BESCHRIJF HET VERLOOP VAN ATHEROSCLEROSE
- silentieus = achtergrondgegeven, niet gemerkt door patiënt
angina = symptoom dat wijst op onvoldoende perfusie hart
o Ontstaan klachten
- Tijdslijn
o Vanaf jonge leeftijd tot het einde van het leven (80+)
o Evoluteert doorheen ganse leven
doorsnede normale arterie (10-20j)
- Donkerblauwe cirkel = lumen arterie
oranje = endotheellaagje
wit = lamina elastica interna & lichtblauw = tunica media
- Als kind normaal gebouwde arterie
vanaf 20+ ontstaan er bij mensen microscopische veranderen
- Meestal slechts 1 sector van arterie getroffen = excentrisch
o Neo-intima gevormd = weefselschilletje gevormd tussen
lamina interna & endotheel
bestaat uit gladde spiercellen
- Kleine neo-intima heeft nauwelijks invloed op lumen => perfusie orgaan niet belemmerd
- Meer neiging neo-intima te vormen bij overgang van kleine naar grote arterie
Verdikking krijgt andere samenstelling (20-40j)
- Ahteros = centraal = gele schil
o Opgengebarsten, gelyseerde cellen volgepropt met vet
- Atheros centraal als sikkel, afgegrens naar lumen toe dmv stevige neo-intima = prille atheroplaque
- Plaque geen wezenlijke invloed op globale doormeter van arterie
o Geen invloed perfusie => geen symptomatologie
- Silentieus proces continu over verschillende decaden
Volumineuze atheorplaque (>40j)
- Plaque wordt volumineuze door groter wordende centrale atheros
o Perfusie nog steeds silentieus
Doorgang blijft zelfde maar arterie vergroot (40-80j)
- Globale doormeter arteire groter parallel met groter geworden plaque
ZODAT perfusie zo lang mogelijk behouden blijft
- Remodelling = positief = klassiek fenomeen atheroclersoe
- Wit sterretje = accumulatie van inflammatorie cellen
o Clustering = belangrijk kantelmoment
o Inflammatoire cellen zullen lytische enzymen plaatselijk vrijstellen
=> zullen afschermband van atheros naaar lumen afbreken
Inflammatoire cellen = macrofagen & monocyten
1
, - Plaque komt in contact met bloed lumen
o Atheros = pro-trombogeen
o Bloedplaatjes hechten op atheros => klonter/stolsel ontstaat op atheros
o Klonter in direct contact met bloedbaan (op enkele min gevormd)
- Donkerblauw sterretje = kalk
o Bij opruimacties van inflammatoire processsen vorming littekenweefsel & kalkknobbeltje
- Bij gevorderde atherosclerose => aderverkalking getroffen
Ziekteproces
- Plaque heeft decaden nodig om vorm te krijgen
- Plots ontstaan scheur & atheros vormt op enkele minuten tijd een klonter => lumen krimpt
o Klonter kan zelfs heel bloedvat afsluiten => geen perfusie bij achterliggende weefsel
=> weefsel zal afsterven => necrose = infarct
- Maar grote opruimactief => dynamisch proces ontstaat bij stolsel
thrombus als littekenweefsel mee geïntegreerd in atheroplaque
- Proces gaat verder & kan opnieuw scheur voorkomen
HOE GAAT EEN ATHEROOMPLAQUE OVER VAN EEN STABIELE NAAR EEN
VULNERABELE FASE, EN WAT ZIJN HIERVAN DE MOGELIJKE KLINISCHE
GEVOLGEN?
- stabiel => Stevige fibreuze kap
- Vulnerabiliteit = kwetsbaarheid met kans op ruptuur &
trombusvorming
o ziekte gaat tot symptomatologie resulteren
o vulnerabele plaque = kantelmoment van het verloop
- vulnerabele plaque
o in schouderzone inflammatoire cellen & scheur ontstaan
o contact met bloed => ontstaan stolsel
- protrombogene neiging zo sterk dat lumen volledig werd afgesloten => onderbroken orgaanperfusie
o klinisch beeld = infarct
BESCHRIJF DE ENDOTHELIALE CONTROLE VAN DE VAATTONUS.
WELKE ROL SPEELT HET ENDOTHEEL IN DE PATHOGENESE VAN
ATHEROSCLEROSE?
- Endotheel = hoofdrolspeler = cellaag aan binnenzijde van vaatwand
=> centrale rol in regulatie vaattonus
- Functies endotheelcellen
o Scheiden stoffen uit die vaatwand ontspannen
Stikstofmonoxide, prostacycline & EDHF
o NO = vasodilator = diepliggende spierlagen in contact met NO
waardoor relaxatie geïnduceerd wordt => vasodilatatie
o Kan sotffen uitscheiden die vaatvernauwing induceren
Endothelin-1 & thromboxaan A2
Verhouding beide stoffen bepaalt hoe sterk vaatspeir samentrekt
Cruciaal voor doorbloeding, bloeddruk & weefselperfusie
- In celmembraan endotheelcellen muscarine receptoren
o Geactiveerd door circulerend ACh => na activatie gaat intracellulair via L-arginine de
gasvormige NO gevormd worden => NO veroorzaakt vasodilatatie
2
, - Risicofactoren van atherosclerose die effect hebben op niveau van endotheelcellen
=> zorgen voor dysfunctioneel endotheel
o Nicotine bij roken, lipiden problemen, diabetes & hoge bloeddruk
- Dysfunctioneel endotheel heeft weinig tot geen muscarine receptoren in membraan
o GEVOLG: ACh in circulaite aanwezig heeft geen effect muscarine receptor endotheelcel
=> rechtstreeks effect op muscarine receptor in membraan dieper liggende spiercel
=> omgekeerde gedrag gladde spiercel => vasoconstrictie ipv dilatatie
Conclusie: bij dysfunctioneel endotheel veroorzaakt door risicofactoren krijg je regelmatig shift naar
vasoconstrictie
Dysfunctioneel endotheel
- In membraan endotheelcellen aan ene kant verdwijnen muscarine receptoren
MAAR aantal andere receptoren (selectines) komen wel tot expressie
=> chemokines vrijstellen
- Chemokines = stoffen met als doel de ontstekingscellen in circulatie aantrekken
WELKE FYSIOPATHOLOGISCHE ROL SPELEN MONOCYTEN, MACROFAGEN, T-
LYMFOCYTEN & DENDRITISCHE CELLEN EN STAMCELLEN IN HET PROCES VAN
ATHEROSCLEROSE?
- Inflammatoire cellen gaan uit circulatie naar endotheel toegetrokken
- Selectines = CAM’s in membraan van endotheel
- Endotheelcellen stellen chemokines vrij in circulaite
o Doel: inflammatoire cellen in circulatie triggeren om naar vaatwand te gaan
- Inflammatoire cel raakt vaatwand tegen de selectines => vastgeklit
o Bij dysfunctioneel endotheel
- Dysfunctioneel endotheel blijft chemokines vrijstellen => permanente influx inflammatoire cellen
o Maar heeft einde levensduur => regematige vernieuwing door aanvankelijk gezonde
endotheelcellen
Monocyt
- Inflammatoire cellen tegen endotheelcellen gaan door poriën tss endotheelcellen migreren naar
subendotheliale ruimte => naar dieperliggende neo-intima
Ontstekingscellen komen in vaatwand terecht
- Monocyten zullen diferentiëren tot macrofaag
Macrogaaf
- Gaat vetpartikels beginnen fagocyteren & in zich opnemen
o Vetpartikels = LDL cholesterol = slecht
- Macrofaag blijt vetpartikels opnemen & vormt schuimcel = foam cell
o Schuimcel = macrofaag volledig gevuld met LDL
- Macrofaag is onverzadigbaar => blijft fagocyteren tot hij barst & openscheurt vol met LDL
o Inhoud schuimcel komt vrij tss andere omgevende levende cellen
Krijgt mix van schuimcellen, vettig materiaal & gelyseerde schuimcellen = atheros
T-lymfocyten
3
, - Gaan ook uit circulatie naar endotheel
- Belangrijke aansturende rol => via secretie aantal cytokines gevormd door T-cel
=> aan monocyt bevel geven om te differentiëren tot macrofaag
- Tweede rol = aantal van de cytokines
o Gladde spiercellen uit tunica media doorheen poriën lamina elastica interna migreren tot net
onder endotheel & stevige neo-intima die atheros gaat afschermen v/h lumen
Dendritische cel
- Schaars aanwezig
- Globaal aansturende rol
- = APC = antigen-presenterende cel
- Kan na presentatie v/h betreffende Ag een T-cel activeren => T-cel kan taak uitvoeren
o LDL kan fungeren als Ag
o T-cel laat monocyt differentiëren tot macrofaag & begint gladde spiercellen aan te trekken
Stamcellen
- Subtiele maar belangrijke rol
- Oude endotheelcellen moeten vernieuwd worden
- Endotheel herstel => EPC’s uit beenmerg differentiëren tot endotheelcellen
o Dragen bij aan reparatie endotheelbeschadiging
o EPC = endotheel-progenitorcellen
- Ontstekingsbijdrage
o Hemotopoëtische stamcellen in beenmerg leveren monocyten & andere immuuncellen
=> migreren naar vaatwand & dragen bij aan ontsteking, schuimcelvorming & plaque
regressie
- Plaquevorming & instabiliteit
o Stamcellen differentiëren tot gladde spiercellen of fibroblast-achtige cellen
=> kan stabiliserend & destabiliserend werken
WELKE FYSIOPAHTOLOGISCHE ROL SPELEN BLOEDPLAATJES & DE
HEMOSTASECASCADE IN HET PROCES VAN ATHEROSCELROSE?
KADER HIERBIJ OOK DE BELANGRIJKSTE ANTITHROMBOTISCHE BEHANDLEINGEN
ZOALS GEBRUIKT BIJ ATHEROSCLEROSE
Bloedplaatjes
- Thrombi bestaan uit bloedplaatjes & weinig/niet uit fibrine
- Hoge druk gebieden => bloed stroomt snel & dynamisch doorheen arteriën
o Stel stolsel gevormd => cellulair mechanisme nodig => bloedplaatjes
o Fibrine vormen thrombi in lage druk gebied
- Plaque vulnerabel & fibreuze kap dun
plots door vasospasme scheurt kap open => atheros in contact met arteriële bloed dat doorheen
lumen stroomt => bloedplaatjes door contact met atheros geactiveerd
=> gaan vasthechten met componenten die op plaats scheur aanwezig zijn
=> krijgt snel monoloog van plaatjes die gaat afkitten => cascade in beweging gezet door bloedplaatjes
1) Bloedplaatje heeft vastgehecht
o Receptor in membraan bloedplaatje = glycoproteïne 2B3A receptor
2) Receptor geactiveerd => plooit open & maakt ontvankelijk voor fibrinogeen molecule
o Fibrinogeen in circulatie aanwezig & hechten vast op open geplooide 2B3A receptor
4