Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Financiële markten (videos op blackboard)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
39
Geüpload op
09-02-2026
Geschreven in
2024/2025

Deze samenvatting is gebasseerd op de videos op blackboard die bij de zelfstudie horen. Zeer duidelijke, volledige en ordelijke samenvatting.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 1: Financiële geschiedenis van de financiële architectuur
-Easterlin (1981): ‘verschil onderwijs, zorgt voor verschillende ontwikkeling van landen’
-economische historici en financiële economen: ‘ontstaan financiële infrastructuur = katalysator
welvaart/welzijn → beheersen inzichten werking infrastructuur = belangrijk in economie’
-dominante naties: 20ste eeuw: Verenigde staten
18e + 19e eeuw: Engeland
17e eeuw: de nederlanden
→ financiële architectuur = snelst veranderd om bepaalde noden te vatten en te gebruiken
+ anders organiseren
-financieel systeem = noodzakelijk: financiële instrumenten (leningen, aandelen), markten,
instituties (banken, verzekeringsmaatschappijen) en toezicht (vermijden excessen)
-jagers-verzamelaars: sharing economy + affluent/welvaart society
→ binnen leefgemeenschappen: gift economy
→ tussen leefgemeenschappen: trade and walk away ⇒ systeem schuld, interest, ruil
-neolithische revolutie:
-van foerageren (zoeken, verzamelen en consumeren van voedsel) naar pastoralisme
(domesticeren dieren)
-van rondtrekken naar sedatie (vestigen op plaats met vruchtbare grond)
→ uitbreiden tuinbouw naar landbouw
→ veranderende technologie
→ urbanisatie: groei en uitbreiding steden (bevolkingspercentage stijgt)
→ territoriale soevereiniteit: exclusieve recht van staat om gezag uit te oefenen over
specifiek grondgebied (een leider)
→ sociale stratificatie: verdeling mensen in samenleving (op basis van economische
status, beroep, …)
→ belastingen
→ eigendom (voorraad) vb. vee
→ registratie- en teltechnieken: ‘tokens’
→ schrijft: spijkerschrift
→ boekhouding
→ goederengeld
→ contracten: lenen en verzekeren → risico via bodemerij (samenwerken om doel te
behalen, achteraf krijgt ieder zijn deel terug → wanneer gelukt) + risicopremie
→ handel: handelsroutes
→ vermogen
-ruilverhoudingen werden steeds complexer, er ontstonden meerdere ruilverhoudingen in functie
van verschillende goederen → geld
-rekeneenheden gebruiken lost problemen van samenvallende behoeften op

-goederengeld: verschillende vormen (vb. schelpjes) → sparen mogelijk
-functies geld: -rekeneenheid (numerair)
-opslagmiddel van vermogen (store of wealth)
-ruilmiddel (medium of exchange)

,-Croesus en Lydia: zuiveringsproces goud → eerste munten (stater) → hoe groter de leeuw,
hoe hoger de waarde ⇒ vertegenwoordigen basiseenheid + inleveren tegen andere goederen
(goud standaard) → munthuis = waarde definiëren ⇒ vertrouwen + internationaal aanvaard
(steeds meer munten met personen op: vb. Romeinse munten)
-nadeel muntgebruik: munten snoeien → afvijlen = ontwaarden munt → beveiligen door
ribbeltjes aan de zijkant

-gevlogen handel: -ontstaan nieuwe steden
-universiteiten
-nieuwe cijfers (Fibonacci) → vergemakkelijken rekenwerk
-boekhouden (Pacioli) → dubbelboekhouden (vb. winst)
-netwerken → koopmannen (kopen + verkopen en winst maken)
-eerste bankbiljetten: volk leert lezen
-ontstaan financiële infrastructuur: wisselaars (munt ruilen met ander munt vergeleken met
waarde) + jaarmarkten (overeenkomsten sluiten + bedrag verminderen door schuldvergelijking
+ verhandelbare jaarmarktbrieven)
-ontstaan financiële markten: -13de eeuw: italiaanse stadstaten geven (perceptuele)
overdraagbare obligaties (schuldbekentenissen) op naam uit
(prestiti → rente ontstaat → oorlog = piek = massaal lenen) ⇒
contractuele aard + ontstaan effecten (papier met schuld)
-rond 1400: handel op vaste ‘markt’plaatsen met herbergiers als
vertegenwoordigers + intermediairs bij handel ontstaan (in naam
van handelaar redacties sluiten) + reglement (politie controleert)
-rond 1480: Brugge als handelsstad verdwijnt en verschuift naar
Antwerpen + London volgt
-val Antwerpen (1585) + sluiting Schelde (1587) → handel
verschuift naar Amsterdam

-belang nederlanders in financiële wereld: -lenen met onderpand: zekerheid geven voor lenen
-lijfrenten: vast bedrag betaald krijgen zolang in leven
bij bv. aankopen huis
-actuariële methoden:
-rechtspersoon:
-aandelen: geld niet terugkrijgen na investering →
→ Verenigde Oost-Indische compagnie vergoeding aandeel = dividenden (eerst specerijen,
daarna geld) – eerste effectenbeurs in Amsterdam
-Joseph Penso de la Vega: handelspraktijken opgeschreven in boek + concepten zo is
termijncontracten en opties
-18de eeuw: loterijlening: loterij elementen aan lening verbonden: coupon (=rentevergoeding) →
bedrag winnen in loterij als ‘vergoeding’ van belegging ⇒ motiveren
-ontstaan Centrale banken: Amsterdamse Wisselbank (1606) specialiseert zich er in de munten
uit de circulatie te halen en rekeningen te opeoverheidnen → overschrijvingen zijn mogelijk (=
bankgiro)
-eerste bankbiljetten waren loodstaven → papier geld geïntroduceerd door zweden (1661)

,-heel wat concepten van schuld en interest zijn heel oud
Hoofdstuk 2: Bouwstenen van de financiële architectuur
-betalen: concept van geld ontstaat door de nood aan een handig betaalmiddel → technologie
achter betalen evolueert zeer snel
-financieren: intertemporele allocatie van consumptie onder onzekerheid ⇒ loskoppelen van
iets financieren/aanschaffen en betalen → loon volledig consumeren of sparen of beleggen? ⇒
vermogen overdragen naar andere periode
→ haves: overschot middelen: op productieve manier beleggen
→ have nots: lenen + consumptie naar voor trekken (vb. Huis kopen wanneer men juist
begint te werken)
→ hoe vermogen haves op handige/goede manier ter beschikking aan have nots
→ bedrijven zijn have nots: rechtspersoon oprichten + investeren in pas opgerichte
onderneming + geeft aandelen uit als schuldbewijs
→ overheid is have not: overheidsschuld: op zoek naar middelen
→ consumenten/gezinnen zijn haves: financieren bedrijven + overheid → vermogen gezinnen
zijn niet in evenwicht met schuld → buitenland heeft ook zijn aandeel + wij zijn netto-financier
van het Buitenland




→ financiële tussenpersonen/banken zijn tussenpersoon
-directe financiering: private leningen + Intercompany loans in een interne kapitaalmarkt (vb.
tussen ouders en kind) → directe relatie: probleem? = wenden tot rechtstreekse partij
-semi-direct via tussenpersonen: broker/makelaar: verhandelt voor de rekening van de klant,
dealer/commissionair: verhandelt voor eigen rekening en neemt soms de rol van liquidity
provider, broker-dealer, Business Angel Network: georganiseerde groep van particuliere
investeerders (business angels) die hun geld, ervaring en netwerk beschikbaar stellen aan
startende of groeiende ondernemingen, Crowdfunding → relatie behoeftige en
financier ontstaat op en rechtstreekse manier
→ gebruikte instrument (leningen of effecten) maakt niet uit
-private plaatsing/emissies: verkopen obligatie met privaat karakter → grote bedragen +
beperkte hoeveelheid mensen
-publieke emissies: manier waarop een bedrijf nieuw kapitaal aantrekt door aandelen of
obligaties aan te bieden aan het grote publiek via de beurs
-risicoverschuiving: het proces waarbij het financiële risico van de ene partij wordt
doorgeschoven of overgedragen naar een andere partij

-primaire markten: emissiemarkt → markt waar product tot stand komt
-secundaire markten: bestaand product wordt doorverkocht

, -geldmarkt: producten die ontstaan en op dat ogenblik een korte looptijd hebben (<1j) vb;
private segmenten: termijnrekening looptijd: 3 maanden, schatkistcertificaten, hypothecaire
leningen
-kapitaalmarkt: producten die ontstaan en op dat ogenblik een lange looptijd hebben (>1j) vb.
aandelen (onbeperkt), obligaties, hypotheek lening
-leiningen: financiële overeenkomsten waarbij een geldverstrekker (de kredietgever) een
geldbedrag ter beschikking stelt aan een andere partij (de kredietnemer) met de verplichting om
dit bedrag binnen een bepaalde periode terug te betalen, meestal met rente
-effecten: verhandelbare financiële instrumenten die een bepaalde waarde vertegenwoordigen
en die rechten geven op bijvoorbeeld eigendom (zoals bij aandelen) of schuld (zoals bij
obligaties) → effectenbeurs
-beursmarkten: markten handelen op de beurs
-buitenbeursmarkten: verhandelt over de countermartken → geen standaard transacties (vb.
obligaties kan met beide manieren verhandelt worden) ⇒ niet in een beurs
-prijsgedreven markten: bid and ask: twee prijzen; aankoopkoers en verkoopkoers: bid ask
spread = verschil
-ordergedreven markten: marktorders zonder prijs te geven, maar wordt zeker uitgevoerd,
limietorders: maximumbedrag, wordt uitgevoerd wanneer marktkoers zich onder bedrag bevindt
-fixing beurs: kopers aan verkopers matchen = voordeel beurs → kleven van commissielonen
-contantmarkten: transactie wordt onmiddellijk afgewikkeld vb. Brood kopen
-termijnmarkten: grote speling tussen aankoop (overeenkomst met vastgelegde prijs,
voorwaarden, producten…) en betaling/levering (vb. over 3 maanden)
-vloerhandel: is de traditionele manier van handelen in effecten waarbij kopers en verkopers
fysiek aanwezig zijn op de beursvloer om transacties uit te voeren → vindt plaats via
mondelinge communicatie en handgebaren, een systeem dat ook wel open outcry wordt
genoemd
-schermenhandel: is een vorm van effectenhandel waarbij transacties plaatsvinden via een
elektronisch handelsplatform in plaats van op een fysieke beursvloer → beleggers en
handelaren voeren hun koop- en verkooporders in via een computerscherm → binnen de
seconde kunne handelen (high speed trading), maar heeft crashes als gevolg: flashcrash: geen
verklaring, maar snelle daling van beurs
-nationale markten: producten die hier op de beurs genoteerd staan
-internationale markten:euro obligaties die in verschillende landen tegelijkertijd worden
uitgegeven
-open markten: gemakkelijk toegankelijk
-gesloten markten: mensen niet toelaten + hoge bedragen
-gereglementeerde markten: markt reglement (beursgenoteerde markten altijd)
-niet-gereglementeerde markten: over de counter markt
-wholesale (institutionelen): professionele beleggers actief vb. Verzekeringsmaatschappij,
beleggingsfondsen ⇒ hebben veel geld
-retail (particulieren): klant die voor een klein bedrag belegt
-bilaterale handels omgeving: negotieren tussen twee partijen
-multilaterale handels omgeving: meerdere partijen met quoterinen + meerdere onderling
handelsrelaties

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
9 februari 2026
Aantal pagina's
39
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€3,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
JansienLoos123

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
JansienLoos123 Universiteit Antwerpen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
4 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
12
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen