Burger en het recht samenvatting
Personen & familie recht: inleiding
Is de tak van het burgerlijkrecht. Volgt de levensloop van mensen, van hun geboorte (zelfs al
voordien) tot aan hun overlijden (zelfs nog nadien).
Burgerlijk wetboek 1804: regelt een aantal elementaire verhoudingen tussen burgers:
Personenrecht: regelt het statuut van personen en hun plaats in de samenleving
Familierecht: regelt de plaats van personen binnen 3 persoonlijke verhoudingen, die we
familiale betrekkingen noemen.
- Partnerrelaties, relatie ouders-kinderen, verwantschap (de relatie met bloedverwanten ->
andere dan kinderen en aanverwanten.
Goederenrecht
Verbintenissenrecht
- Contractenrecht (koop, huur, lening)
- Onrechtmatige daad (art.1382BW)
Bronnen:
Burgerlijk wetboek 1804>2024: aanvullende en wijzigende wetten + bijzondere wetten
- Wijzigende wetten (wetten die het BW wijzigen)
Bepalingen worden opgeheven, verdwijnen uit het wetboek
Bepalingen worden gewijzigd, veranderingen in de tekst
- Aanvullende wetten: bepalingen worden aangevuld, uitbreidingen van de tekst
- Bijzondere wetten
Afzonderlijk gepubliceerd in de codex
Maken integraal deel uit van het burgerlijk recht en moeten samen met de bepalingen
van het BW gelezen worden.
Internationale bronnen van het burgerlijk wetboek: BUPO- verdrag, EVRM, IVRK…
Bronnen van andere rechtstakken (gerechtelijk recht, strafrecht…)
- RW (rechtskundig weekblad)
- NJT (nieuw juridisch tijdschrift
- T.B.B.R (tijdschrift voor Belgisch burgerlijk recht
- T/J/K (tijdschrift voor jeugd en kinderrechten)
Een nieuw burgerlijk wetboek “under construction”
Op 01/11/2020 is de wet van 13/04/2019 tot invoering van een burgerlijk wetboek en tot invoering
van boek 8 in dat wetboek in werking getreden. Sindsdien draagt het burgerlijk wetboek van
21/03/1804 het opschrift “oud BW” dat nog steeds van toepassing is. Dit oud BW bevat nog: boek 1-
> personen, zit nog niet volledig in boek 2 van het nieuwe BW) zie codex 2 -2223 pagina 741.
Op termijn zal het nieuw BW uit 10 boeken bestaan:
Boek 1: algemene bepalingen
Boek 2: personen, familie en relatievermogen recht
Boek 3: goederen
Boek 4: nalatenschappen, schenkingen en testamenten
Boek 5: verbintenissen
Boek 6: buitencontractuele aansprakelijkheid
Boek 7: bijzondere overeenkomsten
Boek 8: bewijs
Boek 9: zekerheden
Boek 10: verjaring
Het nieuw BW zal stapsgewijs ingevoerd worden (zie codex 2 -2223 pagina 932)
Hoofdstuk 1: personenrecht
Het begrip persoon:
Heeft geen wettelijke definitie. Houder van “rechten en plichten” met betrekking tot eigen persoon,
andere personen, goederen of verbintenissen.
Natuurlijk persoon => alleen levende mensen, niet dieren, bomen, AI, levende – niet embryo
of lijk
Rechtspersoon => juridisch contructie. Bv OCMW, VennS, Staat… elke andere entiteit dan de
natuurlijke persoon van wie het recht een deelnemen aan het rechtsverkeer maakt
1
, Rechtspersoonlijkheid – rechtssubject:
Is de natuurlijke persoon, dus alle levende mensen
Basisonderscheid tot 2021
Personen - rechtssubject Voorwerpen – rechtsobject
Houder van rechten en plichten Object waarop rechten worden uitgeoefend of
Natuurlijk persoon + rechtspersoon ten aanzien waarvan plichten gelden:
Dieren, natuur, producten…
Voor 2021: alle entiteiten behoren tot 1 categorie, of persoon of voorwerp
Voorwerpen en dieren zouden geen personen kunnen zijn omdat zij anders dan mensen, niet in
staat zouden zijn, om als denkend en voelend wezen rechten en plichten op te nemen en zo
hun stoffelijke wereld te controleren.
Voorwerpen en dieren hebben geen bevoegdheden noch rechten ze zijn slechts het voorwerp
van rechten en plichten van personen.
De tweedeling personen en voorwerpen staat in toenemende mate onder druk.
Sinds 2021: is er de subcategorie “dieren”
Mensen, niet Dieren:
dieren, Artikel 3:38 (nieuw BW) derde categorie van entiteit naast personen en voorwerp. Maar artikel 3:39 BW, de
bomen of AI regels met betrekking tot de lichamelijke goederen zijn van toepassing:
Praktisch weinig nut
Symbolische betekenis
Toekomst? Invulling vanuit eigen belangen van het dier of rechtspersoonlijkheid geven?
Andere dragers van leven: Lucht, aarde, water, planten, bomen…
Objectiefrechtelijke bescherming: meer aandacht sinds de SDG’S van de VN.
- Objecten ten aanzien waarvan plichten gelden
Quid rechtspersoonlijkheid? Subjecten met eigen rechten en plichten?
Artificiële intelligentie (AI): robots hebben geen rechtspersoonlijkheid
Levende- Geen embryo of foetus of dood lijk. Het is geen persoon met juridisch statuut zoals eerder vermeld. Maar
niet wat is het dan? Voorwerp? In principe wel, maar tal van objectief rechterlijke beschermde regels.
embryo/lijk
Alle mensen Alle levende mensen zijn rechtsbekwaam, met andere woorden bekwaam om rechten en plichten te
hebben = ze zijn dus rechtssubjecten.
Het is verboden mensen volledig rechtsonbekwaam te maken:
Burgerlijke dood werd in 1831 in de grondwet verboden +slavernij is verboden
=>de burgerlijke dood was een straf waarbij men door de overheid als dood werd beschouwd.
Men was niet langs een rechtssubject en werd rechtsonbekwaam. Juridisch gezien bestond de persoon niet
meer en werd zijn natuurlijke persoonlijkheid ontnomen.
Gedeeltelijke rechtsonbekwaamheid kan wel:
Iemand bezit slechts een gedeelte van de rechten en plichten, dus niet al zijn rechten en plichten. Staat in
het kader van een specifieke context. Vreemdelingen in bepaalde situaties. Sommige strafrechtelijk
veroordeelden worden ontzet uit de burgerlijke en politieke rechten.
Hoofdstuk 1: personen recht: begin en einde
Levend geboren worden & levensvatbaar:
De geboorte begint met: indaling, weeën, ontsluiting, persweeën, draaien van het hoofdje en
hoofdje komt naar buiten. Er zijn dus verschillende fases bij een bevalling. Geboorte is geen
juridisch begrip. De vaststelling ervan gebeurt door de medische wereld, arts of vroedvrouw.
Geboorte en niet de verwekking:
2
, Embryo/ foetus: geen persoon of rechtssubject, is een rechtsobject met bijzondere bescherming.
Voorbeelden: artikel 4.4 (nieuw BW), MBV -wet, abortuswetgeving, recht op schadevergoeding,
ongeboren kind kan erkend worden.
Artikel 4.4 (nieuw BW: redenering a contrario):
Niet erfgerechtigd is het kind dat nog niet verwekt is, dus erfgerechtigd is het kind dat verwekt is.
Op ogenblik dat erfenis openvalt is het overlijden erflater (wettelijke periode van verwekking). +
levend en levensvatbaar geboren worden. (Casus Marie en Tom dia 31 of wz).
MBV- wet: Medisch begeleide voortplanting en bestemming overtallige embryo’s; deze wet komt
later nog.
Abortus:
Embryo of foetus heeft geen recht op leven, het is immers geen houder van rechten, geen
natuurlijk persoon.
Zwangere vrouw behoort juridisch tot het leerstuk met betrekking tot het “zelfbeschikkingsrecht
over de fysieke bestanddelen van het lichaam.”
Zelfbeschikking over de fysieke bestanddelen van het lichaam druist in principe tegen de “OO”
openbare orde. (Niet zomaar zwangerschap afbreken wanneer je wil, want is tegen de wet)
Vandaar dat uitzonderingen op het verbod tot zelfbeschikking zeer strikt worden beperkt. Het
zelfbeschikkingsrecht staat centraal in de huidige maatschappij.
Uitgangspunt is het romeinse recht, niemand is baas over eigen lichaam ‘ nemo umbo
corporis sui”.
Deze denkwijze over het menselijk lichaam heeft door de eeuwen heen wel een grote
evolutie ondergaan. Op het principieel verbod om vrij en autonoom beslissingen over
het lichaam te nemen zijn er intussen tal van uitzonderingen ontstaan:
orgaandonatie, zaad en eiceldonatie, geslachtschirurgie en abortus
De oorspronkelijke abortuswet dateert van 03/04/1990 en plaatste de wetgeving binnen het
strafrecht, hoewel de abortus buiten de wettelijke voorwaarden niet als moord, doodslag, of
opzettelijke slagen of verwondingen met dood tot gevolg kan worden beschouwd enkel
als de embryo of foetus, geen persoon is
De Wet van 15 oktober 2018 (BS 29 oktober 2018) haalt met ingang van 8 november 2018 abortus
uit het Stafwetboek (vroeger artikelen 350 en 351SW) en wordt nu beschouwd als volledig
medische handeling binnen het gezondheidsrecht.
Niettemin bevat de nieuwe wet nog steeds sancties voor wie de vastgelegde voorwaarden voor
zwangerschapsonderbreking niet respecteert, waardoor er eigenlijk weinig veranderd is.
Abortuswet: Wettelijke voorwaarden
Voor de 12de week van bevruchting
Door een arts
Informed consent: risico’s en alle andere opties
Info anticonceptiemethoden
6 dagen bedenktijd
Indien voldaan=> onweerlegbaar vermoeden van medische noodzaak
Opmerkelijk aan deze wet: Uitzondering ook na 12weken zonder einddatum:
Ernstig gevaar gezondheid vrouw =>fysiek en psychisch
Kind uiterst zware ongeneeslijke kwaal=>ongeneeslijk is niet gelijk aan terminaal (geen kans
op leven)
+Biologische vader speelt geen enkele rol
Nieuw voorstellen:
Termijn van 12 weken naar 18 weken optrekken en bedenktijd van 6 dagen inkorten.
De termijn Voorstanders zeggen:
verlengen van Abortus na 12 weken zwangerschap kan nu niet, tenzij medische redenen. Wie na 12 weken nog een
3
, 12 naar 18 abortus wenst, kan enkel in het buitenland terecht. Door verlenging van de termijn naar 18 weken
weken kunnen deze vrouwen in eigen land geholpen worden.
Tegenstanders zeggen:
Het embryo is 6 weken ouder dan bij de huidige wetgeving. Dat kan de ingreep moeilijker maken, zowel
fysiek als mentaal.
Bedenktijd Voorstanders zeggen:
inkorten van 6 De wachttijd van 6 dagen zorgt er soms voor dat men de wettelijke termijn net niet haalt. Iemand die
naar 2 dagen ongewenst zwanger is, zal niet langer moeten wachten dan nodig.
Tegenstanders:
De bedoeling van de wachttijd is om te vermijden dat vrouwen impulsief beslissen zonder alle opties te
overwegen. 2 dagen bedenktijd is kort voor zo’n zwaarwegende beslissing.
Quid/wat met minderjarigen:
Geen toestemming nodig als minderjarigen, de wet zegt dat je als minderjarigen ook in
staat bent de keuze te maken. Wel toestemming nodig voor algemeen verdoving in het
ziekenhuis. Bij een abortuscentra is het plaatselijke verdoving dus geen toestemming nodig.
Medewerkers abortuscentra hebben beroepsgeheim.
Luna:
Is de fusie vzw die de werking en acties van de Nederlandstalige abortuscentra
coördineert. De onderlinge solidariteit versterkt en de aangesloten centra alle mogelijke
ondersteuning bied. Overleg, intervisies en studiedagen personeel.
FARA: vzw die zwangerschapskeuzes bespreekbaar maakt
De geboorte:
Kennisgeving van geboorte: artikel 42 oud BW
Aangifte van geboorte: artikel 43 oud BW: geboorteakte
Geboorteakte:
Is een akte van de burgerlijke stand, het enig bewijs van bestaan. Het bevat:
Dag, uur, plaats van de geboorte,
Geslacht
Voornaam en naam van kind
Voornaam en naam, beroep, woonplaats moeder +vader
Quid/wat met vroeg sterfte: zie oud BW wetboek artikel 58-59
Doodgeboren voor of na 140 dagen zwangerschap. Voor de nieuwe regelgeving die in werking trad
op 31/03/2019 werd er een onderscheid gemaakt tussen doodgeboren kinderen voor of na 180
dagen. De 180 dagen komt overeen met de grens van levensvatbaarheid.
Geboren voor 180 dagen werd er geen akte opgesteld. Na 180 dagen werd een akte van een
levenloos kind opgemaakt waarin een voornaam kon vermeld worden, geen familienaam.
Doodgebor Er wordt geen enkele akte opgemaakt, dus geen naam.
en voor Foetale resten:
140 dagen Voor decreet 16/01/2004 betreffende de begraafplaatsen en lijkbezorging (zie later) geen specifieke
zwangersc regeling voor de begraving of crematie van de stoffelijke resten. Wat gebeurde er dan met de resten?
hap Verkoop/schenking foetale resten voor:
- Onderzoek/therapeutische doeleinden
- Farmaceutische doeleinden
- Cosmetica
Ziekenhuisafval: verbranding in ziekenhuis (Vlarem wetgeving)
Heel uitzonderlijk verbranding buiten ziekenhuis of begraving bijvoorbeeld gebruikelijk in Leuven. Dit
4
Personen & familie recht: inleiding
Is de tak van het burgerlijkrecht. Volgt de levensloop van mensen, van hun geboorte (zelfs al
voordien) tot aan hun overlijden (zelfs nog nadien).
Burgerlijk wetboek 1804: regelt een aantal elementaire verhoudingen tussen burgers:
Personenrecht: regelt het statuut van personen en hun plaats in de samenleving
Familierecht: regelt de plaats van personen binnen 3 persoonlijke verhoudingen, die we
familiale betrekkingen noemen.
- Partnerrelaties, relatie ouders-kinderen, verwantschap (de relatie met bloedverwanten ->
andere dan kinderen en aanverwanten.
Goederenrecht
Verbintenissenrecht
- Contractenrecht (koop, huur, lening)
- Onrechtmatige daad (art.1382BW)
Bronnen:
Burgerlijk wetboek 1804>2024: aanvullende en wijzigende wetten + bijzondere wetten
- Wijzigende wetten (wetten die het BW wijzigen)
Bepalingen worden opgeheven, verdwijnen uit het wetboek
Bepalingen worden gewijzigd, veranderingen in de tekst
- Aanvullende wetten: bepalingen worden aangevuld, uitbreidingen van de tekst
- Bijzondere wetten
Afzonderlijk gepubliceerd in de codex
Maken integraal deel uit van het burgerlijk recht en moeten samen met de bepalingen
van het BW gelezen worden.
Internationale bronnen van het burgerlijk wetboek: BUPO- verdrag, EVRM, IVRK…
Bronnen van andere rechtstakken (gerechtelijk recht, strafrecht…)
- RW (rechtskundig weekblad)
- NJT (nieuw juridisch tijdschrift
- T.B.B.R (tijdschrift voor Belgisch burgerlijk recht
- T/J/K (tijdschrift voor jeugd en kinderrechten)
Een nieuw burgerlijk wetboek “under construction”
Op 01/11/2020 is de wet van 13/04/2019 tot invoering van een burgerlijk wetboek en tot invoering
van boek 8 in dat wetboek in werking getreden. Sindsdien draagt het burgerlijk wetboek van
21/03/1804 het opschrift “oud BW” dat nog steeds van toepassing is. Dit oud BW bevat nog: boek 1-
> personen, zit nog niet volledig in boek 2 van het nieuwe BW) zie codex 2 -2223 pagina 741.
Op termijn zal het nieuw BW uit 10 boeken bestaan:
Boek 1: algemene bepalingen
Boek 2: personen, familie en relatievermogen recht
Boek 3: goederen
Boek 4: nalatenschappen, schenkingen en testamenten
Boek 5: verbintenissen
Boek 6: buitencontractuele aansprakelijkheid
Boek 7: bijzondere overeenkomsten
Boek 8: bewijs
Boek 9: zekerheden
Boek 10: verjaring
Het nieuw BW zal stapsgewijs ingevoerd worden (zie codex 2 -2223 pagina 932)
Hoofdstuk 1: personenrecht
Het begrip persoon:
Heeft geen wettelijke definitie. Houder van “rechten en plichten” met betrekking tot eigen persoon,
andere personen, goederen of verbintenissen.
Natuurlijk persoon => alleen levende mensen, niet dieren, bomen, AI, levende – niet embryo
of lijk
Rechtspersoon => juridisch contructie. Bv OCMW, VennS, Staat… elke andere entiteit dan de
natuurlijke persoon van wie het recht een deelnemen aan het rechtsverkeer maakt
1
, Rechtspersoonlijkheid – rechtssubject:
Is de natuurlijke persoon, dus alle levende mensen
Basisonderscheid tot 2021
Personen - rechtssubject Voorwerpen – rechtsobject
Houder van rechten en plichten Object waarop rechten worden uitgeoefend of
Natuurlijk persoon + rechtspersoon ten aanzien waarvan plichten gelden:
Dieren, natuur, producten…
Voor 2021: alle entiteiten behoren tot 1 categorie, of persoon of voorwerp
Voorwerpen en dieren zouden geen personen kunnen zijn omdat zij anders dan mensen, niet in
staat zouden zijn, om als denkend en voelend wezen rechten en plichten op te nemen en zo
hun stoffelijke wereld te controleren.
Voorwerpen en dieren hebben geen bevoegdheden noch rechten ze zijn slechts het voorwerp
van rechten en plichten van personen.
De tweedeling personen en voorwerpen staat in toenemende mate onder druk.
Sinds 2021: is er de subcategorie “dieren”
Mensen, niet Dieren:
dieren, Artikel 3:38 (nieuw BW) derde categorie van entiteit naast personen en voorwerp. Maar artikel 3:39 BW, de
bomen of AI regels met betrekking tot de lichamelijke goederen zijn van toepassing:
Praktisch weinig nut
Symbolische betekenis
Toekomst? Invulling vanuit eigen belangen van het dier of rechtspersoonlijkheid geven?
Andere dragers van leven: Lucht, aarde, water, planten, bomen…
Objectiefrechtelijke bescherming: meer aandacht sinds de SDG’S van de VN.
- Objecten ten aanzien waarvan plichten gelden
Quid rechtspersoonlijkheid? Subjecten met eigen rechten en plichten?
Artificiële intelligentie (AI): robots hebben geen rechtspersoonlijkheid
Levende- Geen embryo of foetus of dood lijk. Het is geen persoon met juridisch statuut zoals eerder vermeld. Maar
niet wat is het dan? Voorwerp? In principe wel, maar tal van objectief rechterlijke beschermde regels.
embryo/lijk
Alle mensen Alle levende mensen zijn rechtsbekwaam, met andere woorden bekwaam om rechten en plichten te
hebben = ze zijn dus rechtssubjecten.
Het is verboden mensen volledig rechtsonbekwaam te maken:
Burgerlijke dood werd in 1831 in de grondwet verboden +slavernij is verboden
=>de burgerlijke dood was een straf waarbij men door de overheid als dood werd beschouwd.
Men was niet langs een rechtssubject en werd rechtsonbekwaam. Juridisch gezien bestond de persoon niet
meer en werd zijn natuurlijke persoonlijkheid ontnomen.
Gedeeltelijke rechtsonbekwaamheid kan wel:
Iemand bezit slechts een gedeelte van de rechten en plichten, dus niet al zijn rechten en plichten. Staat in
het kader van een specifieke context. Vreemdelingen in bepaalde situaties. Sommige strafrechtelijk
veroordeelden worden ontzet uit de burgerlijke en politieke rechten.
Hoofdstuk 1: personen recht: begin en einde
Levend geboren worden & levensvatbaar:
De geboorte begint met: indaling, weeën, ontsluiting, persweeën, draaien van het hoofdje en
hoofdje komt naar buiten. Er zijn dus verschillende fases bij een bevalling. Geboorte is geen
juridisch begrip. De vaststelling ervan gebeurt door de medische wereld, arts of vroedvrouw.
Geboorte en niet de verwekking:
2
, Embryo/ foetus: geen persoon of rechtssubject, is een rechtsobject met bijzondere bescherming.
Voorbeelden: artikel 4.4 (nieuw BW), MBV -wet, abortuswetgeving, recht op schadevergoeding,
ongeboren kind kan erkend worden.
Artikel 4.4 (nieuw BW: redenering a contrario):
Niet erfgerechtigd is het kind dat nog niet verwekt is, dus erfgerechtigd is het kind dat verwekt is.
Op ogenblik dat erfenis openvalt is het overlijden erflater (wettelijke periode van verwekking). +
levend en levensvatbaar geboren worden. (Casus Marie en Tom dia 31 of wz).
MBV- wet: Medisch begeleide voortplanting en bestemming overtallige embryo’s; deze wet komt
later nog.
Abortus:
Embryo of foetus heeft geen recht op leven, het is immers geen houder van rechten, geen
natuurlijk persoon.
Zwangere vrouw behoort juridisch tot het leerstuk met betrekking tot het “zelfbeschikkingsrecht
over de fysieke bestanddelen van het lichaam.”
Zelfbeschikking over de fysieke bestanddelen van het lichaam druist in principe tegen de “OO”
openbare orde. (Niet zomaar zwangerschap afbreken wanneer je wil, want is tegen de wet)
Vandaar dat uitzonderingen op het verbod tot zelfbeschikking zeer strikt worden beperkt. Het
zelfbeschikkingsrecht staat centraal in de huidige maatschappij.
Uitgangspunt is het romeinse recht, niemand is baas over eigen lichaam ‘ nemo umbo
corporis sui”.
Deze denkwijze over het menselijk lichaam heeft door de eeuwen heen wel een grote
evolutie ondergaan. Op het principieel verbod om vrij en autonoom beslissingen over
het lichaam te nemen zijn er intussen tal van uitzonderingen ontstaan:
orgaandonatie, zaad en eiceldonatie, geslachtschirurgie en abortus
De oorspronkelijke abortuswet dateert van 03/04/1990 en plaatste de wetgeving binnen het
strafrecht, hoewel de abortus buiten de wettelijke voorwaarden niet als moord, doodslag, of
opzettelijke slagen of verwondingen met dood tot gevolg kan worden beschouwd enkel
als de embryo of foetus, geen persoon is
De Wet van 15 oktober 2018 (BS 29 oktober 2018) haalt met ingang van 8 november 2018 abortus
uit het Stafwetboek (vroeger artikelen 350 en 351SW) en wordt nu beschouwd als volledig
medische handeling binnen het gezondheidsrecht.
Niettemin bevat de nieuwe wet nog steeds sancties voor wie de vastgelegde voorwaarden voor
zwangerschapsonderbreking niet respecteert, waardoor er eigenlijk weinig veranderd is.
Abortuswet: Wettelijke voorwaarden
Voor de 12de week van bevruchting
Door een arts
Informed consent: risico’s en alle andere opties
Info anticonceptiemethoden
6 dagen bedenktijd
Indien voldaan=> onweerlegbaar vermoeden van medische noodzaak
Opmerkelijk aan deze wet: Uitzondering ook na 12weken zonder einddatum:
Ernstig gevaar gezondheid vrouw =>fysiek en psychisch
Kind uiterst zware ongeneeslijke kwaal=>ongeneeslijk is niet gelijk aan terminaal (geen kans
op leven)
+Biologische vader speelt geen enkele rol
Nieuw voorstellen:
Termijn van 12 weken naar 18 weken optrekken en bedenktijd van 6 dagen inkorten.
De termijn Voorstanders zeggen:
verlengen van Abortus na 12 weken zwangerschap kan nu niet, tenzij medische redenen. Wie na 12 weken nog een
3
, 12 naar 18 abortus wenst, kan enkel in het buitenland terecht. Door verlenging van de termijn naar 18 weken
weken kunnen deze vrouwen in eigen land geholpen worden.
Tegenstanders zeggen:
Het embryo is 6 weken ouder dan bij de huidige wetgeving. Dat kan de ingreep moeilijker maken, zowel
fysiek als mentaal.
Bedenktijd Voorstanders zeggen:
inkorten van 6 De wachttijd van 6 dagen zorgt er soms voor dat men de wettelijke termijn net niet haalt. Iemand die
naar 2 dagen ongewenst zwanger is, zal niet langer moeten wachten dan nodig.
Tegenstanders:
De bedoeling van de wachttijd is om te vermijden dat vrouwen impulsief beslissen zonder alle opties te
overwegen. 2 dagen bedenktijd is kort voor zo’n zwaarwegende beslissing.
Quid/wat met minderjarigen:
Geen toestemming nodig als minderjarigen, de wet zegt dat je als minderjarigen ook in
staat bent de keuze te maken. Wel toestemming nodig voor algemeen verdoving in het
ziekenhuis. Bij een abortuscentra is het plaatselijke verdoving dus geen toestemming nodig.
Medewerkers abortuscentra hebben beroepsgeheim.
Luna:
Is de fusie vzw die de werking en acties van de Nederlandstalige abortuscentra
coördineert. De onderlinge solidariteit versterkt en de aangesloten centra alle mogelijke
ondersteuning bied. Overleg, intervisies en studiedagen personeel.
FARA: vzw die zwangerschapskeuzes bespreekbaar maakt
De geboorte:
Kennisgeving van geboorte: artikel 42 oud BW
Aangifte van geboorte: artikel 43 oud BW: geboorteakte
Geboorteakte:
Is een akte van de burgerlijke stand, het enig bewijs van bestaan. Het bevat:
Dag, uur, plaats van de geboorte,
Geslacht
Voornaam en naam van kind
Voornaam en naam, beroep, woonplaats moeder +vader
Quid/wat met vroeg sterfte: zie oud BW wetboek artikel 58-59
Doodgeboren voor of na 140 dagen zwangerschap. Voor de nieuwe regelgeving die in werking trad
op 31/03/2019 werd er een onderscheid gemaakt tussen doodgeboren kinderen voor of na 180
dagen. De 180 dagen komt overeen met de grens van levensvatbaarheid.
Geboren voor 180 dagen werd er geen akte opgesteld. Na 180 dagen werd een akte van een
levenloos kind opgemaakt waarin een voornaam kon vermeld worden, geen familienaam.
Doodgebor Er wordt geen enkele akte opgemaakt, dus geen naam.
en voor Foetale resten:
140 dagen Voor decreet 16/01/2004 betreffende de begraafplaatsen en lijkbezorging (zie later) geen specifieke
zwangersc regeling voor de begraving of crematie van de stoffelijke resten. Wat gebeurde er dan met de resten?
hap Verkoop/schenking foetale resten voor:
- Onderzoek/therapeutische doeleinden
- Farmaceutische doeleinden
- Cosmetica
Ziekenhuisafval: verbranding in ziekenhuis (Vlarem wetgeving)
Heel uitzonderlijk verbranding buiten ziekenhuis of begraving bijvoorbeeld gebruikelijk in Leuven. Dit
4