Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Literatuur en Arresten

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
17
Geüpload op
09-02-2026
Geschreven in
2025/2026

Samenvatting van 17 pagina's voor het vak Inleiding strafrecht aan de EUR (Samenvatting H8)

Voorbeeld van de inhoud

Voorbeeld Samenvatting Literatuur en Arresten Inleiding Strafrecht 2025-2026



Week 4
Hoofdstuk 8. Opsporing en het voorbereidend onderzoek
Dit is een samenvatting van hoofdstuk 7 en 8, M.J. Kronenberg & B. de Wilde, Grondtrekken van het
Nederlandse Strafrecht, Deventer: Kluwer 2024, tiende druk.

Voorbereidend onderzoek
Wanneer door de politie een strafrechtelijk onderzoek wordt gestart, dan heet dit het
voorbereidend onderzoek. In dit onderzoek wordt onderzocht of er een strafbaar feit is
gepleegd en/of een verdachte kan worden gevonden. Het voorbereidend onderzoek is op twee
manieren voorbereidend:
● Op basis van dit onderzoek zal de officier van justitie bepalen of een verdachte zal
worden gedagvaard óf een strafbeschikking zal ontvangen óf dat de zaak geseponeerd
wordt;
● Het onderzoek dient ter verzameling van bewijsmateriaal waarmee de rechter de vragen
van art. 350 Sv zal kunnen beantwoorden.

Tijdens het voorbereidend onderzoek kan een verdachte worden aangehouden en verhoord. Hij
kan ook voor langere tijd worden vastgehouden. Daarnaast kan zijn telefoon worden afgeluisterd
en zijn post worden onderschept. Hierbij moet wel het legaliteitsbeginsel in acht worden
genomen. Uit de toepassing van deze bevoegdheden kan bewijs voortvloeien.

Het voorbereid onderzoek is het onderzoek dat aan het onderzoek ter terechtzitting voorafgaat
(art. 132 Sv). In de wet wordt voor het voorbereidend onderzoek voornamelijk de term
opsporingsonderzoek gebruikt. Dit onderzoek wordt geregeld in art. 126gg t/m 126ii Sv. Het is
vooral bedoeld om een beeld te krijgen van een bepaalde sector waarvan wordt vermoed dat er
georganiseerde criminaliteit plaatsvindt.

Opsporingsonderzoek
Als er op basis van feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden ontstaat dat er een
strafbaar feit heeft plaatsgevonden, noemen we dit verdenking (vgl. art. 27 Sv.) Vloeit hier
vervolgens een strafrechtelijk onderzoek uit voort, dan noemen we dit een
opsporingsonderzoek. In sommige gevallen, zoals bij georganiseerde criminaliteit, is het toch
wenselijk om een opsporingsonderzoek te bewerkstelligen als er nog geen verdenking bestaat.
Dit noemen we proactief onderzoek.

Opsporing en controle
Er zijn een groot aantal bijzondere wetten die de mogelijkheid bieden om controles uit te voeren.
Hiervoor worden bijzondere bevoegdheden toegekend, ook wel controlebevoegdheden
genoemd. Bijv art. 160 lid 5 WVW. Dit betekent: toezicht op de naleving van de wet. Als er vaak
op onverwachte momenten controles worden uitgevoerd, zullen mensen zich eerder aan de wet
houden. Bij controle wordt onderzoek gedaan, ook al is er geen aanwijzing dat een bepaald
persoon betrokken is bij een strafbaar feit. Het is geen gericht onderzoek. De bevoegdheden die
hierbij komen kijken, worden opsporingsbevoegdheden genoemd.

Opsporing en controle kun je vaak samen zien. Er zijn hierbij twee verschillende situaties te
onderscheiden. Controle en opsporing gaan vaak hand in hand. Hierbij zijn twee soorten
situaties te onderscheiden.
● Situatie 1: Men constateert een feit dat strafbaar is volgens de wet en op grond daarvan
werd gecontroleerd;
● Situatie 2: Men constateert een feit wat strafbaar is gesteld in een andere wet dan de
wet op wiens grond werd gecontroleerd. Bijv. Er wordt een vuurwapen zonder
vergunning gevonden bij een verkeerscontrole.
De controle werd hier uitgevoerd op basis van de WVW, maar het bezitten van een
wapen zonder vergunning is strafbaar gesteld in de Wet wapens en munitie.




4

, Voorbeeld Samenvatting Literatuur en Arresten Inleiding Strafrecht 2025-2026


De controle kan hierbij zonder al te veel problemen overgaan in opsporing. Dit noemen we
voortgezette toepassing van bevoegdheden. Kanttekening is dat de ambtenaar bevoegd moet
zijn om zowel de opsporings- als de controlehandelingen uit te voeren.

Opsporing en controle sluiten dus vaak bij elkaar aan. Dit betekent echter niet dat de
controlebevoegdheden mogen worden misbruikt om opsporing makkelijker te maken. Als
controlebevoegdheden wel worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor ze zijn
toegekend, noemen we dit een détournement de pouvoir. In het arrest Geweer werd duidelijk dat
als een agent tijdens de uitvoering van een aan hem toegekende bevoegdheid door toedoen van
bepaalde feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden krijgt dat er sprake is van een
strafbaar feit, dan mag hij de aan hem toegekende opsporingsbevoegdheden uitvoeren.

Aanvang opsporingsonderzoek
Een opsporingsonderzoek start pas als opsporingsambtenaren kenbaar worden gemaakt van
bepaalde verdachte feiten en omstandigheden. Bijv. door middel van een aangifte. Dit is een
verklaring van het slachtoffer waarin die veronderstelt dat er een strafbaar feit is gepleegd. Dit
kan zowel schriftelijk/elektronisch als mondeling (art. 163 lid 1 en 4 Sv). Wordt de aangifte
mondeling gedaan, dan wordt die opgenomen in het proces-verbaal en ondertekend door de
aangever (art. 163 lid 2 Sv).

Bij sommige delicten mag pas tot vervolging worden overgegaan als het slachtoffer hiertoe een
verzoek doet. Dit noemen we een klacht (art. 164 lid 1 Sv). Een dergelijke klacht wordt alleen
opgenomen door een (hulp)officier van justitie (art. 165 Sv). Voorbeeld van een klachtdelict is
belediging (art. 261 Sr).

In principe kan iedereen aangifte doen als zij kennis hebben genomen van strafbare feiten.
Nemen zij kennis van misdrijven (art. 160 lid 1 Sv), is het verplicht aangifte te doen. Andere
startpunten voor een opsporingsonderzoek zijn meldingen, tips, klachten of betrappingen op
heterdaad.

Opsporingsambtenaren
Vaak wordt er een inbreuk gemaakt op rechten bij het uitvoeren van een opsporingstaak.
Opsporingsbevoegdheden worden hierdoor vaak uitsluitend uitgeoefend door
opsporingsambtenaren. Zij zijn bij wet belast met de taak om strafbare feiten op te sporen.

Er zijn twee categorieën opsporingsambtenaren.
● Algemene opsporingsambtenaren. Limitatief opgesomd in art. 141 Sv. Ze hebben als
taak opsporing van alle strafbare feiten.
● Buitengewone opsporingsambtenaren. Opgesomd in art. 142 Sv. Hun taak is beperkt
tot bepaalde strafbare feiten. Dit wordt verder gespecificeerd door degene die de
opsporingstaak toebedeelt. Het is veelal beperkt tot opsporing van feiten uit een of
enkele bijzondere wetten.

Sommige ambtenaren zijn ook belast met controle. Vaak worden toezichthoudende ambtenaren
aangewezen in bijzondere wetten. De wetgever wilde voorkomen dat een ambtenaar wel mag
controleren, maar niet mag opsporen. Daarom hebben controlerende ambtenaren ook een
opsporingstaak. Voorbeeld hiervan is art. 158 WVW.

Officier van Justitie
De officier van justitie is verantwoordelijk voor alle opsporingsactiviteiten (art. 148 lid 2 Sv j.o. art.
12 Politiewet 2012). Zelf heeft hij opsporing ook als taak. Er zijn zelfs bepaalde handelingen die
alleen door de OvJ verricht mogen worden. Voorbeeld hiervan is het inschakelen van
deskundigen (art. 151a Sv) en het vorderen van het in bewaring stellen van een verdachte (art. 63
Sv).




5

, Voorbeeld Samenvatting Literatuur en Arresten Inleiding Strafrecht 2025-2026


Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie heeft het gezag over het opsporingsonderzoek. In de praktijk wordt dit
veelal door de politie gedaan. Zij handelen onder het gezag van het OM. Hierbij hebben ze wel
een grote mate van zelfstandigheid bij het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten. Een
opsporingsambtenaar mag bijvoorbeeld een zaak afdoen door middel van een strafbeschikking
(boete). Het OM heeft wel algemene aanwijzingen voorgeschreven waarin staat in welke gevallen
en in welke hoedanigheid moet worden opgetreden door opsporingsambtenaren.

Opsporingsbevoegdheden
Tijdens het opsporen moeten er soms ingrijpende methoden worden gebruikt. De volgende
categorieën opsporingsbevoegdheden kunnen worden onderscheiden:
● Bevoegdheden ten aanzien van personen;
● Bevoegdheden ten aanzien van voorwerpen; en
● Steunbevoegdheden.

Staande houden
Staande houden is het minst ingrijpende vrijheidsbeperkende dwangmiddel dat op een
verdachte kan worden toegepast. Staande houden strekt tot het vaststellen van de identiteit van
een verdachte. Iedere opsporingsambtenaar is bevoegd de identiteit van een verdachte vast te
stellen op de voorgeschreven wijze in art. 27a Sv (art. 52 Sv).

De opsporingsambtenaar is daarnaast bevoegd de verdachte te fouilleren op zoek naar
voorwerpen die hij bij zich draagt, mits dit noodzakelijk is voor de vaststelling van zijn identiteit
(art. 55b Sv). Een politieambtenaar identificeert in principe door het vorderen van inzage van het
identiteitsbewijs van de staande gehouden (art. 8 Politiewet). Het staande houden eindigt
wanneer de identiteit van de verdachte is vastgesteld.

Niet voldoen aan de identificatieplicht wordt als overtreding gestraft met een geldboete van de
tweede categorie (art. 447e Sr). Op grond hiervan kan de ambtenaar je aanhouden (art. 53 Sv).
Verzet hiertegen wordt als misdrijf gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of
een geldboete van de derde categorie (art. 180 Sr).

Aanhouden
Aanhouden is een ingrijpender vrijheidsbeperkend dwangmiddel. De verdachte wordt
meegenomen naar een plek waar hij door de (hulp)officier van justitie zal worden verhoord.

Aanhouden wordt door de wet onderscheiden in twee situaties:
● Aanhouding op heterdaad (art. 53 Sv);
● Aanhouding buiten heterdaad (art. 54 Sv).

In beide gevallen is het doel van een aanhouding het leiden van de verdachte naar een plaats
van verhoor (art. 53 lid 2 en 54 lid 1 Sv).

Aanhouding op heterdaad (art. 53 Sv)
In principe zijn zelfs burgers bevoegd iemand aan te houden, wanneer deze op heterdaad
betrapt wordt. In de wet staat namelijk “een ieder” (art. 53 lid 1 Sv). “Op heterdaad” betekent dat
het strafbare feit wordt ontdekt terwijl het begaan wordt of direct nadat het begaan is (art.
128 lid 1 Sv). Dit wordt niet langer aanwezig geacht dan kort na de ontdekking (art. 128 lid 2 Sv).

Wanneer een burger iemand heeft aangehouden, moet hij die persoon zo snel mogelijk
overdragen aan een opsporingsambtenaar (art. 53 lid 3 Sv). De opsporingsambtenaar zal de
persoon dan ook aanhouden en vervolgens voorgeleiden aan de (hulp)officier van justitie (art. 53
lid 2 Sv).




6

Documentinformatie

Geüpload op
9 februari 2026
Aantal pagina's
17
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
Gratis
Krijg toegang tot het volledige document:
Downloaden

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
emmakocabas1

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
emmakocabas1 Samenvattingen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
3 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
1
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen