Inhoud
H1: Introductie, kennis verzamelen en de wetenschappelijke methode
(P.1-26)......................................................................................................2
H2: Hypothesen formuleren (P. 44-48)....................................................10
H3: variabelen definiëren en meten.......................................................11
H5: Participanten selecteren...................................................................21
H6: Onderzoeksstrategieën en validiteit.................................................27
H7: De experimentele onderzoeksstrategie............................................34
H8: Tussen-subject designs.....................................................................40
H9: Experimentele designs: Binnen-subject designs..............................46
H10: Non- en quasi- experimentele strategieën en designs...................53
H11: Factoriële designs...........................................................................61
OPEN SCIENCE........................................................................................68
H12: correlationele onderzoeksstrategie................................................78
H13: Beschrijvende onderzoeksstrategie................................................81
Logica en Causaal Redeneren................................................................87
H14: Case study & Single case design....................................................92
Kwantitatieve en kwalitatieve methoden..............................................100
1
,H1: Introductie, kennis verzamelen en de wetenschappelijke methode (P.1-26)
- Wrm vak methoden?
o Psychologen moeten interessante vragen kunnen beantwoorden
o Psychologen moeten de methode die gebruikt werd om interessante vragen te beantwoorden,
om tot kennisclaims te komen, kritisch kunnen evalueren
o Een vak methoden is dus cruciaal in onze opleiding!
o Hoe kunnen we interessante vragen beantwoorden?
Op basis van niet-wetenschappelijke methoden
Gebruik je veel in het dagelijkse leven
Op basis van de wetenschappelijke methode
Methods of acquiring knowledge are ways in which a person can know things or discover
answers to questions.
1. Niet-wetenschappelijke methoden om kennis te vergaren
- Vasthoudendheid (=tenacity)
In the method of tenacity, an idea or belief is held on to because it has previously been
accepted as true.
o Info gwn als waar accepteren omdat het altijd al zo geweest is of omdat bijgeloof de
informatie ondersteunt
o Gebaseerd op gewoonte of bijgeloof
o We geloven iets omdat we het altijd al geloofd hebben, clichés
(e.g., “tegengestelden trekken elkaar aan”)
o of omdat bepaalde overtuigingen worden voorgesteld als feiten
(e.g., “een spiegel breken levert 7 jaar ongeluk op”)
-> MAAR: info kan foutief zijn en het corrigeren is zeer moeilijk
- Intuïtie
In the method of intuition, information is accepted on the basis of a hunch or ‘gut feeling’.
o We accepteren informatie als waar, omdat dit “juist aanvoelt”
o Gebaseerd op buikgevoel, voorgevoel of instinct
o Snelle manier om vragen te beantwoorden
o Vaak gebruikt als we over geen enkele info beschikken, intuïtie geeft dan gemakkelijk een
antwoord
o Ethische vraagstukken of morele dilemma’s worden vaak opgelost met de methode van
intuïtie
E.g., “ik voel aan dat mijn vriend een slechte dag heeft”
-> MAAR: geen enkele manier om accurate en foutieve info te onderscheiden (je kunt het ni
toetsen)
- Autoriteit
In the method of authority, a person relies on information or answers from an expert in the
subject
o We accepteren informatie als waar, omdat de informatie afkomstig is van een expert rond
dat onderwerp
Kan effectief de expert zijn of hun boek, het opzoeken, ergens iets lezen …
o Gebaseerd op vertrouwen in een autoriteit, expert
o Consulteren van een expert, het werk lezen van een expert, “Google it”, boeken, TV,
internet, etc.
o Vaak een prima startpunt om kennis te vergaren, snel en makkelijk
o Omvat ook de methode van geloof: blind vertrouwen in een autoriteitsfiguur waardoor we
diens info zomaar accepteren zonder te twijfelen of toetsing
2
, MAAR: levert niet altijd accurate info op: experts kunnen gebiast zijn, info kan een
subjectieve opinie reflecteren, expertise wordt gegeneraliseerd naar andere domeinen, de
expertise wordt niet in vraag gesteld, expert is niet echt een expert
! om tweede opinie te horen
Bv. Omdat hij een expert is over make up ook hun advies van haar producten kopen
terwijl ze daar geen expert in zijn
Vasthoudendheid, intuïtie & autoriteit zn voor snelle antwoorden & vragen waarbij er geen
extreme consequenties zijn bij een fout antwoord
Rationalisme, empirie & wetenschappelijke methode hebben meer eisen voor hun
antwoorden -> + kans correct antwoord
- Rationalisme
The rational method, or rationalism, seeks answers by the use of logical reasoning. An
argument is a set of premise statements that are logically combined to yield a conclusion. In
logical reasoning, premise statement describe facts or assumptions that are presumed to be
true.
o Antwoorden zoeken door logisch te redeneren
o We vertrekken van een set gekende feiten of assumpties (= premissen) en gebruiken logica
om tot een conclusie of antwoord te komen
o Voorbeeld:
Argument:
P: Een angstaanjagende ervaring met een hond veroorzaakt angst voor
honden in de toekomst
P: Amy heeft angst voor honden
Logische conclusie: Dus, Amy heeft een angstaanjagende ervaring met een hond
gehad
o Indien de premissen waar zijn en de gehanteerde logica is correct, dan is de conclusie
sowieso correct
o Let op: de rationale methode start pas NA de premissen
o Zelf geen info verzameld, geen observaties, geen evidentie, geen testen etc.
o Vaak gebruikt om alternatieven logisch af te wegen, zonder alle mogelijkheden ook
daadwerkelijk uit te proberen
(e.g., op de dag van een examen is je auto stuk: wat zijn mogelijke alternatieven om tijdig
op het examen te geraken? Je gaat ni alle opties testen dus je denkt gwn logisch na)
MAAR:
Alles valt of staat bij de juistheid van de premissen
(e.g., een angstaanjagende ervaring met een hond veroorzaakt angst voor honden in de
toekomst)
Alles valt of staat bij de juistheid van het logisch redeneren, maar we zijn niet zo goed in
logisch redeneren
we accepteren onlogische redeneringen als het resultaat overeen komt met onze
huidige opvattingen
bv. Alle bloemen hebben blaadjes, rozen hebben blaadjes -> rozen zijn bloemen
(dan moet je zeggen dat enkel bloemen blaadjes hebben, rozen konden ook niet-
bloemen zijn mr wel blaadjes hebben)
we ontkennen logische redeneringen wnr het resultaat ni overeen komt met onze
huidige opvattingen
bv. Alles da rookt is goed voor je gezondheid, sigaretten roken -> sigaretten zijn
goed voor je gezondheid
o Niet valide argument (bv slide 14)
- Empirie
The empirical method, or empiricism, uses observation or direct sensory experience to obtain
knowledge.
o Antwoorden zoeken door directe observatie of directe sensorische ervaring
3
, o “Alle kennis wordt verworven door de zintuigen” – filosofie
o E.g., “in de zomer is het warmer dan in de winter”
o Veel antwoorden zijn beschikbaar door de wereld rond ons te observeren
MAAR:
o Onze waarneming en interpretatie van de wereld rond ons zijn niet altijd correct
Sensorische ervaring kan ons misleiden (e.g., visuele illusies)
Bv. Visuele ilusies (<-> >-<), balk met gradiënt kleur achter
Invloed van voorkennis, verwachtingen, gevoelens, overtuigingen (= subjectieve
ervaringen) op perceptie
Bv. Je krijgt bonen & noodles, je vindt de noodles lekkerder MR dan zeggen ze je dat de
noodles eig wormen zn -> nu vind je de bonen beter want je hebt voorkennis dat je wormen
ni hoort te eten ook al zei je smaak dat het wel lekker was
Misinterpretatie van sensorische ervaring
Kost tijd: met de empirische methode ga je bij een probleem verschillende oplossingen
uitproberen (<-> rationele methode die snel gaat) = trial-and-error
Kan gevaarlijk zijn
(e.g., zijn deze paddenstoelen eetbaar of giftig? -> beter met autoriteit/opzoeken
beantwoorden)
2. DE WETENSCHAPPELIJKE METHODE
= Manier om kennis te vergaren waarbij specifieke vragen geformuleerd worden en er
vervolgens systematisch naar antwoorden gezocht wordt
o Verschillende elementen van de niet-wetenschappelijke methoden combineren, om de
beperking v/d methodes te vermijden
o Doel = zo accuraat mogelijke antwoorden bekomen (ookal duurt het soms langer)
o Bevat verschillende stappen
o Stappenplan:
1) OBSERVATIE van gedrag of andere fenomenen
Observatie trekt je aandacht, roept vragen op
Vaak informeel, natuurlijk, niet gepland, niet systematisch
Direct of indirect
Bv. Je ziet zelf een fenomeen V je leest over iemand anders hun bevindingen
Voorb: Stephens, Atkins & Kingston (2009) merkten op dat ze vloeken telkens ze pijn
ervaren
Vaak worden de observaties gegeneraliseerd inductie: op basis van enkele observaties
wordt een algemene conclusie bereikt
Voorb: vloeken is een gebruikelijke, bijna universele, reactie op pijn
Induction, or inductive reasoning, involves using a relatively small set of specific observations
as the basis for forming a general statement about a larger set of possible observations.
2) HYPOTHESES vormen
Identificatie van variabelen die geassocieerd zijn met je observatie
Variabelen: karakteristieken of condities die variëren binnen en/of tussen verschillende
personen
(e.g., leeftijd, gezondheidstoestand, persoonlijkheid, intelligentie, etc.)
4