Inhoudsopgave
HC1: inleiding............................................................................................................................... 2
HC2: conventionele en kritische benadering.................................................................................. 7
HC3: revolutionair anarchisme, antikolonialisme en radicaal links ................................................ 14
HC4: de vijfde golf: extreemrechts terrorisme............................................................................... 18
HC5: terrorisme als strategie ....................................................................................................... 22
HC6: oorzaken van terrorisme ...................................................................................................... 27
HC7: gastcollege rechtsextremisme in NL .................................................................................... 31
HC8: rol van staat en staatsterrorisme ......................................................................................... 34
HC9: gender en terrorisme ........................................................................................................... 39
HC10: framing van terrorisme ...................................................................................................... 44
HC11: ‘War on Terror’ en securitisatie van contraterrorisme ......................................................... 50
HC12: niet-militaire benaderingen van contraterrorisme ............................................................... 55
HC13: gastcollege beeldvorming Nederlandse moslims................................................................ 59
HC14: alternatieve benaderingen ................................................................................................. 63
1
,HC1: inleiding
WAT IS TERRORISME?
Terrorisme?!?
- Iets wat terrorisme oproept:
o 9/11
o Zaventem: Brussel 2016 grote aanslag op het vliegveld
o Bataclan, Parijs 2015, terroristische aanslag, veel slachtoLers bij gevallen
o Madrid 2004, 10 explosieven gingen af in vier forensentreinen
- Het zijn allemaal gebeurtenissen die in westerse landen plaatsvinden
- Het is een aanslag op een groep burgers die onschuldig zijn (willekeurige
doelwitten)
- Het is door kleine groepen/organisaties, maar we denken nooit dat het door
staten kan
- We denken vooral aan gebeurtenissen die de afgelopen jaren zijn gebeurd, maar
is het niet al een heel oud verschijnsel?
Case 1: Theo van Gogh 2004
- Dader zat bij een groep radicalen moslims
- Theo van Gogh was kritisch op moslims en de islam
- In het briefje dat werd achtergelaten bij zijn lichaam werd iemand anders ook
bedreigd die kritiek had op de islam
- Is dit een terroristische aanslag?
o Nee, want het is geen willekeurige aanslag, het doel met terrorisme is
zoveel mogelijk slachtoLers en angst zaaien
o Ja, want het is wel gericht op één persoon, maar er wordt een bredere
boodschap mee verstuurd dat iedereen moet oppassen die kritiek heeft
- Dus terrorisme is een boodschap die wordt verzonden aan een breder publiek
- Als er een specifiek persoon wordt vermoord, maar wordt wel een boodschap
gestuurd dan is het wel terrorisme
Case 2: Koninginnedag 2009
- 8 mensen gingen dood bij deze aanslag waaronder de bestuurder van de auto
- Hij wilde de koninklijke familie inrijden en had allemaal problemen in zijn leven
- Is dit een terroristische aanslag?
o Ja, want hij wilde een signaal sturen door het op deze dag en plek te doen
o Nee, want het had niet een boodschap en wilde alleen de koninklijke
familie
- Hier kan je twee kanten op:
o Nee, hij had allemaal persoonlijke problemen, dus je weet niet goed wat
hij hier mee wilde bereiken
o Ja, het is wel een politiek doelwit
- Je ziet dat deze discussie ook heel vaak in de rechtszaal terug komt
2
,Case 3: Enschede 2016
- Werden molotovcocktails gegooid naar een moskee
- Dit was brandstichting met een terroristisch oogmerk
- Er waren geen slachtoLers, maar toch was het wel terrorisme
- Het gaat bij terrorisme om geweld en in dit geval tegen een gebouw
Case 4: Peter R. de Vries 2021
- Is dit terrorisme?
o Sommige vinden dat er wel een signaal werd uitgezonden aan anderen
o Het is alleen geen politiek signaal dus het is een twijfelgeval
Case 5: Erasmusbrug Rotterdam 2024
- Steekpartij op de brug met 1 dode
- Verdachte had een ernstige psychische stoornis
- Hij riep allemaal islamitische slogans toen hij de daad deed
- Is dit terrorisme of een daad van een verward persoon?
o OM klaagt hem aan voor moord met een terroristisch oogmerk
o Het is heel moeilijk te zeggen waar ze de grens trekken
- Er moet dus een duidelijk motief zijn
Case 6: Gaza 2023-2025
- Is dit terrorisme?
o Is Israël alleen maar erop uitgegaan om mensen te doden of willen ze een
signaal sturen dat mensen niet bij Gaza gaan en bang worden
o We weten wel dat er bewust burgers worden geraakt
o We weten echter niet wat de gedachtegang van Israël is
Welke aspecten zijn belang in de definitie van terrorisme:
- Angst zaaien
- Groot bereik en een signaal/boodschap versturen
- Politiek motief: bijvoorbeeld regimeverandering, beleidswijziging, etc.
- Gebruik van geweld
- Sprake van motief ßà of is de dader verward
- Groter doel
- Gericht tegen burgers/civiele doelen (burgerslachtoffers)
De definitiekwestie
- Geen consensus: elke staat heeft zijn eigen definitie
- 200 definities verzameld
- Veel definities bevatten de volgende aspecten:
o Vorm van geweld: kan dus tegen mensen of tegen infrastructuur/gebouwen
o Politiek doel
o Gevoelens van angst creëren is deel van strategie
o Boodschap overbrengen
o SlachtoLer van geweld is niet uiteindelijke doel: moet dus een groter doel
aan vastzitten
3
, - Schendt oorlogsrecht
o Doelbewust burgers aanvallen
o Buiten conflictgebied
Belangrijke aspecten
- Doelwit kan willekeurig en gericht zijn
o De moord op John F. Kennedy was dus wel doelgericht, maar het was niet
om een signaal te versturen
o Om deze rede weten we dat het geen terroristisch aspect had
- Terrorisme is een strategie/tactiek en geen actor: iedereen kan dit toepassen
(maar staatsterrorisme wordt meestal buiten beschouwing gelaten)
o Het is een tactiek of strategie: geweld gebruiken om angst te veroorzaken
en zo politieke doelen te bereiken
o Iedereen kan deze tactiek gebruiken: individuen, groepen én zelfs staten
(landen)
o Maar staten wordt vaak geen aandacht besteed, zoals bij IS vs. Assad
à Daarom is het eigenlijk fout om te zeggen: “Dit zijn terroristen”
à Beter is: “Deze actor gebruikt terrorisme”
- Als je een groep alleen een terroristische organisatie noemt, kijk je alleen naar hun
geweld
- Maar in de praktijk doen zulke groepen vaak meer dan alleen geweld: ze bouwen
scholen, helpen zieken, geven voedsel, doen liefdadigheid
o Daardoor steunen sommige burgers deze groepen, ondanks het geweld
o Als je ze dus in één hokje stopt (“terroristen”), zie je niet het hele plaatje,
zoals waarom mensen deze groepen steunen
Waarom geen consensus?
- Staten kunnen het maar niet over eens worden over de definitie van terrorisme
- Het politieke belang:
o Elke staat die wil een definitie die wel van toepassing is op het geweld van
hun vijanden, maar niet op het geweld van henzelf
o Ze gebruiken bijvoorbeeld de definitie National liberation om hun
gewelddadige acties te legitmeren
§ National liberation= de strijd van een volk of groep om zich te
bevrijden van buitenlandse overheersing, koloniale macht of
bezetting
- Leon Wecke:
o Het terrorisme bestaat helemaal niet en een terrorist is ‘iemand die door
een regering terrorist genoemd wordt’
Focus op het westen
- Waar vindt niet-statelijk terroristisch geweld plaats?
- Volgens statistieken:
4