1. Ongevallen en trauma (ZH)
Indeling ongevallen 1. Wervelletsel en neurotrauma;
2. Thoraxtrauma;
3. Buik- en bekkentrauma;
4. Extremiteitentrauma;
Wervelletsel – Letsel dat is ontstaan door een ongeval of trauma in de wervelkolom;
– Ruggenmerg loopt in de wervelkolom. Door trauma kan het
ruggenmerg beschadigd raken of doorgesneden worden;
* Whiplash
* Dwarslaesie
Whiplash – Met name bij auto-ongelukken;
– Beschadiging in de nek in de banden, spieren of botten;
– Beschadiging vaak niet zichtbaar op foto, wel voelbaar;
– Klachten zoals hoofdpijn, nekpijn, pijn in de rug en verminderde
beweeglijkheid van de bovenrug en nek;
– Ook duizeligheid, misselijkheid, concentratiestoornissen;
– Ernstige whiplash → schade aan zenuwen, tintelingen of krachtverlies;
Onderzoek en – Onderzoek van een arts en eventuele röngtenfoto's;
behandeling Whiplash – Meeste gevallen spontaan herstel;
– PFR-methode (Pulsed Radio Frequency);
– Aangedane zenuw wordt behandeld met warmte;
– Meestal blijven de klachten van een whiplash bestaan;
Dwarslaesie – Beschadigd of doorgesneden ruggenmerg;
– Onder de plaats vd beschadiging treeft uitval op;
– Gedeeltelijke dwarslaesie → delen van functies werken nog;
– Complete dwarslaesie → Functies werken niet meer;
– Iemand met mogelijk wervelletsel NOOIT VERPLAATSEN;
– Dwarslaesie hoog in nekwervels → incontinentie, niet meer kunnen
bewegen;
– Heel hoge dwarslaesie → Veroorzaakt problemen met ademhaling;
*Cervicaal is de hoogste plek waar een
dwarslaesie kan voorkomen.
Behandeling – Kan niet behandelt worden;
dwarslaesie – Zorg is gericht op complicaties voorkomen en herstel bevorderen;
– Multi-disciplinair team wordt gestart met de revalidatie;
Wervelfractuur – Breuk in een van de wervels;
– Stabiel → alleen het wervellichaam is gebroken en het ruggenmerg is
niet beschadigd;
– Instabiel → Kans bestaat dat het ruggenmerg is beschadigd;
,Onderzoek en – Bij verdenking moet de zorgvrager zo stil mogelijk liggen;
behandeling – Immobiliseren → zorgvrager wordt vastgelegd om beweging te
wervelletsel voorkomen;
– Lichamelijk onderzoek en röngtenfoto's;
– Aanvullend vaak een CT-scan om vanuit allerlei richtingen de kolom te
bekijken;
– Ernstig letsel → aanvullend onderzoek zoals MRI-scan;
VP zorg bij wervelletsel – Armen en handen hoog liggen bij hoge dwarslaesie ivm
oedeemvorming;
– Orthostatische hypotensie, tensie meten voor mobiliseren;
– Huidletsel door controle ivm immobiliteit;
– Mictie goed in de gaten houden, zo nodig blaasscan of katheter
plaatsen;
– Attentie op obstipatie en het defpatroon;
– Stolsel kan ontstaan in de benen door bedlegerigheid of immobiliteit
(Diepe veneuze trombose);
Neurotrauma – Trauma aan de schedel en/of hersenen;
– Door bijvoorbeeld een val, verkeersongeluk of klap op het hoofd;
* Hersenschudding of hersenkneuzing;
* Epidurale of subdurale bloeding;
* Schedelfractuur of schedelbasisfractuur;
Hersenschudding – Commotio Cerebri;
– Hersenen worden door klap of val koortdurend door elkaar geschud;
– Kortdurende bewusteloosheid kan optreden;
– Kort geheugenverlies;
– Verschijnselen → misselijk, braken, hoofdpijn en bleek zien;
– Bewusteloos langer dan 15 minuten → Hersenkneuzing;
Hersenkneuzing – Confusie Cerebri;
– Grotere kans op het krijgen van een bloeding in de hersenen;
– Zorgvragers herstellen hier vaak volledig van;
– Eerste maanden last van hoofdpijn, duizeligheid, vermoeidheid,
overgevoeligheid voor licht en geluid;
Schedelfractuur – Breuk in het buitenste gedeelte van het schedelbot;
– Hoeft geen ernstige gevolgen te hebben;
– Wel als er sprake is van een hersenschudding of kneuzing;
– Gevaar schedelfractuur → botsplinter in een bloedvat of slagader;
Schedelbasisfractuur – Breuk in het binnenste gedeelte van het schedelbot, de schedelbasis;
– Verhoogde kans op bloedingen of lekkage van hersenvocht;
, – Liquor stroomt door de neus en oren naar buiten;
– Open verbinding → verhoogde kans meningitis (hersenvliesontsteking)
Epidurale bloeding – Bloeding tussen het hersenvlies (DURA) en schedeldak;
– Bloeding ontstaat vaak doordat de slagader is beschadigd door een
schedelfractuur;
– Zorgvrager klaagt over hoofdpijn → uren later suf → later
bewusteloos;
– Komt doordat de bloeding op de hersenen drukt (inklemming);
– Alleen spoed OK kan druk op de hersenen wegnemen;
Subdurale bloeding – Bloeding tussen hersenvlies en hersenweefsel;
– Kan ontstaan door een scheur in een ander;
– Hematoom ontstaat die op de hersenen drukt;
– Druk kan uitvalsverschijnselen veroorzaken;
– Klein hematoom lost het lichaam zelf op;
– Groot hematoom wordt via operatie behandeld;
Onderzoek en – Uitgebreid lichamelijk onderzoek;
behandeling * Pupilcontrole;
neurotrauma * Bewustzijns score (Glasgow-Coma-Scale);
* Reflexen;
– Neurologische schade heeft invloed op de vegatieve functies;
*Bloeddruk, hartslag, peristaltiek, ademhaling;
– Zorgvrager moet zo min mogelijk bewegen;
– CT-scan om de schedel in beeld te brengen;
– Ernstige bloeding → OK;
– Minder ernstige bloeding → drain;
– Intracraniële druk ICP-meting = drukmeetsysteem;
* ICP neemt de druk in de hersenen waar;
, <- ICP
VP zorg bij zorgvragers – Observatie bewustzijn;
met een neurotrauma – Wekadvies → voor de bewustzijnscontrole;
– Ademhaling (wordt gereguleerd door de hersenstam);
– Bloeddruk en hartfrequentie;
– Misselijkheid en braken;
– Hoofdpijn;
Thoraxtrauma – Trauma aan de thorax of omringende organen;
Voorbeelden;
* Rib-, long-, borstbeen- of hartkneuzing (CONFUSIE);
* Rib- en borstbeenbreuk (FRACTUUR);
* Middenrif- of bloedvat ruptuur;
* Pneumothorax of hemathorax;
Confusie Thoraxgebied – Confusie = kneuzing;
– Onstaat wanneer de thormax met een hoge druk wordt ingedeukt;
– Voornamelijk pijnklachten, met name bij in- en uitademen;
– Pijnbestrijding erg belangrijk;
– Opletten op oppervlakkige ademhaling → risico pneunomie;
– Confusie hart → hartritmestoornissen kunnen ontstaan;
Fractuur Thoraxgebied – Enkele ribfractuur heeft niet vaak ernstige gevolgen;
– Kan wel Pneumothorax veroorzaken of duiden op ernstigere
bloedingen in de thorax;
– Ribfracturen genezen vaak binnen zes weken;
– CT-scan kan bloedingen uitwijzen;
– Thoraxfoto laat de thorax en borstholte;
Ruptuur – Ruptuur = scheur;
– Kleine ruptuur bloedvat kan worden behandeld door een operatie;
– Grote bloeding leidt vaak tot het direct overlijden van een zorgvrager;
– Ruptuur longen → geen ventilatie / levensbedreigend;
– Ruptuur diafragma → buikinhoud verschuift naar boven;
Pneumothorax – Longvlies bestaat uit twee bladen die dicht tegen elkaar aanliggen;
1. Binnenblad / longvlies;
2. Buitenblad / borstvlies;
– Bladen liggen tegen een dun laagje sereus vocht → pleuraholte;