1. Karl Marx
1.1 Maatschappijvisie
Hij vergelijkt de maatschappij met een gebouw
Je hebt de fundering (= infratsructuur)(onderbouw)
= de economie daarop is alles gebaseerd
Organisatie van economie bepaalt hoe politiek, media, religie,
… eruitziet
Je hebt de superstructuur (bovenbouw)
= de instellingen (politiek, media, familie, onderwijs, religie, …)
Superstructuur legitimeert mee de verhoudingen in de
onderbouw
Bv: economie is op bepaalde manier gestructureerd (in ons
geval: kapitalisme) en die bepaalt het politiek systeem EN dat
politiek systeem zal ook het kapitalisme ondersteunen
hetzelfde met religie, media, …
1.1.1 Onderbouw economische productiewijze
Productiekrachten
Productiemiddelen = goederen om andere goederen mee te
maken (bv: grond, machines, gereedschap, …)
Arbeid = nodig om productiemiddelen ‘tot leven te roepen’
Sociale verhoudingen eigendomsrelaties en controlerelaties
Arbeiders
Vrije loonarbeid
Hebben geen bezit
Verkopen arbeidskracht (nodig om te overleven)
Burgerij
Bezitters (machines, fabrieken)
Beschikking over arbeid
Maakt nog extra onderscheid tussen burgerij en grondbezitters
(hun bezit = grond)
Hebben via privékapitaal controle over de productiemiddelen
(hun bezit)
Dominant in de relatie
Dit is allemaal zo in het kapitalisme, maar was niet altijd zo:
Middeleeuwen:
Feodaal systeem
Adel bezat grond en lijfeigenen (DUS geen vrije
loonarbeid, quasi slavernij) moesten werken op
grond van de heer
Adel was ook politieke, juridische & religieuze
macht
, Andere relatie met lijfeigenen dan met arbeiders in
kapitalisme adel domineerde alles op alle
domeinen
Een kapitalist is bv. geen politicus
Gemene (gemeenschappelijke) gronden
Groot stuk land waar mensen vrij gebruik van
konden maken geen privébezit
Het privébezit van productiemiddelen is typisch
voor het kapitalisme
Communisme:
De samenleving bezit de productiemiddelen (geen
privébezit)
Variant daarvan bij ons = de coöperaties
(communistische tint in een kapitalistisch systeem)
Arbeiders die zelf productiemiddelen in bezit
nemen (bv: bakkers)
Marx als je productiemiddelen (fabriek, grond, …) bezit, dan heb je
controle over de economie MAAR heb je het niet, dan ben je gedoemd
om je arbeidskracht te verkopen (zwakste partij in economische relatie)
2 grote klassen:
Proletariërs ALLE bezitlozen (arbeiders)
Bezitters
Klasse = groep mensen die identieke economische
omstandigheden hebben
Volgen bepaalde belangen + leefwijze en cultuur uit
!! tussen de klassen zijn de belangen
tegenstrijdig !! antagonistische relatie tussen
arbeiders en burgerij ALTIJD
o Bv: als de werknemer (arbeider) meer loon vraagt, gaat
dit ten koste van de werkgever (bezitter)
o Bv: staking door arbeiders om hoger loon maakt
werkgevers zenuwachtig want wil zeggen dat ze meer
moeten uitgeven
1.1.2 Bovenbouw
Instituties: recht, religie, staat, …
NIET toevallig gekozen
Bestendigen sociale verhoudingen in de onderbouw
Doel: legitimatie van de (organisatie van de) economie
Dit heb je in ALLE systemen zegt Marx:
Slavernij: wet die slavernij legitimeert
Kastensysteem: religie bepaalt wie waarom in welke kaste
zit (later zou je na een goed leven te leiden door
1.1 Maatschappijvisie
Hij vergelijkt de maatschappij met een gebouw
Je hebt de fundering (= infratsructuur)(onderbouw)
= de economie daarop is alles gebaseerd
Organisatie van economie bepaalt hoe politiek, media, religie,
… eruitziet
Je hebt de superstructuur (bovenbouw)
= de instellingen (politiek, media, familie, onderwijs, religie, …)
Superstructuur legitimeert mee de verhoudingen in de
onderbouw
Bv: economie is op bepaalde manier gestructureerd (in ons
geval: kapitalisme) en die bepaalt het politiek systeem EN dat
politiek systeem zal ook het kapitalisme ondersteunen
hetzelfde met religie, media, …
1.1.1 Onderbouw economische productiewijze
Productiekrachten
Productiemiddelen = goederen om andere goederen mee te
maken (bv: grond, machines, gereedschap, …)
Arbeid = nodig om productiemiddelen ‘tot leven te roepen’
Sociale verhoudingen eigendomsrelaties en controlerelaties
Arbeiders
Vrije loonarbeid
Hebben geen bezit
Verkopen arbeidskracht (nodig om te overleven)
Burgerij
Bezitters (machines, fabrieken)
Beschikking over arbeid
Maakt nog extra onderscheid tussen burgerij en grondbezitters
(hun bezit = grond)
Hebben via privékapitaal controle over de productiemiddelen
(hun bezit)
Dominant in de relatie
Dit is allemaal zo in het kapitalisme, maar was niet altijd zo:
Middeleeuwen:
Feodaal systeem
Adel bezat grond en lijfeigenen (DUS geen vrije
loonarbeid, quasi slavernij) moesten werken op
grond van de heer
Adel was ook politieke, juridische & religieuze
macht
, Andere relatie met lijfeigenen dan met arbeiders in
kapitalisme adel domineerde alles op alle
domeinen
Een kapitalist is bv. geen politicus
Gemene (gemeenschappelijke) gronden
Groot stuk land waar mensen vrij gebruik van
konden maken geen privébezit
Het privébezit van productiemiddelen is typisch
voor het kapitalisme
Communisme:
De samenleving bezit de productiemiddelen (geen
privébezit)
Variant daarvan bij ons = de coöperaties
(communistische tint in een kapitalistisch systeem)
Arbeiders die zelf productiemiddelen in bezit
nemen (bv: bakkers)
Marx als je productiemiddelen (fabriek, grond, …) bezit, dan heb je
controle over de economie MAAR heb je het niet, dan ben je gedoemd
om je arbeidskracht te verkopen (zwakste partij in economische relatie)
2 grote klassen:
Proletariërs ALLE bezitlozen (arbeiders)
Bezitters
Klasse = groep mensen die identieke economische
omstandigheden hebben
Volgen bepaalde belangen + leefwijze en cultuur uit
!! tussen de klassen zijn de belangen
tegenstrijdig !! antagonistische relatie tussen
arbeiders en burgerij ALTIJD
o Bv: als de werknemer (arbeider) meer loon vraagt, gaat
dit ten koste van de werkgever (bezitter)
o Bv: staking door arbeiders om hoger loon maakt
werkgevers zenuwachtig want wil zeggen dat ze meer
moeten uitgeven
1.1.2 Bovenbouw
Instituties: recht, religie, staat, …
NIET toevallig gekozen
Bestendigen sociale verhoudingen in de onderbouw
Doel: legitimatie van de (organisatie van de) economie
Dit heb je in ALLE systemen zegt Marx:
Slavernij: wet die slavernij legitimeert
Kastensysteem: religie bepaalt wie waarom in welke kaste
zit (later zou je na een goed leven te leiden door