Leerdoelen:
Na week 4 kunt u aan de hand van Boek 4 BW (en Titel 3.7 BW) met de volgende begrippen, hun
onderscheidende kenmerken en de verbanden die tussen die begrippen gelegd kunnen worden,
bewind, testamentair bewind, meerderjarigenbewind, afwikkelingsbewind, conflictbewind, karakter bewind,
begin en einde bewind, rekening en verantwoording, beheer, beschikken en verdelen door bewindvoerder
vanuit de grondslagen en systematiek van het vermogensrecht implicaties afleiden voor concrete
aspecten van het erfrecht in ruime zin voor zover het de onderwerpen van deze week betreft.
de toepassing van de behandelde erfrechtelijke leerstukken aan de hand van een voorbeeldcasus
illustreren.
met oog op de eigen aard van de rechtsbeoefening door de notaris de behandelde erfrechtelijke
leerstukken met elkaar in verband brengen.
erfrechtelijke rechtspraak en (ontwerp)wetgeving mede in het licht van de maatschappelijke
ontwikkelingen ontleden.
aan de hand van opgedane kennis en inzicht erfrechtelijke casusposities oplossen.
mondeling presenteren van een (juridisch) betoog in correct en helder Nederlands.
een gefundeerde en beargumenteerde positie innemen in een maatschappelijk, juridisch debat.
met anderen samenwerken om een opdracht binnen een voorgeschreven termijn te voltooien.
Literatuur:
M.J.A. van Mourik, B.M.E.M. Schols, F.W.J.M. Schols, L.C.A. Verstappen, B.C.M. Waaijer, Handboek
erfrecht, hoofdstuk XV.
Jurisprudentie:
1. Hoge Raad 28 juni 2013, NJ 2013, 521 (De boedelberedderaar en de executeur) (nr. 188)
2. Hoge Raad 18 oktober 2014, NJ 2014, 214 (Ouderlijk vruchtgenot en testamentair bewind) (nr. 189)
, 1. 4:155 lid 1 Beschermingsbewind
o Iemand die niet goed om kan gaan met geld, een minderjarige, iemand met een beperking of een verslaafde.
2. 4:155 lid 2/3 Conflictbewind-mede
o Als het bewind is ingesteld in het belang van een rechthebbende en van een ander, bijv. vruchtgebruik wordt
vermoed dat dit in het belang is van de vruchtgebruiker (rechthebbende) en de hoofdgerechtigde.
o Een ander vermoeden voor conflictbewind-mede is, een bewind over een voorwaardelijke making. Dit wordt
vermoed te zijn ingesteld in het belang van de bezwaarder én in het belang van de verwachter.
3. Conflictbewind-sec
o Geen wettelijk vermoeden. Maar is er bijvoorbeeld een bewind ingesteld over het vruchtgebruik, en zeggen dat het
bewind is ingesteld over het vruchtgebruik, máár ter bescherming van een ander (de hoofdgerechtigde). Om te
voorkomen dat de vruchtgebruiker de goederen vervreemd (een vruchtgebruiker kan in beginsel de goederen
vervreemden). Dan bescherm je de hoofdgerechtigde dat hij niet steeds met iemand anders te maken heeft.
4. 4:155 lid 4 Afwikkelingsbewind (gemeenschappelijk belang)
o Als het bewind is ingesteld over goederen of aandelen in die gemeenschappelijk beheerd dienen te worden, wordt
vermoed dit te zijn ingesteld in het gemeenschappelijk belang.
Art. 4:167 BW.
1. Lid 1. Beschermingsbewind
rechthebbende slechts bevoegd met toestemming/medewerking.
2. Conflictbewind sec OF gemeenschappelijk bewind.
Bevoegd onder voorbehoud.
3. Het gaat om een beschermingsbewind + belang van een ander (conflictbewind mede) OF een
beschermingsbewind + bewind in gemeenschappelijk belang.
De gene die onder bescherming staat heeft toestemming/medewerking nodig van de
bewindvoerder + onder voorbehoud.
Vraag 1
Mevrouw van Schalkwijk overlijdt en laat twee neven als testamentair erfgenamen achter, Sam en Frodo. Zij
heeft meneer Jansen, haar boekhouder, tot executeur en bewindvoerder over de gehele nalatenschap benoemd.
Er komen géén andere beschikkingen voor in haar testament.
a. Wanneer treden de executele en het bewind in werking?
› Men wordt volgens art. 4:143 lid 1 BW executeur door aanvaarding van zijn
benoeming na het overlijden van de erflater. Executele is voor aanvaarding al
privatief, art. 4:145 lid 1 BW.
› Het bewind treedt in werking op het tijdstip van het overlijden van de erflater, tenzij
hij anders heeft bepaald, art. 4:153 lid 2 BW. Dit zegt nog niets over het tijdstip
waarop men bewindvoerder wordt, aangezien er bewind kan zijn zonder
bewindvoerder (art. 4:157 BW). De niet door de rechter benoemde bewindvoerder
moet de benoeming eerst nog aanvaarden (art. 4:157 lid 6 BW).
b. Meneer Jansen aanvaardt geen van beide benoemingen. Wat is het gevolg daarvan ten aanzien van (1)
de executele resp. (2) het bewind?
› Als Jansen zijn benoeming tot executeur niet aanvaardt, kan er géén andere executeur
worden benoemd, tenzij de erflater iets anders heeft bepaald. dan benoemt de
rechtbank een vereffenaar op verzoek van een belanghebbende of van het openbaar
ministerie op grond van art. 4:204 lid 1 BW. De erflater kan beschikken dat wanneer
een benoemde executeur komt te ontbreken, de kantonrechter bevoegd is op verzoek
van een belanghebbende een vervanger te benoemen (art. 4:142 lid 1 BW). Als de
erflater hier niks over heeft bepaald is de kantonrechter niet bevoegd een vervanger te
benoemen.