrale toestand maar bij ruis gaat die dan per
ongeluk actiepotentialen geven)
Convergentie:
Aantal neuronen daalt! Informatie meerdere neuronen naar 1
o kwantitatieve integratie; gemeenschappelijke evidentie
voor zelfde info: vb: fotoreceptoren bij schemering
(dezelfde info voor hetzelfde bundelen)
o kwalitatieve integratie; verschillende soorten info
bundelen: vb fotoreceptor + oogbeweging = waar is object
(verschillende bronnen info tot 1 conclusie)
Divergentie:
Het aantal neuronen stijgt, zelfde informatie van 1 neuron naar
vele andere
o Opsplitsen; vb: info moet naar Ce en Cortex
o Versterken vb: een neuron die volledige spiergroep
doet bewegen
Netwerkstructuren: feedback:
Minimaliseren van ruis:
o Neuron A doet B en C vuren
o Negatieve projectie van neuron C naar A, bemoeilijkt het
vuren A, maakt kans op temporele summatie bij B kleiner.
o B zal waarschijnlijk ook info van andere neuronen moeten
krijgen om tot vuren te komen.
Neuron A gaat positieve info doorsturen naar B, deze stuurt deze gewoon door, maar ook naar C en
deze gaat A dempen. A is gespecialiseerd in doorzenden positieve info maar door C geïnhibeerd (-)
Som alle positieve info zal minder snel tot actiepotentiaal leiden doordat deze gedempt wordt door C
,Netwerkstructuren: feedforward
Minimaliseren van ruis
o Neuron A doet B en C vuren
o Negatieve projectie van neuron C naar B,
bemoeilijkt het vuren B.
o Grote activiteit in A zal, tot meer beperkte
activiteit in B leiden wanner C actief.
o A kan bv zeer sensitief zijn zodat geen valse
negatieven worden geregistreerd.
Netwerkstructuren: scherpe en doffe pijn:
Feedforward netwerk
o Komt voor in het pijnnetwerk
o A voelt druk, wordt in B gedetecteerd als
scherpe pijn op een nauwkeurige plek.
o Functie = Waarschuwing!
o C zal acute pijnregistratie dempen.
= Evolutionair adaptief
o Neuron D is trager, minder gemyeliniseerd. Zal demping van C op D opheffen zodat toch
doffe, diffuse, zeurende pijn wordt ervaren.
o Functie = Wees voorzichtig!
o Onthoud: Biologische achtergrond van iets simpel als pijn, kan zeer complex zijn.
A zorgt voor acute pijn, via C gaat brein zeggen dat acute pijn niet nodig is om te voelen maar D
inhibeert C (inhibitie van inhibitie) dus dempende effect van C op D wordt door D opgeheffen en je
gaat terug pijn ervaren daarom zeurende pijn
Tot nu alleen neuronen gezien dat elkaar positief gaan maken OF onderdrukken
Netwerkstructuren: laterale inhibitie:
Minimaliseren van ruis
o Eerste laag neuronen geeft excitatie informatie aan tweede
laag.
o Neuronen in eerste laag inhiberen elkaar.
o Vb: spatiale nauwkeurigheid bij tastreceptoren om twee
punten op huid te onderscheiden. Lukt beter op handen vs rug.
→neuronen op hand gaan meer in detail zeggen wanneer 2
drukpunten 2 punten zijn
o Winner takes it all netwerk. 1 gaat winnen en die info komt
door in brein
o C kan A en E zwijgen opleggen, kan ook omgekeerd
, Netwerkstructuren: Coïncidentiedetector:
Beige bol = neuron; rechte stok =
dendriet en horizontale zijn
axonen
Vb: Spatiale lokalisatie van geluid
zonder zicht.
Axonen van R en L oor geven beide
info aan neuronen (bol) over
horen van geluid.
Locatie van bron van geluid,
bepaald wanneer geluid toe komt
aan elk oor. Specifiek neuron zal
vuren afhankelijk van verschil in
tijd tussen 2 oren
Relatief simpele netwerkstructuren kunnen worden ingezet voor uiteenlopende functies!
Zelfde bouwstenen met andere architectuur kan tot heel andere functie leiden!
Hoofdstuk Zintuigen: (helft leerstof)
Inleiding zintuigen:
Definitie:
Hoeveel?
o “klassieke 5”
➢ Zicht, horen, ruiken, tast, smaak
o Positie van je ledematen
o Evenwichtzin = beweging van je lichaam tov zwaartekracht (soms wel soms niet beschouwd
als zintuig)
o Op klassieke zintuigen kun je bewust focussen, over niet klassieke kan je niet (moeilijk)
focussen of beschrijven
Bewust vs onbewust op bepaalde zin focussen
Case study: Ian Waterman
o Sensorisch deficit
o Door griep op 19j selectieve uitval van tastzin, niet pijn of temperatuur
>> Persoon kan niet meer wandelen want proprioceptie = tastzin
IW leert terug lopen obv zijn zicht (denk aan schroef indraaien), evenwichtszin,…
>> Communicatie met handen of rest van lichaam
IW leert dit terug door bewust de bewegingen te doen
o https://www.youtube.com/watch?v=236y7EZgH_A (zie slide hele documentaire)
Conclusie: wat we beschouwen als 1 functie, is vaak samenspel tussen verschillende
onderdelen
Deze onderdelen leren kennen door dissociaties = verschillende deelfuncties die samen 1
vormen (vb: taal spreken en taal beschrijven)
Psyche waar we ons van bewustzijn = klein onderdeel van processen die in lichaam gebeuren