Antwoord- en beoordelingsmodellen bij tentamenvragen 26 maart 2025
Beste student Encyclopedie der Rechtswetenschap I,
In dit document vindt u de antwoord- en beoordelingsmodellen bij de tentamenvragen van het
tentamen Encyclopedie der Rechtswetenschap I dat u heeft afgelegd op 26 maart 2025. Deze
uitwerkingen zijn bedoeld voor studenten Encyclopedie der Rechtswetenschap I die het tentamen
hebben afgelegd en die hun antwoorden en beoordeling in TestVision willen bestuderen aan de hand
van de uitwerkingen in dit document. De docenten van Encyclopedie der Rechtswetenschap I hebben
het auteursrecht op deze uitwerkingen. Deze mogen dan ook niet zonder uitdrukkelijke toestemming
van hen verder worden verspreid.
De vragen, de modelantwoorden en de beoordelingsmodellen die u in het document vindt, worden
tijdens de nabespreking nader door de docenten besproken op vrijdag 25 april vanaf 13.30 uur in
Theater1-NU-00C07. Voorafgaand aan deze nabespreking kunt u in TestVision zelfstandig uw
tentamen inzien van woensdag 23 april 13.00 uur tot vrijdag 25 april tot 17.00 uur. In TestVision ziet u
de tentamenvragen, uw antwoorden, de beoordeling per vraag en eventueel gegeven feedback. Ook
ziet u per vraag hoeveel punten er voor die vraag behaald konden worden en hoeveel punten er
toegekend zijn per vraag.
In totaal waren er 100 punten te verdienen tijdens het maken van dit tentamen. Bij 10 punten volgt
het cijfer 1,0; bij 55 punten een 5,5; en bij 100 punten een 10,0. Voor de beantwoording bij alle vragen
gelden de instructies die in de syllabus staan, de instructies op het instructiepagina van het tentamen
en de instructies die tijdens het onderwijs aan u zijn gecommuniceerd. Deze houden onder andere in
dat de beantwoording relevant en precies is, in goed en begrijpelijk Nederlands wordt gegeven en in
de vorm van een lopend essay (in volzinnen) wordt gepresenteerd.
1
,Vraag 1.
Lees dit fragment van Radbruch. Welke twee rechtswaarden kunt u in dit fragment herkennen en
welke invulling geeft hij aan deze rechtswaarden? Motiveer of de positie die Radbruch hier inneemt,
rechtspositivistisch, natuurrechtelijk, of beide, of geen van beide kan worden genoemd. Leg tevens
kort uit wat onder rechtspositivisme en natuurrechtsleer wordt verstaan (15 punten, max. 300
woorden).
Antwoord- en beoordelingsmodel
Radbruch noemt in dit fragment doelmatigheid niet maar ‘wat voor het volk nuttig is’ wordt in de
syllabus, in het fragment uit “Bovenwettelijk recht”, als omschrijving gegeven van doelmatigheid of
doelgerichtheid. Dus studenten kunnen deze waarde wel herkennen. Radbruch vermeldt in
“Bovenwettelijk recht” er ook bij dat lang niet alles wat nuttig is, recht is; en ook hier lezen we dat
Radbruch de relatie eigenlijk omdraait: recht is voor het volk nuttig. (3 pt).
Rechtvaardigheid noemt Radbruch hier en omschrijft hij als oordelen zonder aanziens des persoon en
‘meten met dezelfde maat’. Met ander woorden, gelijke gevallen moeten gelijk worden behandeld. Je
kunt mensenrecht bijv. niet aan sommige mensen onthouden (laatste zin). (3 pt).
Rechtspositivisten benadrukken het belang van rechtszekerheid en vinden dat recht niet van nature
een connectie met moraal/rechtvaardigheid heeft: recht is geldig wanneer het formeel juist tot stand
gekomen is. Met andere woorden, het recht hoeft niet rechtvaardig te zijn om geldig te zijn. (2 pt).
Natuurrechtsdenkers vinden juist dat het recht wél een natuurlijk verband heeft met
moraal/rechtvaardigheid. Voor hen is recht pas geldig wanneer het rechtvaardig/moreel juist is. (2 pt).
In dit fragment (dat uit 1945, dus na de tweede wereldoorlog komt) neemt Radbruch een
natuurrechtelijke positie in en niet een rechtspositivistische. In dit fragment geeft Radbruch in de
derde minuut aan dat recht ‘de wil tot rechtvaardigheid’ is en in de tweede volzin zegt hij dat wanneer
het recht mensen ongelijk behandelt, het geen recht is (“Wanneer de moord van politieke
tegenstanders geëerd wordt en de moord van mensen met een andere afkomst verlangd wordt,
wanneer op diezelfde daad tegen de eigen mensen de meest onmenselijke straffen staan, dan is dat
noch rechtvaardigheid noch recht”). Ook in de derde volzin onderstreept Radbruch dat
onrechtvaardige wetten geen gelding hebben (ontberen dergelijke wetten gelding, dan is het volk geen
gehoorzaamheid verschuldigd, dan moeten juristen ook de moed vinden ze het rechtskarakter te
ontzeggen.”). Daarmee geeft hij aan dat er alleen sprake van geldend recht is wanneer het rechtvaardig
is en dat is een natuurrechtelijke positie. (5 pt).
Veelgemaakte fouten
- Veel studenten gaven ‘rechtszekerheid’ aan als rechtswaarde op basis van alinea 1. Dit is
onjuist, omdat Radbruch commentaar geeft om de rechtspositivistische leer die in zijn tijd
heerste. Hij heeft kritiek op de gevolgen van deze opvatting en stelt dat juristen en het
volk weerloos zijn gemaakt tegen ‘onmenselijke en misdadige wetten’ (een rechtspositivist
zal dit trouwens nooit zo omschrijven).
- Veel studenten gaven niet een invulling van de rechtswaarden zoals die in de tekst staat.
- Veel studenten gaven een onvolledige en/of onjuiste invulling van de rechtswaarde
‘rechtvaardigheid’.
2
, - Veel studenten gaven een onvolledige en/of onjuiste definitie van natuurrechtsleer en/of
rechtspositivisme. De centrale vraag die beide stromingen proberen te beantwoorden is
wanneer recht geldig is. Dit kwam onvoldoende terug in een aantal definities. Hiervoor is
1 punt aftrek voor gegeven (geen dubbele bestraffing als bij beide definities dit punt
ontbrak).
- Veel studenten gaven een onjuiste en/of onvolledige motivering waarom Radbruch in dit
fragment een natuurrechtelijke positie inneemt. Het fragment werd te weinig gebruikt of
niet passende citaten/zinnen werden gegeven ter onderbouwing. Daarbij ontbrak vaak
een link waarom de onderbouwing a.d.h.v. het fragment overeenkomt met de definitie
van NR.
3