Sociologie
1
,Hoofdstuk 1: De Sociologische Bril en een Sociologisch
Perspectief
1.1. SOCIOLOGISCH PERSPECTIEF
Het sociologisch perspectief is een bril waarmee we kunnen zien hoe de
maatschappij en de ordening daarvan het leven en gedrag van mensen beinvloedt.
Berger geeft ons twee technieken om de bril op te zetten:
1. Het algemene in het bijzondere zien (generalisatie)
De sociologie helpt ons dus om in het gedrag van bepaalde mensen algemene
patronen te ontdekken.
Sociologisch perspectief laat zien dat onze partnerkeuze wordt beïnvloed door patronen
die samenhangen met gender, leeftijd, etniciteit en sociale achtergrond. Sociologen
hebben geconstateerd dat mensen, met name als zij jong zijn, de neiging hebben om een
ongeveer even oude partner te kiezen. En dat mensen ongeacht hun leeftijd de neiging
hebben om te trouwen met een partner met dezelfde etnische achtergrond, met een
vergelijkbare sociale achtergrond, een vergelijkbaar opleidingsniveau en dezelfde mate
van fysieke aantrekkelijkheid.
2. Het vreemde in het bekende zien (defamiliarisatie)
Mensen zijn sociale wezens en hun gedrag wordt in hoge mate beinvloed en bepaald
door de omgang met andere mensen. Het sociologisch perspectief brengt met zich
mee dat we het bekende idee dat we hebben zelf te bepalen hoe ons leven eruitziet,
moeten loslaten voor de in eerste instantie vreemde gedachte dat onze samenleving
onze beslissingen en ervaringen beïnvloedt.
Vrouwen in arme landen krijgen gemiddeld meer kinderen dan vrouwen in westerse
landen of in tijden van crisis worden minder vrouwen zwanger.
“You think you’ve made a choice (…) but you wear a sweater that’s
selected for you”
2
,1.1.1. Sociologisch perspectief en verbeelding:
Met de sociologische bril op krijgen we sociologische verbeelding volgens
C Wright Mills: De gave onszelf (en anderen) te zien als knooppunt van sociale
bindingen en maatschappelijke structuren die ons denken, handelen en dus leven
vormgeeft.
à En dus ook onze persoonlijke problemen te verbinden met
maatschappelijke issues.
SOCIOLOGISCHE
VERBEELDING
Personen die geen deel uitmaken van de dominante groep in de samenleving en zich
daardoor buitenstaander voelen kunnen vaak hun leven beter bekijken in een
sociologisch perspectief. Zij ervaren de invloed van hun marginaliteit zeer sterk.
Zo hebben allochtone Nederlanders dit gevoel aanzienlijk meer dan autochtone
Nederlanders. Zij zijn minder bezig zijn met de rol van etniciteit in de samenleving en
hun voordelen van het behoren tot de dominante groep.
sociologisch perspectief creëert eenheid onder de mensen door persoonlijke
problemen tot maatschappelijke vraagstukken te transformeren. Volgens Mills
zouden we het vermogen om te begrijpen wat er in de wereld gaande is het
sociologisch voorstellingsvermogen noemen.
3
,1.1.2. (Samen)leven is…
… leven op het kruispunt van meerdere sociale bindingen, verbanden of netwerken
die het eigen denken en doen vormgeven. Samenleven is ook leven temidden van
’afhankelijkheidsverhoudingen’ of een ‘web aan interdependenties’.
De maatschappij: Het geheel van alle sociale relaties, sociale afhankelijkheden
sociale verbanden, of sociale netwerken.
Sociale integratie is daarom belangrijk bij het maken van persoonlijke handelingen
en keuzes. Mensen met sterk sociale banden zullen volgens onderzoek minder snel
tot zelfdoding overgaan dan meer individualistische mensen.
Durkheim: Concludeerde dat bepaalde categorieën mensen zich eerder van het
leven benemen dan andere categorieën. Mensen met sterke sociale banden zullen
minder gauw tot zelfdoding overgaan dan mensen met zwakke sociale banden.
Durkheim wijst dus op het karakter van groepsnormen Durkheims analyse houdt nog
steeds stand. In het gedrag van afzonderlijke individuen kunnen we algemene
sociologische patronen ontdekken.
1.1.3. Vier basisvragen van de sociologie:
Naast Berger’s twee technieken (generalisatie en defamiliarisatie) zetten we de
sociologische bril op en trainen we onze sociologische verbeelding met de
volgende vier vragen:
1. Hoe is de samenleving geordend en georganiseerd?
2. Hoe wordt het individuele beinvloed door het maatschappelijke?
3. Hoe is sociale (on)gelijkheid mogelijk?
4. Hoe onderzoeken we dat allemaal op een wetenschappelijke manier?
4
, 1.2. EUROPESE MODERNITEIT VAN DE SOCIOLOGIE
Modernisering is een sociaal veranderingsproces in gang gezet door
industrialisatie met de volgende kenmerken volgens Berger:
1. Het verdwijnen van kleine, traditionele gemeenschappen.
2. Uitbreiding van persoonlijke keuzemogelijkheden en individualisering.
3. Differentiatie en grotere sociale diversiteit.
4. Rationalisering (in boek: orientatie op tijd).
Moderniteit: Sociale patronen die het resultaat zijn van industrialisering. Moderniteit
verwijst naar de relatie tussen heden en verleden.
Modernisering: Het sociale veranderingsproces dat in gang is gezet door de
industrialisering.
1.2.1. Het verdwijnen van kleine traditionele gemeenschappen:
De maatschappij heeft zich zo ontwikkeld dat sociale groepen steeds groter worden
waarbij het niet alleen meer draait om de directe omgeving en familie. Als mensen al
in kleinere gemeenschappen leven dan is dat door de ontwikkeling van de
technologie nog puur een geografische onderscheiding.
Tönnies – De teloorgang van de gemeenschap: Van een Gemeinschaft met veel
onderlinge samenhorigheid en solidariteit naar een Gesellschaft met meer
berekenend individualisme.
De industriële revolutie wordt gekenmerkt door een zakelijke benadering die
gebaseerd is op feiten, efficiëntie en geld, waarmee de sociale wereld van familie en
traditie werd uitgehold. De kracht van de theorie van Tönnies schuilt in de synthese
van verschillende dimensies van verandering, toch is er ook wel kritiek.
1.2.2. Uitbreiding van persoonlijke keuzemogenlijkheden en
individualisering:
Individualisering is opgetreden ten gevolge het verdwijnen van tradities en het geloof
in eenbovennatuurlijke bepaling van het lot. Men is ervan overtuigd dat het leven
bestaat uit een voortdurende stroom van keuzes die gemaakt kunnen worden.
5
1
,Hoofdstuk 1: De Sociologische Bril en een Sociologisch
Perspectief
1.1. SOCIOLOGISCH PERSPECTIEF
Het sociologisch perspectief is een bril waarmee we kunnen zien hoe de
maatschappij en de ordening daarvan het leven en gedrag van mensen beinvloedt.
Berger geeft ons twee technieken om de bril op te zetten:
1. Het algemene in het bijzondere zien (generalisatie)
De sociologie helpt ons dus om in het gedrag van bepaalde mensen algemene
patronen te ontdekken.
Sociologisch perspectief laat zien dat onze partnerkeuze wordt beïnvloed door patronen
die samenhangen met gender, leeftijd, etniciteit en sociale achtergrond. Sociologen
hebben geconstateerd dat mensen, met name als zij jong zijn, de neiging hebben om een
ongeveer even oude partner te kiezen. En dat mensen ongeacht hun leeftijd de neiging
hebben om te trouwen met een partner met dezelfde etnische achtergrond, met een
vergelijkbare sociale achtergrond, een vergelijkbaar opleidingsniveau en dezelfde mate
van fysieke aantrekkelijkheid.
2. Het vreemde in het bekende zien (defamiliarisatie)
Mensen zijn sociale wezens en hun gedrag wordt in hoge mate beinvloed en bepaald
door de omgang met andere mensen. Het sociologisch perspectief brengt met zich
mee dat we het bekende idee dat we hebben zelf te bepalen hoe ons leven eruitziet,
moeten loslaten voor de in eerste instantie vreemde gedachte dat onze samenleving
onze beslissingen en ervaringen beïnvloedt.
Vrouwen in arme landen krijgen gemiddeld meer kinderen dan vrouwen in westerse
landen of in tijden van crisis worden minder vrouwen zwanger.
“You think you’ve made a choice (…) but you wear a sweater that’s
selected for you”
2
,1.1.1. Sociologisch perspectief en verbeelding:
Met de sociologische bril op krijgen we sociologische verbeelding volgens
C Wright Mills: De gave onszelf (en anderen) te zien als knooppunt van sociale
bindingen en maatschappelijke structuren die ons denken, handelen en dus leven
vormgeeft.
à En dus ook onze persoonlijke problemen te verbinden met
maatschappelijke issues.
SOCIOLOGISCHE
VERBEELDING
Personen die geen deel uitmaken van de dominante groep in de samenleving en zich
daardoor buitenstaander voelen kunnen vaak hun leven beter bekijken in een
sociologisch perspectief. Zij ervaren de invloed van hun marginaliteit zeer sterk.
Zo hebben allochtone Nederlanders dit gevoel aanzienlijk meer dan autochtone
Nederlanders. Zij zijn minder bezig zijn met de rol van etniciteit in de samenleving en
hun voordelen van het behoren tot de dominante groep.
sociologisch perspectief creëert eenheid onder de mensen door persoonlijke
problemen tot maatschappelijke vraagstukken te transformeren. Volgens Mills
zouden we het vermogen om te begrijpen wat er in de wereld gaande is het
sociologisch voorstellingsvermogen noemen.
3
,1.1.2. (Samen)leven is…
… leven op het kruispunt van meerdere sociale bindingen, verbanden of netwerken
die het eigen denken en doen vormgeven. Samenleven is ook leven temidden van
’afhankelijkheidsverhoudingen’ of een ‘web aan interdependenties’.
De maatschappij: Het geheel van alle sociale relaties, sociale afhankelijkheden
sociale verbanden, of sociale netwerken.
Sociale integratie is daarom belangrijk bij het maken van persoonlijke handelingen
en keuzes. Mensen met sterk sociale banden zullen volgens onderzoek minder snel
tot zelfdoding overgaan dan meer individualistische mensen.
Durkheim: Concludeerde dat bepaalde categorieën mensen zich eerder van het
leven benemen dan andere categorieën. Mensen met sterke sociale banden zullen
minder gauw tot zelfdoding overgaan dan mensen met zwakke sociale banden.
Durkheim wijst dus op het karakter van groepsnormen Durkheims analyse houdt nog
steeds stand. In het gedrag van afzonderlijke individuen kunnen we algemene
sociologische patronen ontdekken.
1.1.3. Vier basisvragen van de sociologie:
Naast Berger’s twee technieken (generalisatie en defamiliarisatie) zetten we de
sociologische bril op en trainen we onze sociologische verbeelding met de
volgende vier vragen:
1. Hoe is de samenleving geordend en georganiseerd?
2. Hoe wordt het individuele beinvloed door het maatschappelijke?
3. Hoe is sociale (on)gelijkheid mogelijk?
4. Hoe onderzoeken we dat allemaal op een wetenschappelijke manier?
4
, 1.2. EUROPESE MODERNITEIT VAN DE SOCIOLOGIE
Modernisering is een sociaal veranderingsproces in gang gezet door
industrialisatie met de volgende kenmerken volgens Berger:
1. Het verdwijnen van kleine, traditionele gemeenschappen.
2. Uitbreiding van persoonlijke keuzemogelijkheden en individualisering.
3. Differentiatie en grotere sociale diversiteit.
4. Rationalisering (in boek: orientatie op tijd).
Moderniteit: Sociale patronen die het resultaat zijn van industrialisering. Moderniteit
verwijst naar de relatie tussen heden en verleden.
Modernisering: Het sociale veranderingsproces dat in gang is gezet door de
industrialisering.
1.2.1. Het verdwijnen van kleine traditionele gemeenschappen:
De maatschappij heeft zich zo ontwikkeld dat sociale groepen steeds groter worden
waarbij het niet alleen meer draait om de directe omgeving en familie. Als mensen al
in kleinere gemeenschappen leven dan is dat door de ontwikkeling van de
technologie nog puur een geografische onderscheiding.
Tönnies – De teloorgang van de gemeenschap: Van een Gemeinschaft met veel
onderlinge samenhorigheid en solidariteit naar een Gesellschaft met meer
berekenend individualisme.
De industriële revolutie wordt gekenmerkt door een zakelijke benadering die
gebaseerd is op feiten, efficiëntie en geld, waarmee de sociale wereld van familie en
traditie werd uitgehold. De kracht van de theorie van Tönnies schuilt in de synthese
van verschillende dimensies van verandering, toch is er ook wel kritiek.
1.2.2. Uitbreiding van persoonlijke keuzemogenlijkheden en
individualisering:
Individualisering is opgetreden ten gevolge het verdwijnen van tradities en het geloof
in eenbovennatuurlijke bepaling van het lot. Men is ervan overtuigd dat het leven
bestaat uit een voortdurende stroom van keuzes die gemaakt kunnen worden.
5