verschillende tekstsoorten:
1. uiteenzetting→ informeren en objectief (feitelijk)
2. betoog→ activeren en subjectief (auteur geeft eigen mening)en is bedoeld om
de lezer te overtuigen van het standpunt.
3. beschouwing→ verschillende kanten wordt belicht en geeft verklaringen,
interpretaties en meningen → deels objectief en deels subjectief. → doel is om
de lezer aan het denken te zetten, niet om te overtuigen. De lezer vormt zelf een
mening na het lezen.
schrijfdoelen
1. Informeren:Je geeft feiten of uitleg, zonder je mening.
2. Opiniëren (beschouwen):Je laat verschillende meningen zien, zodat de lezer
zelf een mening kan vormen.
3. Overtuigen:Je probeert de lezer jouw mening te laten overnemen.
4. Activeren (tot actie aanzetten): je wilt dat de lezer iets gaat doen.
5. Amuseren (vermaken):Je wilt de lezer vermaken.
,Hoofdgedachte en Kernzin
• Hoofdgedachte: De hoofdgedachte is één zin die de boodschap van de schrijver samenvat. Die kun je
vinden door jezelf af te vragen: "Wat wil de schrijver mij vertellen?" Let vooral op de kernzinnen
in de inleiding en het slot, want daar staat de hoofdgedachte vaak in. Soms herhaalt de schrijver die nog in
de laatste zin.
• Kernzin: De belangrijkste zin van een alinea, meestal aan het begin of einde van de alinea.
• Onderwerp: Geeft in enkele woorden aan waar de tekst over gaat. Je vindt het onderwerp door te letten op:
• Hoofdvraag: Dit is de centrale vraag van de tekst. Soms moet je die zelf formuleren.
◦ De titel
◦ De kernzinnen
◦ Vaak herhaalde woorden
◦ De inleiding en conclusie
• Hoofdvraag: Dit is de centrale vraag van de tekst. Soms moet je die zelf formuleren.
, Citeren
Citeren betekent dat je een zin of stukje tekst letterlijk overneemt.
• Je gebruikt de eerste en laatste twee woorden van het citaat.
• Tussenin zet je drie puntjes (...).
• Het citaat staat tussen aanhalingstekens.
• Achter het citaat zet je de regelnummers.
◦ Bijvoorbeeld: "Citeren is ... tekstgedeelte neer." (regels
1-2)
• Begin met een hoofdletter, eindig met een punt.
• Niet citeren als er staat: "leg uit in eigen woorden".
• Let op het maximaal aantal woorden – ga je eroverheen, dan krijg je
puntenaftrek.