Jurisprudentie Erfrecht
Erven Notaris Postma Vaststellen vaderschap – Art. 1:207 BW
Y overlijd en neef A erft via WV. Bij overlijden A erven zijn kinderen. X vordert
echter afgifte, gezien hij biologisch kind is. Hof en HR wijzen dit af gezien X niet
in familierechtelijke betrekking tot Y stond en Y hem niet heeft erkend. Er komt
geen beroep op Art. 8 EVRM toe. Op basis van nieuwe wetgeving heeft X ech-
ter het vaderschap laten vaststellen en opnieuw gevorderd (Art. 1:207 BW)
HR: Nieuwe wet heeft onmiddellijke werking en terugwerkende kracht. De te-
rugwerkende kracht heeft geen gevolgen voor te goeder trouw verkregen rech-
ten van derden (Art. 1:207.5 BW). Maar erfgenamen kunnen zich hier niet op
beroepen, gezien zij niet gelden als derden. Dit zou in strijd zijn met de be-
oogde gelijkstelling. Erfgenamen beroepen zich ook op kracht van gewijsde,
maar dit faalt omdat toen niet kon worden geanticipeerd op het toen aanhan-
gige wetsvoorstel. Daarnaast heeft wetgever de terugwerkende kracht van Art.
1:207 BW uitdrukkelijk gewild, waardoor hen ook geen beroep op Art. 8 jo. 14
EVRM toekomt. De inbreuk (verlies van eigendom erfgenamen) is bij wet voor-
zien en dient een gerechtvaardigd algemeen belang.
Successiewet Familierechtelijke betrekking – Family life – Art. 8 EVRM
Kind is niet erkend door biologische vader en er is dus geen juridische afstam-
ming. Er was wel sprake van family life in de zin van Art. 8 EVRM door middel
van een omgangsregeling. Erflater benoemt kind wel ook als erfgenaam. Vanuit
successiewet geldt echter voor derden (waaronder buitenhuwelijkse kinderen)
een hoger tarief en minder vrijstelling.
HR: Als de verkrijging krachtens erfrecht valt binnen de werkingssfeer van Art. 8
EVRM dan moet ook de heffing binnen die werking worden beschouwd. Bij toe-
passing van Art. 14 EVRM moeten daarom kinderen uit huwelijk en buitenhu-
welijkse kinderen waarbij sprake is van ‘family life’ gelijkgetrokken. Hier is dus
sprake van discriminatie, maar het is niet aan rechter op wet te veranderen.
Notamail Onwaardigheid – R&B – Art. 4:3 BW
Man had vrouw vermoord, maar is niet veroordeeld (OVAR op grond van stoor-
nis). Hij kon dus erven.
HR: Op basis van feiten en omstandigheden is het naar maatstaven van de R&B
onaanvaardbaar dat hij aanspraak heeft op de nalatenschap. Aan deze toepas-
sing van Art. 6.2.2 BW moeten dezelfde rechtsgevolgen worden toegekend als
aan onwaardigheid uit Art. 4:3 BW
Onwaardigheid Onwaardigheid – Art. 4:3 BW – R&B
Op grond van de R&B kan toch onwaardig worden verklaard, ondanks dat er
geen onherroepelijke veroordeling is.
Boerenplaatsje Tweestapsmaking
Erflater laat na aan verkrijger en verwachter, maar geeft verkrijger de ruimte
om over het goed te beschikken.
Erven Notaris Postma Vaststellen vaderschap – Art. 1:207 BW
Y overlijd en neef A erft via WV. Bij overlijden A erven zijn kinderen. X vordert
echter afgifte, gezien hij biologisch kind is. Hof en HR wijzen dit af gezien X niet
in familierechtelijke betrekking tot Y stond en Y hem niet heeft erkend. Er komt
geen beroep op Art. 8 EVRM toe. Op basis van nieuwe wetgeving heeft X ech-
ter het vaderschap laten vaststellen en opnieuw gevorderd (Art. 1:207 BW)
HR: Nieuwe wet heeft onmiddellijke werking en terugwerkende kracht. De te-
rugwerkende kracht heeft geen gevolgen voor te goeder trouw verkregen rech-
ten van derden (Art. 1:207.5 BW). Maar erfgenamen kunnen zich hier niet op
beroepen, gezien zij niet gelden als derden. Dit zou in strijd zijn met de be-
oogde gelijkstelling. Erfgenamen beroepen zich ook op kracht van gewijsde,
maar dit faalt omdat toen niet kon worden geanticipeerd op het toen aanhan-
gige wetsvoorstel. Daarnaast heeft wetgever de terugwerkende kracht van Art.
1:207 BW uitdrukkelijk gewild, waardoor hen ook geen beroep op Art. 8 jo. 14
EVRM toekomt. De inbreuk (verlies van eigendom erfgenamen) is bij wet voor-
zien en dient een gerechtvaardigd algemeen belang.
Successiewet Familierechtelijke betrekking – Family life – Art. 8 EVRM
Kind is niet erkend door biologische vader en er is dus geen juridische afstam-
ming. Er was wel sprake van family life in de zin van Art. 8 EVRM door middel
van een omgangsregeling. Erflater benoemt kind wel ook als erfgenaam. Vanuit
successiewet geldt echter voor derden (waaronder buitenhuwelijkse kinderen)
een hoger tarief en minder vrijstelling.
HR: Als de verkrijging krachtens erfrecht valt binnen de werkingssfeer van Art. 8
EVRM dan moet ook de heffing binnen die werking worden beschouwd. Bij toe-
passing van Art. 14 EVRM moeten daarom kinderen uit huwelijk en buitenhu-
welijkse kinderen waarbij sprake is van ‘family life’ gelijkgetrokken. Hier is dus
sprake van discriminatie, maar het is niet aan rechter op wet te veranderen.
Notamail Onwaardigheid – R&B – Art. 4:3 BW
Man had vrouw vermoord, maar is niet veroordeeld (OVAR op grond van stoor-
nis). Hij kon dus erven.
HR: Op basis van feiten en omstandigheden is het naar maatstaven van de R&B
onaanvaardbaar dat hij aanspraak heeft op de nalatenschap. Aan deze toepas-
sing van Art. 6.2.2 BW moeten dezelfde rechtsgevolgen worden toegekend als
aan onwaardigheid uit Art. 4:3 BW
Onwaardigheid Onwaardigheid – Art. 4:3 BW – R&B
Op grond van de R&B kan toch onwaardig worden verklaard, ondanks dat er
geen onherroepelijke veroordeling is.
Boerenplaatsje Tweestapsmaking
Erflater laat na aan verkrijger en verwachter, maar geeft verkrijger de ruimte
om over het goed te beschikken.