Geschiedenis van het publiekrecht
1
,Geschiedenis Publiekrecht 2025
Deel 1 Staat en recht
H1: Het moderne staatsbegrip
1. Inleiding
Overal ter wereld: gemeenschappelijkheid in de manier waarop staten worden bestuurd.
- Manier waarmee overheid legi>miteit krijgt om mensen te besturen. (Anders voor elke staat
en evolueert ook op een andere manier: geen uniform model
- Natuurstaat= chaos; macht centraliseren in handen van één persoon/instelling
- Vandaag: representa>ef regime waarbij bevolking zich kan laten vertegenwoordigen
Problema>ek in publiekrecht: hoe onszelf besturen zodat we vrij blijven? à Spanningsveld want hoe
democra>e in cons>tu>onele zin denken en hoe rechten bewaren en ervoor zorgen dat een
democra>sche meerderheid de rechten en belangen van de minderheden niet miskent
= intellectuele achtergrond voor de ontwikkeling van de liberale staat
2. De idee van ‘de staat’
Staat= status/toestand
à Uitgangspunt: er is een situa>e van chaos dus alleen toeschrijven aan iemand die macht kan
organiseren; beslissingen nemen voor gemeenschap en collec>ef
= machtsconcentra>e en dat macht ook uitgeoefend kan worden via de wet
Wet wordt opgelegd aan collec>ef + monopolie op geweld want persoon moet zijn beslissingen
kunnen afdwingen. ;kan rechtma>g legi>em dit geweld aanwenden om beslissingen door te laten
werken
è Macht om bevelen op te leggen en concentreren in handen van een persoon of instelling
è Deze maakt de wet, is op iedereen van toepassing
è Geweldmonopolie
HeeT een theorie nodig om dit te onderbouwen: concep>e van de staat (wie is het meest geschikt?,
wat rechtvaardigt het gebruik van geweld?)
Defini>e hangt af van welk standpunt men inneemt;
- Moderne geschiedenis : vanaf de Atlan>sche revolu>es in de V.S. (1776) / Frankrijk (1789):
nog meer verandering en gat zich verder ontwikkele naar liberale staat
- Vroegmoderne geschiedenis: vanaf de val van Constan>nopel (1453) of landing Columbus in
Amerika (1492
- Middeleeuwen
2
,Geschiedenis Publiekrecht 2025
2.1 moderne/hedendaagse geschiedenis
staat begrepen als liberale staat heeT:
1. verkozen bestuurders (onrechtsreeks of rechtstreeks)
2. machtenscheiding (wetgevend, uitvoerend, rechtelijk (aToetsen naar burgers en
overheid))
de overheid is gebonden aan het recht; maakt de normen maar is er zelf ook aan onderworpen. Een
liberale staat= een rechtsstaat.
+ waarborgen voor de bescherming van onvervreemdbare grondrechten van burgers : doen dit adhv
- via (grond)wetsbepalingen want hoogste norm en iedereen moet deze respecteren (bv. ook:
eeuwigheidsclausule: censuur ‘voor al>jd’ afgeschaT, kan niet meer gewijzigd worden;
verbod om democra>sche regeringsvorm te wijzigen, grondwetsbepalingen die niet
afgeschaT kunnen worden (persvrijheid)…)
- via instellingen: cons>tu>onele mechanisemen (bv. machtenscheiding) of buiten-
cons>tu>onele mechanismen (bv. de pers als ‘waakhond’= geen orgaan of instelling van de
staat want anders geen vrije pers + gaat informeren over problemen in de maatschappij)
2.2 Vroegmoderne / Nieuwe geschiedenis
à recente geschiedenis kan enkel uitgelegd worden als je verder teruggaat;
liberale staten= opvolgers van de vroegmoderne staat. In deze staat ontwikkelt zich de idee van
soevereiniteit van de wetgever
Moet staat nog al>kjd gekoppeld worden aan geloof? : 16e 17e eeuw: relgieuze spanningen:
Katholieke kerk & protestanten (Maarten Luther; scheur van kerk en oorlogen westen)
Dus no>e van de staat en recht wordt losgeknip van religie (geen visie maar van koning op aarde die
vertegenwoordiger is van god; er zijn andere maneiren die hem zijn macht toewijzen)
+ parlementen.. Die deeltje van deze macht gaan claimen; eerst elite maar breidt zich uit naar
meerdere delen van samenleving
è 17e eeuw: état souverain
• Staat heeT geen andere macht boven zich
• “de republiek” : res publica; publieke zaak of zaak van de staat
• “Na>e” wordt ook met “staat”vereenzelvigd; krijgt pas een juridische betekenis in de
Franse Revolu>e
2.3 Middeleeuwen
Mediëvisten: moderne staat= opvolger van middeleeuwse standenvertegenwoordiging en het
leenrecht
3
, Geschiedenis Publiekrecht 2025
= idee dat Middeleeuwse samenleving is opgebouwd uit standen (dragen elk op eigen manier bij aan
de maatschappij)
• koning:heerst als absolute vorst
• Strijders & adel = eerste stand
• Clerus : bidden
• Derde stand= alle rest; landbouwers, lijfeigenen, handelaars: werken
Vertegenwoordigers van die groepen vormen ‘de na>e’
Vorst regeert bij gra>e Gods: mandaat gekregen om de rest te besturen, volgens contract met drie
standen = uitdrukking van ‘Gods gewilde orde’: god heerst wel op een goede manier WANT:
Tyrannie = verbreken contract gemeenschap en vorst => recht op collec>eve weerstand= enac ; als
vorst verplich>ngen niet nakomt mag het publiek ook zijn verplich>ngen loslaten.
è deze contractuele opvamngen = gestoeld op het leenrecht= privaatrechtelijk; leenheer en
leenman contract= idee van rela>e tussen leenheer en leenman (structureert vanaf 10e tot
18e eeuw de Westerse samenleving)
o vorst stelt leen (grond, kasteel, huis) ter beschikking aan vazal zodat die in zijn
levensonderhoud kan voorzien
o in ruil staat vazal de vorst bij (in de vorm van raad en hulp)
= oorspronkelijk een persoonlijke rela>e (privaatrecht), economisch en militair ingegeven,
maar wordt publiekrechtelijk gegeven.
o stuurt machtsrela>es aan
o leidt tot de versnippering van territorium (vazal kan stukken grond in leen geven aan
achterleenmannen: onderverdeling en zo koninkrijkjes binnen koninkrijkjes)
3. De no>e “soevereiniteit
3.1 het begrip “soevereiniteit”
1) Grondgebied
2) Bevolking
3) Overheidsinstellingen die gezag uitoefenen en erkend worden door die bevolking en andere
staten: hebben dus legi>miteit en hebben zeker gezag, als burgers niet luisteren kan de
macht niet uitgeoefend worden
= dus het hebben van
- Externe soevereinteit
- Interne soevereiniteit
3.2 externe soevereiniteit
4