dt1
maandag 27 oktober 2025 12:50
week 1 week 4
pluspunten ➢ krugers niet te verstaan
➢ colleges van de Gee zeer goed te volgen ➢ Mejias moeilijk te verstaan met accent en college te lang
➢ fijn dat de colleges op tijd stoppen ! ! voor terugkijken, niet zo volgepropt ➢ zelfstudiemodules hebben review nodig veel fouten ''zie dit plaatje'' etc
➢ etalia etc. slides allemaal die week op canvas, voorbereiding
minpunten
➢ rumoer in de zaal
➢ HDMI kabel haperde bij eerste college van Kessel
je wil docenten van elk vakgebied, maar engels van meijas niet goed te volgen
leren en geheugen Pagina 1
,✅hc1 fundamentele thema's in de psychologie - Krugers 27/10/25
maandag 27 oktober 2025 12:50
INTRODUCTIE
leren en geheugen --> zeer oud maar nog steeds actueel onderwerp
➢ tijd belangrijk concept --> het NU is perceptie, het VERLEDEN is geheugen
○ alleen dieren die tijd ervaren hebben een geheugen
○ orgaan van tijd waarnemen is ook orgaan van herinneren
leren = het proces waarbij ervaring / interactie met de omgeving resulteert in verandering van
gedrag
geheugen = totale pakket aan ervaringen dat is opgeslagen in ons brein
➢ sensorisch geheugen --> wat we zien / horen / ruiken (heel kort)
➢ werkgeheugen --> hippocampus
➢ lange termijn geheugen
○ declaratief geheugen (bewust)
▪ autobiografisch geheugen (episodisch) --> gebeurtenissen
▪ semantisch geheugen --> feiten
○ procedurele geheugen (onbewust) --> vaardigheden en gewoontes
geheugen is veranderlijk / dynamisch --> geheugen kan sterker / zwakker worden, betere /
mindere kwaliteit
retrieval
➢ bij onvoldoende cues kan een herinnering niet meer naar boven komen
➢ overlap tussen herinneringen
➢ pathologisch (amnesie)
○ retrograde amnesie = geen toegang meer tot oude herinneringen
○ Alzheimer
consolidatie
➢ anterograde amnesie = geen vorming meer van nieuwe herinneringen
➢ onbetrouwbare 'flashbulb' = zeer sterke herinnering maar minder precies
➢ reconsolidatie --> tijdens retrieval moet geheugenspoor opnieuw worden aangelegd -->
geheugenspoor is eigenlijk vrij instabiel
○ gevoelig voor beïnvloeding
3 stappen in verwerking van informatie (retentie) encoding
➢ encoding --> opnemen van informatie ➢ inflexibel gedrag --> soms zijn herinneringen heel sterk --> mechanisme van
➢ consolidatie --> vastleggen van informatie in hersenen verslavingsgedrag
➢ retrieval --> oproepen van informatie
perfect geheugen is dus eigenlijk niet mogelijk --> geheugenspoor is GEEN identieke kopie van
de ervaring computationele modellen…
➢ vergeten is noodzakelijk ➢ versimpelt een complex systeem
➢ kan een experiment proefdraaien zonder proefpersonen / -dieren
verschillende disciplines ➢ produceert concrete theorieën en hypothesen
➢ neurobiologie (cellulair niveau) --> neurotransmitters, synapsen, plasticiteit ➢ kan een verklaring geven voor gevonden onderzoeksresultaten
➢ psychologie (gedragsniveau) --> modellen van gedrag / cognitie
➢ neurowetenschappen (brein - gedrag) --> veranderingen in hersenen
FUNDAMENTELE THEMA'S
de geschiedenis van leren & geheugen verliep als volgt
Plato Aristoteles
1. filosofie en het vroege denken (400BC - 1880) Hoe ontstaat Alle kennis is aanwezig bij Alle kennis is het gevolg van
➢ Plato --> alle kennis aanwezig bij geboorte / rationalist / nature kennis? geboorte (Nativist) waarneming
➢ Aristoteles --> kennis is gevolg van waarneming / nurture --> associaties
○ nabijheid (contiguity) = zaken die zich dicht bij elkaar in tijd/ruimte afspelen raken Hoe wordt inzicht Logica en intuïtie leiden tot Data & theorievorming leiden
geassocieerd verkregen? inzicht tot inzicht
○ frequentie (frequency) = hoe vaker gerelateerde zaken samen ervaren worden, Wat is geheugen? De brug tussen perceptuele Associaties tussen gevoelens,
des te sterker de associatie en rationele wereld stimuli en gebeurtenissen
○ gelijkvormigheid (similarity) = als twee zaken overeen komen in vorm en functie,
Nature / nurture Nature Nurture
dan roept de ervaring van de ene de andere op
2. start van de experimentele psychologie (1880 - 1920)
grondlegger = William James --> ''geheugen is een associatief proces'' Q: William James was een groot aanhanger van het idee dat
geheugens bestaan uit een netwerk van geassocieerde elementen
Hermann Ebbinghaus (test zichzelf) --> retention time die samen een gebeurtenis beschrijven. Hij nam dit vrij letterlijk
➢ woordenlijstje leren, daarna voor bepaalde tijd wegleggen door aan te nemen dit netwerk overeen zou komen met fysieke
➢ het meeste vergeten vindt plaats vlak na het leren verbindingen in de hersenen. Hij was zijn tijd daarmee ver vooruit.
Probeer met de kennis die je op dit moment hebt over leren en
Ivan Pavlov --> klassieke conditionering geheugen te bedenken en te beschrijven of James’ aanname nog
➢ individu leert een associatie tussen twee stimuli steeds klopt in de huidige tijd.
➢ hond krijgt na horen belletje eten --> bel zorgt voor kwijlen
Edward Thorndike --> operante conditionering A: Het is niet zo dat we verwachten dat een netwerk van geassocieerde elemententen op
➢ dieren moesten leren om uit kooi te ontsnappen (latency) voor een reward dezelfde manier in het brein terug te vinden is. Maar, het is wel zo dat cognitieve
○ law of effect: processen die gedrag beïnvloeden zoals leren en geheugen door netwerken van
○ positieve uitkomst versterkt gedrag hersencellen worden bewerkstelligd. Deze neuronen zijn onderling verbonden door
○ negatieve uitkomst verzwakt gedrag synaptische verbindingen. James veronderstelling houdt dus deels stand in de huidige tijd.
3. John Watson --> behaviorisme (1920 - 1950)
➢ behaviorisme = psychologie moet zich uitsluitend bezighouden met gedrag dat
geobserveerd kan worden --> interne mentale processen (bewustzijn,
geheugen, gedachten) moeten buiten beschouwing worden gelaten
rat moet leren navigeren in maze om kaas te vinden --> verschillende strategieën
➢ stimulus respons --> hier naar links / rechts --> dus ratten werden sensorisch
leren en geheugen Pagina 2
, ➢ stimulus respons --> hier naar links / rechts --> dus ratten werden sensorisch
gedepriveerd (snorharen verwijderd)
➢ Skinner box = operante leeromgeving --> associaties lichtknopjes etc.
Donald Webb --> cells that fire together wire together
4. Edward Tolman --> cognitieve benadering (1950 - heden)
➢ synaptische plasticiteit = als twee cellen samen actief zijn, wordt de
➢ Tolman: ''gedrag van mens en dier bestaat niet alleen uit stimulus-respons
verbinding (synaps) versterkt
reflexen maar ze kunnen ook gedrag uitvoeren met de intentie een doel te
➢ long-term potentiation
bereiken''
➢ referentiepunten omgeving --> concept cognitieve map
lange termijn geheugen
➢ ratten leerden spatiële lay-out van dolhof kennen (ook met geblokkeerde routes)
➢ patiënt H.M. --> deel van hersenen inclusief hippocampus werd verwijderd
voor epilepsie
engram = neurale representatie van een geheugenspoor
➢ beschadigde gedeeltes van brein om te bekijken of dit gevolg had op geheugen
modellen van het geheugen
➢ fysieke representatie (engram) van een herinnering bevindt zich niet op één plek
➢ connectionistische modellen --> herinneringen gecodeerd aan de hand van
in de hersenen, maar door de hele hersenen heen
knopen --> overlap in termen
Edward Tolman was opgeleid als een behaviorist maar toonde aan in een experiment waarin
ratten in een doolhof op zoek moesten naar een voedsel beloning dat het gedachtengoed van
het behaviorisme niet al het gedrag kan verklaren.
a. Waardoor wordt het gedrag van een organisme gestuurd volgens behavioristen? in cognitieve stroming komt samen:
Volgens stimulus – respons relaties / via motor patronen, vaste combinaties van acties die in ➢ voortgaande studie naar gedrag mens en dier
een bepaalde volgorde dienen uitgevoerd te worden (bv bij stimulus X ga rechtsaf ; ga linksaf, ➢ betrekken van mentale processen (intentie / gedachten / geheugen) in de studie naar
linksaf en dan rechtsaf). gedrag
➢ begrijpen van hersenprocessen op cellulair niveau
b. Beschrijf kort ten minste 1 observatie die leidde tot Tolmans conclusie. ➢ erkennen dat er veel verschillende vormen van leren en geheugen zijn
Ratten in een doolhof konden eenvoudig de uitgang met het voer vinden, ook als de i) de eerder ➢ ontwikkeling van mathematische modellen
gebruikte route was geblokkeerd of ii) ze op een andere plek in het doolhof startten.
c. Leg kort uit waarom deze observatie niet overeenkomt met wat behavioristen zouden
verwachten.
i) Als een bekende route geblokkeerd zou is, kan een vaststaand programma van acties niet
meer worden uitgevoerd. Behavioristen zouden dan niet verwachten dat de ratten een andere
route zouden kennen maar verwachten dat ze blijven proberen langs de blokkade te komen en
uiteindelijk gefrustreerd afhaken. ii) Als de getrainde ratten op een andere plek in het doolhof
starten en hun motorprogramma uitvoeren zoals de behavioristen verwachtten komen ze niet
bij het voer terecht maar op een andere plek in het doolhof of ze zouden ergens tijdens de route
niet meer verder kunnen doordat ze rechtsaf willen slaan op een plek waar dat niet kan en niet
weten wat ze zouden moeten doen
Een belangrijke reden waarom de cognitieve neurowetenschappen als veld enorm gegroeid is,
is door de ontwikkeling van de technologie die gebruikt wordt om de hersenen in combinatie
met gedrag te bestuderen. Probeer een aantal technologische ontwikkelingen te noemen en de
reden te beschrijven waarom die een enorme boost hebben gegeven aan de cognitieve
neurowetenschappen.
➢ in vivo electrodes --> het meten van brein en gedrag in 1 experiment
➢ toenemende resolutie van imaging technieken (PET / fMRI)
➢ technieken om kleine delen van menselijke brein uit te schakelen / stimuleren (TMS)
➢ optogenetica
leren en geheugen Pagina 3
, ✅hc2 L&G van zich herhalende stimuli (impliciet geheugen) - de Gee
29/10/25
maandag 27 oktober 2025 12:56
lange termijn geheugen
➢ declaratief geheugen - expliciet - bewust
○ autobiografisch geheugen (episodisch) --> gebeurtenissen
○ semantisch geheugen --> feiten
➢ procedurele geheugen - impliciet - onbewust
○ vaardigheden
○ priming
○ conditionering
○ non-associatief leren (zich herhalende stimuli)
▪ geen koppeling zoals bij klassieke conditionering
▪ verandering in gedrag op basis van herhaling of intensiteit van één stimulus
non-associatief leren: habituatie
habituatie = afname van kracht of frequentie van een respons na herhaalde blootstelling aan een stimulus
➢ voordeel --> stelt ons in staat om irrelevante informatie te filteren
➢ open staan voor onverwachte gebeurtenissen
➢ bv. rat die herhaaldelijk een hard geluid hoort --> reactie wordt minder
neurale basis van habituatie
aplysia (zeeslak) met kieuw en syphon voordelig om te onderzoeken want
➢ heeft slechts 20.000 neuronen
➢ neuronen zijn relatief groot en met het blote oog te zien
➢ hardwired --> elke zeeslak heeft precies hetzelfde brein
bij aanraking syphon --> terugtrekking kieuw
➢ HABITUATIE treedt op ! ! --> terugtrekrespons wordt zwakker bij meer herhalingen stimulus
communicatie sensory neuron S en motor neuron M
➢ bij aankomst actiepotentiaal presynaps --> voltage-gated calcium kanalen gaan open --> calcium zorgt
voor loslaten vesicle met neurotransmitter in synaps
neural signalling
potentiële mechanismen ➢ binnen een neuron = elektrische transmissie
➢ NEE: sensory neuron S vuurt minder actiepotentialen ➢ tussen neurons = chemische transmissie
○ na habituatie vuurt sensory neuron S dezelfde hoeveelheid actiepotentialen
➢ NEE: motor neuron M bevat minder receptoren voor neurotransmitter
○ aantal receptoren op post-synaptisch membraan van neuron M blijft hetzelfde
➢ JA: minder neurotransmitter (glutamaat) afgifte vanuit pre-synaptisch membraan van sensory neuron S
○ tijdens habituatie wordt er minder en minder neurotransmitter afgegeven
○ er is evenveel glutamaat beschikbaar in de pre-synaptische membraan MAAR er worden minder
vesicles gedockt --> reden nog niet bekend
➢ JA: minder synapsen tussen sensory neuron S en motor neuron M
○ bij langdurig habituatie proces (dagen!) komen er ook minder verbindingen
habituatie is ''homosynaptic'' = stimulus SPECIFIEK
➢ het effect van minder docking van vesicles en dus minder glutamaat in synaptische spleet
vindt ALLEEN plaats in synapsen die op dat moment actief zijn tijdens habituatie
➢ bij aanraking tail --> wel gewoon sterke respons
➢ bv. rat die herhaaldelijk een hard geluid hoort --> reactie is wel gewoon weer groot bij
ander geluid
non-associatief leren: sensitisatie
sensitisatie = een versterking van de kracht of frequentie van een respons na een stimulus
bij aanraking syphon --> terugtrekking kieuw
➢ terugtrekrespons wordt zwakker bij meer herhalingen stimulus (habituatie!)
➢ toedienen elektrische schok aan staart --> vervolgens aanraking syphon --> zeer sterke terugtrekrespons
van kieuw (sensitisatie!)
bij toedienen elektrische schok aan staart --> extra groep interneuronen in breinstam wordt gerecruteerd -->
geven de neuromodulator serotonine af in GEHELE BREIN (heterosynaptic)
➢ sensitisatie is ''heterosynaptic'' = stimulus ONSPECIFIEK --> komt OVERAL in brein, ALLE synapsen
➢ neuromodulator speelt geen rol in directe synaptische transmissie --> moduleert wat er in synaps
plaatsvindt
serotonine komt in pre-synaptisch membraan sensorisch neuron S --> kaliumkanalen laten minder kalium door --> langere
repolarisatie van neuron --> langere activiteit van calciumkanalen --> meer calcium in cel --> meer afgifte glutamaat
➢ actiepotentiaal = natrium komt cel binnen (depolarisatie) --> kalium gaat cel uit (repolarisatie)
➢ dus SEROTONINE: ALS je vuurt, laat dan EXTRA VEEL glutamaat af
verschil habituatie / sensitisatie --> de rol van serotonine
➢ als de stimulus echt heel vervelend (schok) is rekruteer je het serotoninesysteem
➢ als de stimulus een beetje vervelend is (aanraking syphon) gebeurt dat niet
habituatie sensitisatie
leren en geheugen Pagina 4
maandag 27 oktober 2025 12:50
week 1 week 4
pluspunten ➢ krugers niet te verstaan
➢ colleges van de Gee zeer goed te volgen ➢ Mejias moeilijk te verstaan met accent en college te lang
➢ fijn dat de colleges op tijd stoppen ! ! voor terugkijken, niet zo volgepropt ➢ zelfstudiemodules hebben review nodig veel fouten ''zie dit plaatje'' etc
➢ etalia etc. slides allemaal die week op canvas, voorbereiding
minpunten
➢ rumoer in de zaal
➢ HDMI kabel haperde bij eerste college van Kessel
je wil docenten van elk vakgebied, maar engels van meijas niet goed te volgen
leren en geheugen Pagina 1
,✅hc1 fundamentele thema's in de psychologie - Krugers 27/10/25
maandag 27 oktober 2025 12:50
INTRODUCTIE
leren en geheugen --> zeer oud maar nog steeds actueel onderwerp
➢ tijd belangrijk concept --> het NU is perceptie, het VERLEDEN is geheugen
○ alleen dieren die tijd ervaren hebben een geheugen
○ orgaan van tijd waarnemen is ook orgaan van herinneren
leren = het proces waarbij ervaring / interactie met de omgeving resulteert in verandering van
gedrag
geheugen = totale pakket aan ervaringen dat is opgeslagen in ons brein
➢ sensorisch geheugen --> wat we zien / horen / ruiken (heel kort)
➢ werkgeheugen --> hippocampus
➢ lange termijn geheugen
○ declaratief geheugen (bewust)
▪ autobiografisch geheugen (episodisch) --> gebeurtenissen
▪ semantisch geheugen --> feiten
○ procedurele geheugen (onbewust) --> vaardigheden en gewoontes
geheugen is veranderlijk / dynamisch --> geheugen kan sterker / zwakker worden, betere /
mindere kwaliteit
retrieval
➢ bij onvoldoende cues kan een herinnering niet meer naar boven komen
➢ overlap tussen herinneringen
➢ pathologisch (amnesie)
○ retrograde amnesie = geen toegang meer tot oude herinneringen
○ Alzheimer
consolidatie
➢ anterograde amnesie = geen vorming meer van nieuwe herinneringen
➢ onbetrouwbare 'flashbulb' = zeer sterke herinnering maar minder precies
➢ reconsolidatie --> tijdens retrieval moet geheugenspoor opnieuw worden aangelegd -->
geheugenspoor is eigenlijk vrij instabiel
○ gevoelig voor beïnvloeding
3 stappen in verwerking van informatie (retentie) encoding
➢ encoding --> opnemen van informatie ➢ inflexibel gedrag --> soms zijn herinneringen heel sterk --> mechanisme van
➢ consolidatie --> vastleggen van informatie in hersenen verslavingsgedrag
➢ retrieval --> oproepen van informatie
perfect geheugen is dus eigenlijk niet mogelijk --> geheugenspoor is GEEN identieke kopie van
de ervaring computationele modellen…
➢ vergeten is noodzakelijk ➢ versimpelt een complex systeem
➢ kan een experiment proefdraaien zonder proefpersonen / -dieren
verschillende disciplines ➢ produceert concrete theorieën en hypothesen
➢ neurobiologie (cellulair niveau) --> neurotransmitters, synapsen, plasticiteit ➢ kan een verklaring geven voor gevonden onderzoeksresultaten
➢ psychologie (gedragsniveau) --> modellen van gedrag / cognitie
➢ neurowetenschappen (brein - gedrag) --> veranderingen in hersenen
FUNDAMENTELE THEMA'S
de geschiedenis van leren & geheugen verliep als volgt
Plato Aristoteles
1. filosofie en het vroege denken (400BC - 1880) Hoe ontstaat Alle kennis is aanwezig bij Alle kennis is het gevolg van
➢ Plato --> alle kennis aanwezig bij geboorte / rationalist / nature kennis? geboorte (Nativist) waarneming
➢ Aristoteles --> kennis is gevolg van waarneming / nurture --> associaties
○ nabijheid (contiguity) = zaken die zich dicht bij elkaar in tijd/ruimte afspelen raken Hoe wordt inzicht Logica en intuïtie leiden tot Data & theorievorming leiden
geassocieerd verkregen? inzicht tot inzicht
○ frequentie (frequency) = hoe vaker gerelateerde zaken samen ervaren worden, Wat is geheugen? De brug tussen perceptuele Associaties tussen gevoelens,
des te sterker de associatie en rationele wereld stimuli en gebeurtenissen
○ gelijkvormigheid (similarity) = als twee zaken overeen komen in vorm en functie,
Nature / nurture Nature Nurture
dan roept de ervaring van de ene de andere op
2. start van de experimentele psychologie (1880 - 1920)
grondlegger = William James --> ''geheugen is een associatief proces'' Q: William James was een groot aanhanger van het idee dat
geheugens bestaan uit een netwerk van geassocieerde elementen
Hermann Ebbinghaus (test zichzelf) --> retention time die samen een gebeurtenis beschrijven. Hij nam dit vrij letterlijk
➢ woordenlijstje leren, daarna voor bepaalde tijd wegleggen door aan te nemen dit netwerk overeen zou komen met fysieke
➢ het meeste vergeten vindt plaats vlak na het leren verbindingen in de hersenen. Hij was zijn tijd daarmee ver vooruit.
Probeer met de kennis die je op dit moment hebt over leren en
Ivan Pavlov --> klassieke conditionering geheugen te bedenken en te beschrijven of James’ aanname nog
➢ individu leert een associatie tussen twee stimuli steeds klopt in de huidige tijd.
➢ hond krijgt na horen belletje eten --> bel zorgt voor kwijlen
Edward Thorndike --> operante conditionering A: Het is niet zo dat we verwachten dat een netwerk van geassocieerde elemententen op
➢ dieren moesten leren om uit kooi te ontsnappen (latency) voor een reward dezelfde manier in het brein terug te vinden is. Maar, het is wel zo dat cognitieve
○ law of effect: processen die gedrag beïnvloeden zoals leren en geheugen door netwerken van
○ positieve uitkomst versterkt gedrag hersencellen worden bewerkstelligd. Deze neuronen zijn onderling verbonden door
○ negatieve uitkomst verzwakt gedrag synaptische verbindingen. James veronderstelling houdt dus deels stand in de huidige tijd.
3. John Watson --> behaviorisme (1920 - 1950)
➢ behaviorisme = psychologie moet zich uitsluitend bezighouden met gedrag dat
geobserveerd kan worden --> interne mentale processen (bewustzijn,
geheugen, gedachten) moeten buiten beschouwing worden gelaten
rat moet leren navigeren in maze om kaas te vinden --> verschillende strategieën
➢ stimulus respons --> hier naar links / rechts --> dus ratten werden sensorisch
leren en geheugen Pagina 2
, ➢ stimulus respons --> hier naar links / rechts --> dus ratten werden sensorisch
gedepriveerd (snorharen verwijderd)
➢ Skinner box = operante leeromgeving --> associaties lichtknopjes etc.
Donald Webb --> cells that fire together wire together
4. Edward Tolman --> cognitieve benadering (1950 - heden)
➢ synaptische plasticiteit = als twee cellen samen actief zijn, wordt de
➢ Tolman: ''gedrag van mens en dier bestaat niet alleen uit stimulus-respons
verbinding (synaps) versterkt
reflexen maar ze kunnen ook gedrag uitvoeren met de intentie een doel te
➢ long-term potentiation
bereiken''
➢ referentiepunten omgeving --> concept cognitieve map
lange termijn geheugen
➢ ratten leerden spatiële lay-out van dolhof kennen (ook met geblokkeerde routes)
➢ patiënt H.M. --> deel van hersenen inclusief hippocampus werd verwijderd
voor epilepsie
engram = neurale representatie van een geheugenspoor
➢ beschadigde gedeeltes van brein om te bekijken of dit gevolg had op geheugen
modellen van het geheugen
➢ fysieke representatie (engram) van een herinnering bevindt zich niet op één plek
➢ connectionistische modellen --> herinneringen gecodeerd aan de hand van
in de hersenen, maar door de hele hersenen heen
knopen --> overlap in termen
Edward Tolman was opgeleid als een behaviorist maar toonde aan in een experiment waarin
ratten in een doolhof op zoek moesten naar een voedsel beloning dat het gedachtengoed van
het behaviorisme niet al het gedrag kan verklaren.
a. Waardoor wordt het gedrag van een organisme gestuurd volgens behavioristen? in cognitieve stroming komt samen:
Volgens stimulus – respons relaties / via motor patronen, vaste combinaties van acties die in ➢ voortgaande studie naar gedrag mens en dier
een bepaalde volgorde dienen uitgevoerd te worden (bv bij stimulus X ga rechtsaf ; ga linksaf, ➢ betrekken van mentale processen (intentie / gedachten / geheugen) in de studie naar
linksaf en dan rechtsaf). gedrag
➢ begrijpen van hersenprocessen op cellulair niveau
b. Beschrijf kort ten minste 1 observatie die leidde tot Tolmans conclusie. ➢ erkennen dat er veel verschillende vormen van leren en geheugen zijn
Ratten in een doolhof konden eenvoudig de uitgang met het voer vinden, ook als de i) de eerder ➢ ontwikkeling van mathematische modellen
gebruikte route was geblokkeerd of ii) ze op een andere plek in het doolhof startten.
c. Leg kort uit waarom deze observatie niet overeenkomt met wat behavioristen zouden
verwachten.
i) Als een bekende route geblokkeerd zou is, kan een vaststaand programma van acties niet
meer worden uitgevoerd. Behavioristen zouden dan niet verwachten dat de ratten een andere
route zouden kennen maar verwachten dat ze blijven proberen langs de blokkade te komen en
uiteindelijk gefrustreerd afhaken. ii) Als de getrainde ratten op een andere plek in het doolhof
starten en hun motorprogramma uitvoeren zoals de behavioristen verwachtten komen ze niet
bij het voer terecht maar op een andere plek in het doolhof of ze zouden ergens tijdens de route
niet meer verder kunnen doordat ze rechtsaf willen slaan op een plek waar dat niet kan en niet
weten wat ze zouden moeten doen
Een belangrijke reden waarom de cognitieve neurowetenschappen als veld enorm gegroeid is,
is door de ontwikkeling van de technologie die gebruikt wordt om de hersenen in combinatie
met gedrag te bestuderen. Probeer een aantal technologische ontwikkelingen te noemen en de
reden te beschrijven waarom die een enorme boost hebben gegeven aan de cognitieve
neurowetenschappen.
➢ in vivo electrodes --> het meten van brein en gedrag in 1 experiment
➢ toenemende resolutie van imaging technieken (PET / fMRI)
➢ technieken om kleine delen van menselijke brein uit te schakelen / stimuleren (TMS)
➢ optogenetica
leren en geheugen Pagina 3
, ✅hc2 L&G van zich herhalende stimuli (impliciet geheugen) - de Gee
29/10/25
maandag 27 oktober 2025 12:56
lange termijn geheugen
➢ declaratief geheugen - expliciet - bewust
○ autobiografisch geheugen (episodisch) --> gebeurtenissen
○ semantisch geheugen --> feiten
➢ procedurele geheugen - impliciet - onbewust
○ vaardigheden
○ priming
○ conditionering
○ non-associatief leren (zich herhalende stimuli)
▪ geen koppeling zoals bij klassieke conditionering
▪ verandering in gedrag op basis van herhaling of intensiteit van één stimulus
non-associatief leren: habituatie
habituatie = afname van kracht of frequentie van een respons na herhaalde blootstelling aan een stimulus
➢ voordeel --> stelt ons in staat om irrelevante informatie te filteren
➢ open staan voor onverwachte gebeurtenissen
➢ bv. rat die herhaaldelijk een hard geluid hoort --> reactie wordt minder
neurale basis van habituatie
aplysia (zeeslak) met kieuw en syphon voordelig om te onderzoeken want
➢ heeft slechts 20.000 neuronen
➢ neuronen zijn relatief groot en met het blote oog te zien
➢ hardwired --> elke zeeslak heeft precies hetzelfde brein
bij aanraking syphon --> terugtrekking kieuw
➢ HABITUATIE treedt op ! ! --> terugtrekrespons wordt zwakker bij meer herhalingen stimulus
communicatie sensory neuron S en motor neuron M
➢ bij aankomst actiepotentiaal presynaps --> voltage-gated calcium kanalen gaan open --> calcium zorgt
voor loslaten vesicle met neurotransmitter in synaps
neural signalling
potentiële mechanismen ➢ binnen een neuron = elektrische transmissie
➢ NEE: sensory neuron S vuurt minder actiepotentialen ➢ tussen neurons = chemische transmissie
○ na habituatie vuurt sensory neuron S dezelfde hoeveelheid actiepotentialen
➢ NEE: motor neuron M bevat minder receptoren voor neurotransmitter
○ aantal receptoren op post-synaptisch membraan van neuron M blijft hetzelfde
➢ JA: minder neurotransmitter (glutamaat) afgifte vanuit pre-synaptisch membraan van sensory neuron S
○ tijdens habituatie wordt er minder en minder neurotransmitter afgegeven
○ er is evenveel glutamaat beschikbaar in de pre-synaptische membraan MAAR er worden minder
vesicles gedockt --> reden nog niet bekend
➢ JA: minder synapsen tussen sensory neuron S en motor neuron M
○ bij langdurig habituatie proces (dagen!) komen er ook minder verbindingen
habituatie is ''homosynaptic'' = stimulus SPECIFIEK
➢ het effect van minder docking van vesicles en dus minder glutamaat in synaptische spleet
vindt ALLEEN plaats in synapsen die op dat moment actief zijn tijdens habituatie
➢ bij aanraking tail --> wel gewoon sterke respons
➢ bv. rat die herhaaldelijk een hard geluid hoort --> reactie is wel gewoon weer groot bij
ander geluid
non-associatief leren: sensitisatie
sensitisatie = een versterking van de kracht of frequentie van een respons na een stimulus
bij aanraking syphon --> terugtrekking kieuw
➢ terugtrekrespons wordt zwakker bij meer herhalingen stimulus (habituatie!)
➢ toedienen elektrische schok aan staart --> vervolgens aanraking syphon --> zeer sterke terugtrekrespons
van kieuw (sensitisatie!)
bij toedienen elektrische schok aan staart --> extra groep interneuronen in breinstam wordt gerecruteerd -->
geven de neuromodulator serotonine af in GEHELE BREIN (heterosynaptic)
➢ sensitisatie is ''heterosynaptic'' = stimulus ONSPECIFIEK --> komt OVERAL in brein, ALLE synapsen
➢ neuromodulator speelt geen rol in directe synaptische transmissie --> moduleert wat er in synaps
plaatsvindt
serotonine komt in pre-synaptisch membraan sensorisch neuron S --> kaliumkanalen laten minder kalium door --> langere
repolarisatie van neuron --> langere activiteit van calciumkanalen --> meer calcium in cel --> meer afgifte glutamaat
➢ actiepotentiaal = natrium komt cel binnen (depolarisatie) --> kalium gaat cel uit (repolarisatie)
➢ dus SEROTONINE: ALS je vuurt, laat dan EXTRA VEEL glutamaat af
verschil habituatie / sensitisatie --> de rol van serotonine
➢ als de stimulus echt heel vervelend (schok) is rekruteer je het serotoninesysteem
➢ als de stimulus een beetje vervelend is (aanraking syphon) gebeurt dat niet
habituatie sensitisatie
leren en geheugen Pagina 4