Hoofdstuk 2 algemene economie
Centrale vragen:
Hoe kunnen we welvaart meten en vergelijken?
Wat is het verband tussen welvaart en welzijn?
Hoe dragen ondernemingen en de overheid bij aan de welvaart?
Produceren is het toevoegen van waarde aan producten. De verkoop van producten op
markten maakt het mogelijk de belanghebbende te belonen voor hun inzet bij de productie.
2.1 welvaart en welzijn
Mensen zijn welvarend als ze over genoeg goederen en diensten kunnen beschikken om hun
behoeften te bevredigen.
De totale productie binnen de landsgrenzen is het bruto binnenlands product (bbp). Het bbp
is de belangrijkste maatstaf om de welvaart van landen te vergelijken.
Het bbp per hoofd van de bevolking gebruikt men vaak als maatstaf voor de hoogte van de
welvaart. Deze variabele kan men berekenen door het bbp van een land te delen door het
aantal inwoners. Het bbp per hoofd van de bevolking geeft de waarde aan van de producten
die elke inwoner ter beschikking staan.
De koopkracht van een dollar verschilt van land tot land. We moeten de inkomens dus ook
nog corrigeren voor deze verschillen in koopkracht. Door deze correctie krijgen we de
koopkrachtpariteit (kkp)
Om het bbp van landen te kunnen vergelijken, moet men dus:
Het bbp per hoofd van de bevolking bepalen
Het bbp omzetten in een munt, bijvoorbeeld de dollar
Corrigeren voor de verschillen in koopkracht van de munt per land
Tabel 2.1 bbp per hoofd van de bevolking in koopkrachtpariteit (2018) blz 31/32
De meeste landen streven naar groei van het bbp.de groei van het bbp is de maatstaf voor
economische groei. Door middel van economische groei kunnen landen voorzien in de
toenemende behoeften die een gevolg zijn van de bevolkingsgroei.
Niet alleen tussen landen, maar ook binnen landen kunnen grote welvaartsverschillen
bestaan. In veel rijke landen zijn er groepen mensen die hun basisbehoeften nauwelijks
kunnen bevredigen. De mate waarin de bevolking van een land sterke inkomensverschillen
accepteert, is afhankelijk van plaatselijke zedelijke normen en waarden. Basisbehoeften zijn:
recht op voeding, onderwijs, onderdak, kleding en medische voorzieningen.
Tabel 2.2 aandeel van inkomen of consumptie in enkele landen blz 34
Een volledig gelijke inkomensverdeling zou inhouden dat de armste 10 procent evenals de
rijkste 10 procent van de bevolking 10 procent van het inkomen verdient. De GINI-coefficient
is ook een maatstaf om de ongelijkheid te meten. Een waarde van 0 betekent dat iedereen
Centrale vragen:
Hoe kunnen we welvaart meten en vergelijken?
Wat is het verband tussen welvaart en welzijn?
Hoe dragen ondernemingen en de overheid bij aan de welvaart?
Produceren is het toevoegen van waarde aan producten. De verkoop van producten op
markten maakt het mogelijk de belanghebbende te belonen voor hun inzet bij de productie.
2.1 welvaart en welzijn
Mensen zijn welvarend als ze over genoeg goederen en diensten kunnen beschikken om hun
behoeften te bevredigen.
De totale productie binnen de landsgrenzen is het bruto binnenlands product (bbp). Het bbp
is de belangrijkste maatstaf om de welvaart van landen te vergelijken.
Het bbp per hoofd van de bevolking gebruikt men vaak als maatstaf voor de hoogte van de
welvaart. Deze variabele kan men berekenen door het bbp van een land te delen door het
aantal inwoners. Het bbp per hoofd van de bevolking geeft de waarde aan van de producten
die elke inwoner ter beschikking staan.
De koopkracht van een dollar verschilt van land tot land. We moeten de inkomens dus ook
nog corrigeren voor deze verschillen in koopkracht. Door deze correctie krijgen we de
koopkrachtpariteit (kkp)
Om het bbp van landen te kunnen vergelijken, moet men dus:
Het bbp per hoofd van de bevolking bepalen
Het bbp omzetten in een munt, bijvoorbeeld de dollar
Corrigeren voor de verschillen in koopkracht van de munt per land
Tabel 2.1 bbp per hoofd van de bevolking in koopkrachtpariteit (2018) blz 31/32
De meeste landen streven naar groei van het bbp.de groei van het bbp is de maatstaf voor
economische groei. Door middel van economische groei kunnen landen voorzien in de
toenemende behoeften die een gevolg zijn van de bevolkingsgroei.
Niet alleen tussen landen, maar ook binnen landen kunnen grote welvaartsverschillen
bestaan. In veel rijke landen zijn er groepen mensen die hun basisbehoeften nauwelijks
kunnen bevredigen. De mate waarin de bevolking van een land sterke inkomensverschillen
accepteert, is afhankelijk van plaatselijke zedelijke normen en waarden. Basisbehoeften zijn:
recht op voeding, onderwijs, onderdak, kleding en medische voorzieningen.
Tabel 2.2 aandeel van inkomen of consumptie in enkele landen blz 34
Een volledig gelijke inkomensverdeling zou inhouden dat de armste 10 procent evenals de
rijkste 10 procent van de bevolking 10 procent van het inkomen verdient. De GINI-coefficient
is ook een maatstaf om de ongelijkheid te meten. Een waarde van 0 betekent dat iedereen