Les 1: Epithelen
Zie boek p.86-111 voor tekeningen!
Algemeenheden
Epitheel: weefsel dat het lichaamsoppervlak bedekt, holten & kanalen in het
lichaam aflijnt & klieren vormt.
Epitheel: een avasculair en bijna volledig cellulair (d.w.z. met weinig of geen
intercellulaire matrix) aggregaat van cellen die gespecialiseerd zijn in
absorberende, secretorische, beschermende of sensorische activiteiten.
Twee hoofdtaken:
Bescherming onderliggend weefsel
Opname & afgifte van stoffen
Epitheelweefsels: bestaan uit één of meer lagen van epitheelcellen,
verbonden door intercellulaire verbindingen & deze zijn verbonden met het
onderliggende bindweefsel door het basaal membraan (= epithelen rusten
hierop, voedingsstoffen diffunderen hierdoor).
Epitheel huid, mond, neus & anus à ectodermale afkomst
Epitheel ademhalingsorganen & spijsverteringskanaal + geassocieerde
klieren à endodermale afkomst
Endotheel van bloedvaten & bekledend mesotheel v. lichaamsholten à
mesodermale afkomst.
Klieren
Exocriene klieren: geven hun product af buiten het lichaam.
Endocriene klieren: geven hun producten af binnen de bloedbaan, bv.
hormonen.
,Epitheelcellen
Epitheel bevatgeen extra- of intracellulaire matrix & bevat een apicaal- +
basaalmembraan.
Cellen zijn aan elkaar gehecht door intercellulaire verbindingen à vormen
selectieve barrière voor opname van stoffen.
Epitheelcellen zijn gepolariseerd; apicale deel v.d. cel verschilt functioneel
v.h. basale deel & heeft ook een andere samenstelling v. plasmamembraan,
organellen, enzymen…
Basaal membraan: bestaat uit dunne lamina basalis & aansluitende
lamina reticularis met collagene vezels.
- Lamina basalis: elektronenmicroscopisch waarneembaar als
donkere laag.
- Lamina densa: centraal in de lamina basalis, bestaande uit
collageen type IV & proteoglycanen.
- Lamina lucida: lichtere laag die de lamina densa begrensd. Bevat
vooral glycoproteïne ‘laminine’.
- Lamina reticularis: door fibroblasten afgezet tegen lamina basalis.
Hemidesmosomen: specifieke hechtstructuren, intracellulair & verbonden
met het cytoskelet.
Functies lamina basalis:
Hechtende functie
Filterfunctie voor uitwisseling v. macromoleculen tussen epitheel &
bindweefsel.
Regulerende functie over de delingsactiviteit & differentiatie v.
epitheelcellen, door binding groeifactoren.
Zie p.87 voor tekening
,Domeinen
Apicale domein: bevat verschillende eiwitten à uitwisseling water,
elektrolieten & moleculen met omgeving. In bepaalde organen
structurele oppervlaktespecificaties: microvili, cilia of stereocilia à
functie cel in orgaan.
Laterale domein: nauw met elkaar verbonden door celverbindingen.
T.h.v. de desmosomen binden in de intercellulaire ruimte specifieke
transmembranaire celadhesie moleculen aan elkaar. T.h.v.
cytoplasma: hechtingsplaten à verbonden met keratine filamenten à
stevig geheel.
Basale domein: meer dan 50 verschillende eiwitten; collagenen,
lamininen, glycoproteïnen & proteoglycanen à gesecreteerd door
epitheelcellen.
Intercellulaire verbindingen
Functie:
Afsluiting intercellulaire ruimten (occludensverbinding)
Aanhechting (adhaerensverbinding)
Communicatie (nexusverbinding)
Onafhankelijk vr de functie v.d. intercellulaire verbindingen:
Macula: ronde/puntvormige verbinding
Zonula: bandvormige structuur
Fascia: bandvormige structuur
, Zonula occludens
Zonula occludens (= tight junction): meest apicaal gelegen verbinding
tussen epitheelcellen à vormt band rond apex v.d. cel à afsluiting ruimte
tussen epitheelcellen.
Stoffen door het epitheel gaan ook door de cellen à transcellulair of
transcytotisch transport.
Zonula adhaerens
Ondersteund door transmembrane adhesiemoleculen; cadherinen à hechten
plasmamembranen v. naburige cellen aan elkaar.
Cytoplasmatische zijde bevat ‘cell adhesion molecules’ à afhankelijk van 𝐶𝑎 +2
-ionen à actine filamenten verbinden dit met ‘terminal web’ (belangrijke rol
microvili).
Zonula occludens + adhaerens = kitlijst.
Macula adhaerens (desmosoom); bestaat uit cadherinen (desmogeleïnen) à
hechten intercellulaire ruimten aan elkaar (microscopisch als donkere band)
à cytoplasmatisch eiwitten via aanhechtingsplaat (= attachment plaque)
verbonden met intermediaire (cytokeratine) filamenten à stabiliteit
cytoskelet.
Nexus verbindingen
Communicatiekanalen tussen epitheelcellen.
Zie boek p.86-111 voor tekeningen!
Algemeenheden
Epitheel: weefsel dat het lichaamsoppervlak bedekt, holten & kanalen in het
lichaam aflijnt & klieren vormt.
Epitheel: een avasculair en bijna volledig cellulair (d.w.z. met weinig of geen
intercellulaire matrix) aggregaat van cellen die gespecialiseerd zijn in
absorberende, secretorische, beschermende of sensorische activiteiten.
Twee hoofdtaken:
Bescherming onderliggend weefsel
Opname & afgifte van stoffen
Epitheelweefsels: bestaan uit één of meer lagen van epitheelcellen,
verbonden door intercellulaire verbindingen & deze zijn verbonden met het
onderliggende bindweefsel door het basaal membraan (= epithelen rusten
hierop, voedingsstoffen diffunderen hierdoor).
Epitheel huid, mond, neus & anus à ectodermale afkomst
Epitheel ademhalingsorganen & spijsverteringskanaal + geassocieerde
klieren à endodermale afkomst
Endotheel van bloedvaten & bekledend mesotheel v. lichaamsholten à
mesodermale afkomst.
Klieren
Exocriene klieren: geven hun product af buiten het lichaam.
Endocriene klieren: geven hun producten af binnen de bloedbaan, bv.
hormonen.
,Epitheelcellen
Epitheel bevatgeen extra- of intracellulaire matrix & bevat een apicaal- +
basaalmembraan.
Cellen zijn aan elkaar gehecht door intercellulaire verbindingen à vormen
selectieve barrière voor opname van stoffen.
Epitheelcellen zijn gepolariseerd; apicale deel v.d. cel verschilt functioneel
v.h. basale deel & heeft ook een andere samenstelling v. plasmamembraan,
organellen, enzymen…
Basaal membraan: bestaat uit dunne lamina basalis & aansluitende
lamina reticularis met collagene vezels.
- Lamina basalis: elektronenmicroscopisch waarneembaar als
donkere laag.
- Lamina densa: centraal in de lamina basalis, bestaande uit
collageen type IV & proteoglycanen.
- Lamina lucida: lichtere laag die de lamina densa begrensd. Bevat
vooral glycoproteïne ‘laminine’.
- Lamina reticularis: door fibroblasten afgezet tegen lamina basalis.
Hemidesmosomen: specifieke hechtstructuren, intracellulair & verbonden
met het cytoskelet.
Functies lamina basalis:
Hechtende functie
Filterfunctie voor uitwisseling v. macromoleculen tussen epitheel &
bindweefsel.
Regulerende functie over de delingsactiviteit & differentiatie v.
epitheelcellen, door binding groeifactoren.
Zie p.87 voor tekening
,Domeinen
Apicale domein: bevat verschillende eiwitten à uitwisseling water,
elektrolieten & moleculen met omgeving. In bepaalde organen
structurele oppervlaktespecificaties: microvili, cilia of stereocilia à
functie cel in orgaan.
Laterale domein: nauw met elkaar verbonden door celverbindingen.
T.h.v. de desmosomen binden in de intercellulaire ruimte specifieke
transmembranaire celadhesie moleculen aan elkaar. T.h.v.
cytoplasma: hechtingsplaten à verbonden met keratine filamenten à
stevig geheel.
Basale domein: meer dan 50 verschillende eiwitten; collagenen,
lamininen, glycoproteïnen & proteoglycanen à gesecreteerd door
epitheelcellen.
Intercellulaire verbindingen
Functie:
Afsluiting intercellulaire ruimten (occludensverbinding)
Aanhechting (adhaerensverbinding)
Communicatie (nexusverbinding)
Onafhankelijk vr de functie v.d. intercellulaire verbindingen:
Macula: ronde/puntvormige verbinding
Zonula: bandvormige structuur
Fascia: bandvormige structuur
, Zonula occludens
Zonula occludens (= tight junction): meest apicaal gelegen verbinding
tussen epitheelcellen à vormt band rond apex v.d. cel à afsluiting ruimte
tussen epitheelcellen.
Stoffen door het epitheel gaan ook door de cellen à transcellulair of
transcytotisch transport.
Zonula adhaerens
Ondersteund door transmembrane adhesiemoleculen; cadherinen à hechten
plasmamembranen v. naburige cellen aan elkaar.
Cytoplasmatische zijde bevat ‘cell adhesion molecules’ à afhankelijk van 𝐶𝑎 +2
-ionen à actine filamenten verbinden dit met ‘terminal web’ (belangrijke rol
microvili).
Zonula occludens + adhaerens = kitlijst.
Macula adhaerens (desmosoom); bestaat uit cadherinen (desmogeleïnen) à
hechten intercellulaire ruimten aan elkaar (microscopisch als donkere band)
à cytoplasmatisch eiwitten via aanhechtingsplaat (= attachment plaque)
verbonden met intermediaire (cytokeratine) filamenten à stabiliteit
cytoskelet.
Nexus verbindingen
Communicatiekanalen tussen epitheelcellen.