1. Wat is structuur
- sociale structuur gaat niet om de inhoud (ideeën, waarden), maar over
de vorm van de menselijke samenleving posities die mensen in nemen
+ relaties tussen die posities
Heeft een impact op ons handelen
Bv: sociale structuur bij apen er is een alfa (= fysiek dominant) en
de grote massa
Als de alfa ergens komt begroet de rest hem + alfa verdeelt het
eten en de vrouwen & regelt geschillen
De alfa (baas) zorgt voor orde, harmonie en samenwerking
De jonge apen worden ouder en beginnen een beetje te rebelleren
(het gezag van de alfa de ondermijnen & uitdagen)(bv: niet meer
groeten, stenen gooien)
Zie video
Zelfde met onze politiek
- We kunnen ons fikseren op gepraat, inhoud, ideeën maar wat we doen is
grotendeels bepaald op wat onze positie is in een groep (structurele visie)
Positie bepaalt wat we moeten doen, wat onze verplichtingen/visies
zijn, coalitiekansen logica der dingen zit vast aan die positie en de
inhoud doet er niet altijd toe
Bv: bedrijven hebben een concurrentiele positie met elkaar dan
probeer je je positie te verbeter (bv: loonkosten verminderen)
Wat de bedrijfsleider denkt/wil doet er niet zoveel toe hij doet
wat logisch is vanuit zijn positie die dwang bepaalt
grotendeels ons handelen
Mix van deze 4 samen staat centraal in sociale
wetenschap
, 2. Problemen bij het handelen in groep
- Het groepsleven is chaotisch in pure groep krijg je strijd, inefficiëntie
hoe meer groepsleden, hoe complexer
Een dyade (= groep van 2 personen) iedereen controleert de
groep want je hebt volledig zicht op de relatie (er is maar 1
relatie)(niet zo interessant)
Een triade (= groep van 3 personen) altijf 1 relatie waar je
geen zicht op hebt A weet niet wat B en C samen doen
(kunnen bv achter je rug dingen doen) vanaf het moment dat
je met 3 bent kunnen er coalities gevormd worden (= interessant
voor het sociale leven)
Bv: je hebt veel meer onderlinge relaties als je 3 kinderen
hebt dan 2
- Groepen zijn complex, waarom?
Je hebt veel indirecte kennis (je hebt enkel rechtstreeks zicht op jouw
relatie met anderen, maar niet wat anderen met elkaar doen)
daarom netwerken wij veel, proberen informatiestromen in de groep
te controleren
In groepen zijn de leden interdependent (wederzijds afhankelijk)
waardoor je deels onvrij bent (altijd kans dat mensen niet
meewerken, ruzie, …) je moet met elkaar samenwerken als je
vooruit wil geraken
Oncontroleerbaarheid ondanks alle afspraken heb je nooit volledig
in de hand wat er gebeurt (groepen zijn dynamisch)
We zouden samenleving kunnen zien als soort poging om met die
complexiteit om te gaan
- (pogingen tot) oplossingen die mensen hanteren?
1.Macht inzetten je hebt macht over iemand als je iemand iets kan
laten doen/tegenhouden om iets te doen, ondanks het feit dat die dat
niet wil (weerstand)
Bv: je zegt tegen je kinderen dat ze mee moeten afwassen,
anders krijgen ze geen zakgeld ze luisteren = gedrag
beïnvloed
Als je meer machtsbronnen (= schaarse middel bv: geld,
prestige, eigenddom, talent, info, schoonheid, …) dan je
tegenstander kan je die inzetten om andere te dwingen iets (niet)
te doen macht uitoefenen
Bv: op huizenmarkt jij bent in staat om huis wel/niet te
kopen o.b.v. schaarse middelen (geld) anderen kunnen het
huis dan niet kopen door jou (vb. van eocnomische
machtsuitoefening)
Bv: Hazard heeft talent beslist zelf of hij hamburger eet of
niet, trainer heeft hem nodig dus heeft eig niets te zeggen
- sociale structuur gaat niet om de inhoud (ideeën, waarden), maar over
de vorm van de menselijke samenleving posities die mensen in nemen
+ relaties tussen die posities
Heeft een impact op ons handelen
Bv: sociale structuur bij apen er is een alfa (= fysiek dominant) en
de grote massa
Als de alfa ergens komt begroet de rest hem + alfa verdeelt het
eten en de vrouwen & regelt geschillen
De alfa (baas) zorgt voor orde, harmonie en samenwerking
De jonge apen worden ouder en beginnen een beetje te rebelleren
(het gezag van de alfa de ondermijnen & uitdagen)(bv: niet meer
groeten, stenen gooien)
Zie video
Zelfde met onze politiek
- We kunnen ons fikseren op gepraat, inhoud, ideeën maar wat we doen is
grotendeels bepaald op wat onze positie is in een groep (structurele visie)
Positie bepaalt wat we moeten doen, wat onze verplichtingen/visies
zijn, coalitiekansen logica der dingen zit vast aan die positie en de
inhoud doet er niet altijd toe
Bv: bedrijven hebben een concurrentiele positie met elkaar dan
probeer je je positie te verbeter (bv: loonkosten verminderen)
Wat de bedrijfsleider denkt/wil doet er niet zoveel toe hij doet
wat logisch is vanuit zijn positie die dwang bepaalt
grotendeels ons handelen
Mix van deze 4 samen staat centraal in sociale
wetenschap
, 2. Problemen bij het handelen in groep
- Het groepsleven is chaotisch in pure groep krijg je strijd, inefficiëntie
hoe meer groepsleden, hoe complexer
Een dyade (= groep van 2 personen) iedereen controleert de
groep want je hebt volledig zicht op de relatie (er is maar 1
relatie)(niet zo interessant)
Een triade (= groep van 3 personen) altijf 1 relatie waar je
geen zicht op hebt A weet niet wat B en C samen doen
(kunnen bv achter je rug dingen doen) vanaf het moment dat
je met 3 bent kunnen er coalities gevormd worden (= interessant
voor het sociale leven)
Bv: je hebt veel meer onderlinge relaties als je 3 kinderen
hebt dan 2
- Groepen zijn complex, waarom?
Je hebt veel indirecte kennis (je hebt enkel rechtstreeks zicht op jouw
relatie met anderen, maar niet wat anderen met elkaar doen)
daarom netwerken wij veel, proberen informatiestromen in de groep
te controleren
In groepen zijn de leden interdependent (wederzijds afhankelijk)
waardoor je deels onvrij bent (altijd kans dat mensen niet
meewerken, ruzie, …) je moet met elkaar samenwerken als je
vooruit wil geraken
Oncontroleerbaarheid ondanks alle afspraken heb je nooit volledig
in de hand wat er gebeurt (groepen zijn dynamisch)
We zouden samenleving kunnen zien als soort poging om met die
complexiteit om te gaan
- (pogingen tot) oplossingen die mensen hanteren?
1.Macht inzetten je hebt macht over iemand als je iemand iets kan
laten doen/tegenhouden om iets te doen, ondanks het feit dat die dat
niet wil (weerstand)
Bv: je zegt tegen je kinderen dat ze mee moeten afwassen,
anders krijgen ze geen zakgeld ze luisteren = gedrag
beïnvloed
Als je meer machtsbronnen (= schaarse middel bv: geld,
prestige, eigenddom, talent, info, schoonheid, …) dan je
tegenstander kan je die inzetten om andere te dwingen iets (niet)
te doen macht uitoefenen
Bv: op huizenmarkt jij bent in staat om huis wel/niet te
kopen o.b.v. schaarse middelen (geld) anderen kunnen het
huis dan niet kopen door jou (vb. van eocnomische
machtsuitoefening)
Bv: Hazard heeft talent beslist zelf of hij hamburger eet of
niet, trainer heeft hem nodig dus heeft eig niets te zeggen