Hulpverlenen
48
, 4. Hulpverlenen
4.1 Beïnvloedende factoren die aanzet geven tot hulp
Factoren
Situationale factoren : wanneer/ in welke situatie gaan mensen (niet) helpen?
Persoonsgebonden factoren
Motivationele factoren
Interpersoonlijke factoren
4.1.1 Situationele factoren
1. Plaats waar de situatie zich voordoet
hoe hoger bevolkingsdichtheid, hoe geringer informele hulpvaardigheid
in grote steden helpen mensen minder dan op het platteland
verklaringen :
- door een grotere anonimiteit in de stad <-> platteland kan je niet verschuilen in
massa
- grotere diversiteit in de stad dan op het platteland. We helpen vaker mensen die
op ons lijken en dat is moeilijker in de stad door grote diversiteit
- gaan mensen zich afsluiten van te veel prikkels : grotere anonimiteit
2. bystander effect
uitblijven van het bieden van hulp door omstanders bij een noodsituatie of een misdrijf
- hoe meer mensen hoe minder hulp zal worden geboden
3. aangename zintuigelijke ervaringen
geur blijkt invloed te hebben op ons altruïstisch gedrag
- stemming wordt opgekrikt door aangename aroma’s
- mensen zullen gemakkelijker helpen dicht bij aangename geuren
4.1.1.1 Latané en Darley: Stap-voor-stap-analyse van het
besluitvormingsproces bij het waarnemen van een noodsituatie
Stap 1 : opmerken dat er iets gebeurt
kan zijn dat er iets is gebeurd in een noodsituatie maar dat je het niet door hebt
kan het niet doorhebben door :
- afleiding : drukke en lawaaierige omgeving – spelende kinderen
- de aanwezigheid van anderen : bent op hen gericht en niet op de omgeving
49