Rubriek 1: w1_les1a + w2_les1 + w2_les2
11 tentamen vragen
W1_les1a
Marketing is: het proces waarmee bedrijven waarde creëren voor de klant en sterke
klantrelaties opbouwen om in ruil daarvoor waarde van de klant terug te krijgen.
Enerzijds nieuwe klanten aantrekken d.m.v. superieure waarde geven en beloven anderzijds
bestaande klanten houden door tevreden te stellen
Marketingproces bestaat uit 4 stappen:
1. Analyse: beeldvorming M&V en marktafbakening
2. Strategie: vaststellen grote lijnen
3. Tactiek: realisatie
4. Implementatie en evaluatie:
Platformbusinessmodel worden producten en/of diensten niet zelf geproduceerd of
aangeboden.
De focus wordt door platformorganisaties verlegd naar de vraagzijde van de economie.
Veranderend marketinglandschap
1900: Productieconcept ‒ producten beschikbaar en betaalbaar, gericht efficiency en
volume. Hoe maak je zo efficient maken veel spullen. Industriele revolutie
1915: Productconcept ‒ productkwaliteit meer centraal, gericht op verbetering.
PUSH
1930: Verkoopconcept ‒ producten onder de aandacht brengen.
Na de 2e wereldoorlog richting marketing
1960: Marketingconcept ‒ behoeften van de klant centraal.
Benaderen van de klant, contact – behoefte van de klant.
PULL
En nu :
Maatschappelijk marketingconcept: waarde leveren aan de klant op een manier die het
welzijn van de consument en de samenleving in stand houdt en verbetert.
Imago van het product / beeldvorming van de afnemer.
Tegenwoordig: marketing gebaseerd op data
• Verzamelen data en analyseren data is steeds belangrijker.
• Opkomst Big Data ten dienste van marketing
• Bedrijven veranderen van het voortduwen van goederen,
naar samenwerking en interactie
platformen ontstaan
, W2_les1
Drie niveaus
1. Macro-omgeving:
Grotere maatschappelijke krachten die de hele micro- en meso-omgeving beïnvloeden.
2. Meso-omgeving transactioneel:
Niveau bedrijfskolom; onbeheersbaar en enigszins beïnvloedbaar.
3. Micro-omgeving:
Binnen (afdelingen van) het bedrijf; is te beïnvloeden en te beheersen.
Succes in marketing is vaak afhankelijk van het opbouwen van goede en wederzijdse relaties
in de meso-omgeving zoals je leveranciers, klanten, concurrenten of belangengroepen
Vijf soorten afzetmarkten
Afzetmarkt: aantal klanten met min of meer dezelfde behoefte.
1. Consumentenmarkt, goederen/diensten worden gekocht voor persoonlijk gebruik
2. Industriële markt, inkoop goederen/diensten voor eigen productieproces
3. Wederverkopersmarkt, inkoop goederen voor doorverkoop met winst (groothandel)
4. Institutionele markt, scholen, zieken- verpleeghuizen, gevangenissen en andere
instellingen die aan hun zorg zijn toevertrouwd
5. Overheidsmarkt, inkoop om openbare diensten te produceren of aan door te geven aan
andere die het nodig hebben (mensen in nood)
B2C: business to consumer marketing; gericht op consumentenmarkt.
B2B: business to business marketing; gericht op andere bedrijven.
Trademarketing: B2B gericht op detaillisten groothandeleren of importeurs.
Op wederverkopersmarkt dus
Tussenhandel en -personen
Dit zijn niet alleen de wederverkopers, maar alle bedrijven die bijdragen of ondersteunen…
− Logistieke bedrijven (opslag en transport).
− Marketing-dienstverleners. Reclamebureaus, mediabedrijven,
marketingadviesbureaus
− Financiële dienstverleners (kredietverstrekkers, banken,
verzekeringsmaatschappijen, etc.).
Belangen- of publieksgroepen
Hebben belang bij / invloed op het vermogen om de gestelde doelen te behalen:
− Financiële groepen, aandeelhouders, beleggers, banken
− Mediagroepen, kranten, tijdschriften, radio/tv-stations
− Overheid
− Specifieke consumenten- of actiegroepen, consumetenorganisaties en
milieugroepen
− Lokale groepen, buurtbewoners en buurtcentra (want ligt het bedrijf nog
goed bij de omwonenden)
− Maatschappij en de ‘publieke opinie’ (gezond ondernemingsimago belangrijk)