RECHTSECONOMIE
Prof. Annemieke De Ridder
Deze samenvatting is gemaakt op basis van de hoorcolleges, powerpoint en boek. Ik heb
elke les gevolgd + online bekeken. Hierdoor is de samenvatting heel volledig. Ik heb geen
voorkennis van economie. In het middelbaar heb ik geen economie gehad en heb met
deze samenvatting een 16/20 kunnen behalen.
Inhoudstafal – achteraan de samenvatting
Luna Verheyen
,HOOFDSTUK 1: WAT IS ECONOMIE? OBJECT, DOEL EN METHODE VAN DE
ECONOMISCHE WETENSCHAP
INLEIDING: WAAROVER GAAT ECONOMIE?
Krimpflatie = verpakking worden kleiner, maar wel zelfde prijs
WAAROM ECONOMIE?
Wat doet de economische wetenschap:
inzicht geven in menselijk gedrag, in de maatschappelijke organisatie (humane wetenschap) vanuit een
specifieke invalshoek
o Om betere beslissingen te kunnen nemen in het dagelijks leven
o Om de problemen van de wereld waarin we leven beter te begrijpen
o Om een beter beleid te kunnen voeren
WAAROM ECONOMIE VOOR RECHTEN STUDENTEN
Het recht regelt niet enkel sociale relaties maar ook heel wat economische relaties. Als jurist moet
je toch weten waarmee je dan bezig bent, heb je toch enig inzicht nodig in die economische
variabelen.
INHOUD
Micro-economie: (=gaat na hoe individuele economische agenten beslissingen nemen)
H1: Wat is economie? Object, doel en methode van de economische wetenschap
H2: Het marktmechanisme
H4: Productie en kosten van bedrijven op korte en op lange termijn H5: Prijsvorming onder verschillende
marktstructuren
H6: Marktimperfecties en de rol van de overheid
Macro-economie: (=bestudeert vraagstukken die de economie als geheel beïnvloeden)
H7: Productie, inkomens en bestedingen – de macro-economische benadering
H9: Ongelijkheid en herverdeling
H14: Werkloosheid, inflatie en de Phillips-curve
1
,2. HET FUNDAMENTEEL ECONOMISCH PROBLEEM: VEELVULDIGE BEHOEFTEN VERSUS
SCHAARSE MIDDELEN
- Spanning tussen behoeften en de schaarse middelen om die behoeften te kunnen bevredigen
o Je moet belangrijke beslissingen nemen : kiezen (bv hoe ga ik mijn budget/tijd zo goed
mogelijk spenderen?)
HET ECONOMISCH PROBLEEM: BEHOEFTEN VERSUS SCHAARSE MIDDELEN
- Economische goederen
o Nuttig
o schaars(vs. «vrij»)
o alternatief aanwendbaar
o Zowel materieel als immaterieel
- Iets is een economisch goed als :
o Het nuttig is (afval is geen economisch goed
o Ze zijn schaars, beperkt (bv lucht, dat is vrij en niet voor betalen dus GEEN economisch
goed)
o Zijn alternatief aanwendbaar
o Materieel (gsm, fiets) en immaterieel (restaurants-, dokter-, kappersbezoek)
KEUZES EN OPPORTUNITEITSKOSTEN
- Wie kiest geeft iets anders op:
- → opportuniteitskost
= de waarde van het beste alternatief dat men opgeeft door deze keuze te maken
Opportuniteitskost studeren?
Opportuniteitskost avondje cinema?
- Als je voor iets kiest, geef je altijd iets op (als je vandaag een broodje kaas koopt, komt dat geld
nooit nog terug OF je hebt gekozen naar de les te komen, dus je kan deze 2 uur niet gaan sporten)
- Als je iets kiest, moet je ook rekening houden met wat je opgeeft = OPPORTUNITEITSKOST (= niet
alleen wat je betaald, maar ook wat je opgeeft om het te bekomen)
- Bv : Opportuniteitskost studeren
o Kosten : tijd (je kon de tijd ook anders spenderen, je had bv een jaar kunnen gaan reizen
of werken → je kiest het meest waardevolle, wat het meeste opbrengt. → werken is
hetgene dat het meest opbrengt dus dat loon dat je daarvoor opgeeft is ook een kost voor
te gaan studeren) → kosten zijn dus meer dan enkel inschrijvingsgeld en boeken
- Bv : opportuniteitskost avondje cinema
o Je betaald 10 euro voor een ticket + 6 euro voor een drankje en hapje + 2 uur van je tijd →
tijd moet je ook rekenen!! Je had kunnen werken, op cafe,… → werken is beste keuze dus
dat avondje cinema kost niet 16 euro, maar 46 euro (30 euro dat je kon verdienen met
werken loop je ‘mis’)
2
, DEFINITIE ECONOMIE
‘... een sociale wetenschap die tot voorwerp heeft het beheer van schaarse middelen’. (Tibor Scitovsky
(1910-2002))
dit beheer van de beschikbare middelen behelst:
- Allocatie (toewijzing) van middelen: wat, hoeveel en hoe produceren
- Verdeling (distributie): voor wie produceren
- Nastreven van de volledige aanwending: stabilisatieprobleem.
- Micro- Nastreven van de volledige aanwending : verspilling vermijden
OP EXAMEN MOET JE GEEN DEFINITIES KENNEN, JE MOET OP EXAMEN SOMS WEL BEETJE IN EIGEN
WOORDEN UITLEGGEN
EN MACRO-ECONOMIE
Micro-economie
= gaat na hoe individuen en bedrijven (individuele economische agenten) beslissingen nemen.
Heeft dus vnl betrekking op allocatie- en distributieprobleem
Macro-economie
= bekijkt het geaggregeerde niveau en bestudeert vraagstukken die de economie als geheel beïnvloeden.
Heeft dus vnl betrekking op het stabilisatieprobleem
- Micro-economie : we gaan kijken naar de individuen in de maatschappij
o Hoe nemen de consumenten beslissingen?
o Hoe nemen de producenten beslissingen?
o Hoe gaat de overheid ingrijpen? Hoe gaan ze bv belastingen heffen?
- Macro-economie : in hoger niveau naar maatschappij kijken
o Vraagstukken bekijken die de economie in geheel beinvloeden
o Gaat voornamelijk over stabilisatieprobleem
o Bv : werkloosheid, inflatie
MICRO-ECONOMIE VERSUS MACRO -ECONOMIE
3