Hoorcollege 1 – Media analyse .................................................................................. 2
Hoorcollege 2 – propaganda/censuur ........................................................................ 3
Hoorcollege 3 – democratie en publieke sfeer ............................................................ 4
Hoorcollege 4 – cultuurhistorische betekenis .......................................................... 12
Hoorcollege 5 – media en ons dagelijks leven........................................................... 16
,Hoorcollege 1 – Media analyse
De leidende definitie in deze hoorcollege's; ‘een betekenisdrager die ingezet wordt
om te communiceren met een (breed) publiek'.
Massamedia = media die ingezet worden om een groot publiek te bereiken.
VB: NOS, pers, radio, film, tv, internet
Media als kanalen voor het overbrengen van een boodschap
• Uitgangspunt is de analyse van de boodschap van een mediatekst (ook wel content)
• Deze mediatekst is niet medium gebonden en kunnen we geïsoleerd bekijken/
interpreteren/analyseren
• De boodschap is de boodschap en het medium is het medium
Van belang in een samenleving waarin we volledig media-verzadigd zijn
• Kijken naar content met de vraag: wat wordt hier gecommuniceerd?
De taal van het medium leren spreken
• Vraagt een begrip van hoe een specifiek medium (bijv. tv) werkt.
• Hoe medium specifieke variabelen gebruikt? Wat is het effect? (bijv. camerahoeken in
film of tv)
• Hoe kunnen we deze variabelen gebruiken om de aandacht van het publiek te sturen?
Vb. debat Kennedy vs. Nixon en Kennedy’s begrip van het medium televisie.
Mediaomgeving
The medium is the message
- Veel aandacht voor de inhoud van media en wat de boodschap is
- McLuhan: de inhoud is incidenteel. Het medium zelf vormt de boodschap
- Preciezer: ieder medium wordt gebruikt in een bepaalde omgeving en beinvloed die
omgeving. Het medium op zich heeft op die manier een grotere invloed op de
maatschappij dan de boodschap die erop te zien is.
VB: tv aanzetten op een feestje. Sfeer veranderd. Media invloed op leefomgeving
, Hoorcollege 2 – propaganda/censuur
Media in politiek en markt
Propaganda en censuur
Propaganda = Definitie: ‘Opzettelijke en systematische pogingen om een beeld te
vormen, opvattingen te manipuleren en gedrag te beïnvloeden om een reactie te
bereiken die voorziet in de behoefte van de propagerende instantie’.
Wit (herkenbaar)
o Gebaseerd op waarheden, maar zeer sterk gekleurd
o Bron: herkenbaar/herleidbaar
o Houdt ook verband met moderne begrippen:
o Branding, Lobbying, PR, Strategische communicatie
VB: Donald Duck (filmindustrie)
Zwart (verzonnen)
o Verspreiden leugens bedoeld om tegenstander schade toe te brengen
o Bron: verzonnen (imiteert vaak tegenstander)
o Veel gebruikt in totalitaire regimes (voorbeelden: Nazi-Duitsland, Sovjet-Unie)
VB: Gustav Siegfreid Eins (radio)
Grijs
o Verspreiden van valse informatie
o Bron: niet te benoemen of te herleiden
o Informatie wordt verspreid via kanalen die als neutraal of betrouwbaar gezien
worden
o Veel hedendaagse propaganda is grijs (met name door mate van anonimiteit die
sociale media bieden)
VB: Operation Mass Appeal
Censuur = tegenhouden van het verspreiden van informatie vanuit een machtspositie