Werkboek
voor studenten
Burgerlijk Recht 1
1
,Inhoudsopgave
WERKCOLLEGE 1.................................................................................................................3
WERKCOLLEGE 2.................................................................................................................7
WERKCOLLEGE 3...............................................................................................................12
WERKCOLLEGE 5...............................................................................................................20
WERKCOLLEGE 6...............................................................................................................25
WERKCOLLEGE 7...............................................................................................................29
2
,WERKCOLLEGE 1
Te bestuderen literatuur:
Praktisch Verbintenissenrecht:
Hoofdstuk 1: Rechtsfeiten
Onderwerpen:
Het vermogensrecht: goederenrecht en verbintenissenrecht;
Het begrip ‘de verbintenis’;
De begrippen:
- gewoon feit;
- rechtsfeit;
- rechtens relevante handeling;
- bloot rechtsfeit;
- rechtshandeling;
- feitelijke handeling;
Eenzijdige (persoonsgerichte en ongerichte) rechtshandelingen en meerzijdige
rechtshandelingen;
Wederkerige overeenkomsten.
Vraag 1.
Het burgerlijk recht (of: privaatrecht) bestaat uit drie rechtsgebieden: het
vermogensrecht, het personen- en familierecht (boek 1 BW) en het rechtspersonenrecht
(boek 2 BW).
a Wat verstaat de jurist onder ‘vermogen’?
het geheel van op geld waardeerbare rechten en plichten die iemand heeft
b Wat verstaan we onder ‘het vermogensrecht’?
alles op een bepaald tijdstip geldende rechtsregels mbt subjectieve rechten en plichten
die onderdeel van een vermogen kunnen vormen
c In welke boeken van het Burgerlijk Wetboek is het vermogensrecht geplaatst?
3, 6, 7
d Wat verstaat men onder ‘een vermogensrecht’? Noem 2 voorbeelden.
3
, Vraag 2.
Het vermogensrecht bestaat uit twee (sub)rechtsgebieden.
a Welke rechtsgebieden zijn dit?
Verbintenissenrecht en goederenrecht
b Wat is het verschil tussen het goederenrecht en het verbintenissenrecht?
goederenrecht is tussen zaak en persoon, verbintenissenrecht is tussen persoon en
persoon
Vraag 3.
In het verbintenissenrecht kunnen rechtsverhoudingen (of: rechtsrelaties) bestaan
tussen verschillende personen. Over welke ‘personen’ heeft de auteur van ‘Praktisch
Verbintenissenrecht’ het?
natuurlijke personen en rechtspersonen
Vraag 4.
a Wat is een verbintenis?
rechtsrelatie tussen twee personen, waarbij de ene partij verplicht is om prestatie te
leveren, terwijl de andere partij hier recht op heeft
b Samuel (verhuurder) heeft een huurovereenkomst gesloten met Ahmed (huurder).
Welke verbintenissen vloeien voort uit deze overeenkomst?
Samuel moet het huis beschikbaar stellen, Ahmed moet het geld betalen
c Mariëlle heeft een koopovereenkomst gesloten met Robin. Mariëlle koopt een vaas van
Robin ter waarde van € 20. Welke verbintenissen vloeien voort uit deze overeenkomst?
Robin moet de vaas leveren en Marielle moet 20 euro betalen
Vraag 5.
a Wat is een rechtsfeit?
feit met een rechtsgevolg
4
voor studenten
Burgerlijk Recht 1
1
,Inhoudsopgave
WERKCOLLEGE 1.................................................................................................................3
WERKCOLLEGE 2.................................................................................................................7
WERKCOLLEGE 3...............................................................................................................12
WERKCOLLEGE 5...............................................................................................................20
WERKCOLLEGE 6...............................................................................................................25
WERKCOLLEGE 7...............................................................................................................29
2
,WERKCOLLEGE 1
Te bestuderen literatuur:
Praktisch Verbintenissenrecht:
Hoofdstuk 1: Rechtsfeiten
Onderwerpen:
Het vermogensrecht: goederenrecht en verbintenissenrecht;
Het begrip ‘de verbintenis’;
De begrippen:
- gewoon feit;
- rechtsfeit;
- rechtens relevante handeling;
- bloot rechtsfeit;
- rechtshandeling;
- feitelijke handeling;
Eenzijdige (persoonsgerichte en ongerichte) rechtshandelingen en meerzijdige
rechtshandelingen;
Wederkerige overeenkomsten.
Vraag 1.
Het burgerlijk recht (of: privaatrecht) bestaat uit drie rechtsgebieden: het
vermogensrecht, het personen- en familierecht (boek 1 BW) en het rechtspersonenrecht
(boek 2 BW).
a Wat verstaat de jurist onder ‘vermogen’?
het geheel van op geld waardeerbare rechten en plichten die iemand heeft
b Wat verstaan we onder ‘het vermogensrecht’?
alles op een bepaald tijdstip geldende rechtsregels mbt subjectieve rechten en plichten
die onderdeel van een vermogen kunnen vormen
c In welke boeken van het Burgerlijk Wetboek is het vermogensrecht geplaatst?
3, 6, 7
d Wat verstaat men onder ‘een vermogensrecht’? Noem 2 voorbeelden.
3
, Vraag 2.
Het vermogensrecht bestaat uit twee (sub)rechtsgebieden.
a Welke rechtsgebieden zijn dit?
Verbintenissenrecht en goederenrecht
b Wat is het verschil tussen het goederenrecht en het verbintenissenrecht?
goederenrecht is tussen zaak en persoon, verbintenissenrecht is tussen persoon en
persoon
Vraag 3.
In het verbintenissenrecht kunnen rechtsverhoudingen (of: rechtsrelaties) bestaan
tussen verschillende personen. Over welke ‘personen’ heeft de auteur van ‘Praktisch
Verbintenissenrecht’ het?
natuurlijke personen en rechtspersonen
Vraag 4.
a Wat is een verbintenis?
rechtsrelatie tussen twee personen, waarbij de ene partij verplicht is om prestatie te
leveren, terwijl de andere partij hier recht op heeft
b Samuel (verhuurder) heeft een huurovereenkomst gesloten met Ahmed (huurder).
Welke verbintenissen vloeien voort uit deze overeenkomst?
Samuel moet het huis beschikbaar stellen, Ahmed moet het geld betalen
c Mariëlle heeft een koopovereenkomst gesloten met Robin. Mariëlle koopt een vaas van
Robin ter waarde van € 20. Welke verbintenissen vloeien voort uit deze overeenkomst?
Robin moet de vaas leveren en Marielle moet 20 euro betalen
Vraag 5.
a Wat is een rechtsfeit?
feit met een rechtsgevolg
4