WERKGROEP OPDRACHTEN
Vraag 1
Making onder voorwaarden, waarin een toekomstige gebeurtenis enigszins onzeker is. De
verhoudingen onderling zijn als volgt: A sterft (insteller), heeft een bezwaarde en een verwachter
aangesteld.
De bezwaarde is de eerste erfgenaam. Hij verkrijgt alles onder ontbindende voorwaarden. Het is
onzeker of de verwachter in leven is als de bezwaarde overlijdt. Voordat de voorwaarde in vervulling
gaat heeft de verwachter een opschortende voorwaarde.
De voorwaarde kan bijvoorbeeld zijn dat de verwachter nog in leven moet zijn als de bezwaarde
overlijdt.
Je hebt te maken met twee mensen die recht hebben op hetzelfde, de ene echter onder een ontbindende
voorwaarde en de ander onder een opschortende voorwaarde.
Onderlinge relatie: beide zijn erfgenaam en de wettelijke voorschriften van vruchtgebruik zijn van
toepassing; art. 4:138. Er is echter geen sprake van vruchtgebruik, maar de regels zijn wel van
overeenkomstige toepassing in de relatie tussen de bezwaarde en de verwachtende.
Ze zijn beide erfgenamen, maar de een onder een ontbindende voorwaarde en de andere onder een
opschortende voorwaarde.
Beschikkingsbevoegdheid van de bezwaarde: hij is beschikkingsbevoegd tot de goederen onder een
voorwaarde, namelijk de ontbindende voorwaarde. Stel dat B een auto aan X verkoopt in dit geval en
B overlijdt, kan C de auto opeisen. Hij kan dan voorwaardelijk over de goederen beschikken.
Art. 3:212. De regels van vruchtgebruik gaan op. In beginsel mag hij niet vervreemden en verteren.
Art. 3:84
Art. 4:138 lid 3: als de verwachter niet wordt genoemd in het testament, kan de bezwaarde
onvoorwaardelijk beschikken over de goederen.
Stel dat de voorwaarde is dat de bezwaarde niet failliet mag gaan en er wordt geen verwachter
genoemd, en verder is niks in het testament geregeld, dan val je terug op het versterf erfrecht.
Je gaat dan naar de parantele kijken van de erflater; niet de bezwaarde!
Vraag 2
Art. 4:136; niet zinvol, het mag niet, de erfstelling wordt geconverteerd in een legaat van
vruchtgebruik
Voorbeeld tijdsbepaling: bezwaarder voor drie jaar en daarna verwachter
Bij een tijdsbepaling is sprake van een zekere gebeurtenis, bij een voorwaarde is er sprake van een
onzekere gebeurtenis.