Module 1: waarover en hoe?
Hoofdstuk 1: waarover heeft economie het?
(blz. 25-33, 47-78)
1) Het onderzoeksdomein
Wat is het onderzoeksdomein van de economie?
- Het houdt zich bezig met individuele en sociale actie (wat een individu of groep doet) en
de impact daarvan op de welvaart
- Vb: milieu: wat dat ieder individu doet (vervuilen, consumeren) gaat een impact hebben
op de welvaart op ons allemaal (water en luchtverontreiniging)
- Vb: rechtseconomie (zie volgende vraag)
Wat is rechtseconomie?
- Onderzoekt de impact van rechtsregels op het menselijke gedrag en op die manier de
bedoelde of onbedoelde maatschappelijke effecten hebben
- 2 soorten:
o Positieve rechtseconomie: verklaren en voorspellen van deze effecten (hoe groot,
wat gaan de effecten zijn als je een bepaalde rechtsregel instelt)
o Normatieve economie: effecten beoordelen vanuit welvaartsoogpunt
Waarover gaat de actie (invalshoek) binnen de economie?
- Als individu heb je veelvuldige behoeften en schaarse middelen hebt om aan die
behoefte te voldoen
- Je moet dus keuzes gaan maken en een actie gaan ondernemen met die beperkte
middelen
- Je hebt dus veelvuldige behoeften en bepaalde goederen en diensten die aan die
behoeften voldoen maar beperkte middelen om die goederen en diensten te produceren
- Schaarste (beperkte middelen): je kan niet alles produceren wat je zou willen en dus
moet er een keuze gemaakt worden (actie) (wat, hoe en voor wie gaat er geproduceerd
worden)
2) De economische kringloop
Wat is de economische kringloop?
- Geeft de interactie weer tussen de verschillende economische agenten
Wat zijn de 5 grote agenten (=beslissingsnemers)?
- Financiële instellingen (=banken), ondernemingen, gezinnen, overheid en buitenland
De ondernemingen/producenten ?
- Koopt of levert imputs en zet die om in een output
, - De imputs bestaan uit 2 groepen
o De lopende imputs: grondstoffen en hulpstoffen
o Productiefactoren: arbeid, kapitaal(=geld dat geïnvesteerd wordt in het bedrijf)
Die kapitaalgoederen dalen na een tijd in waarden = depreciatie
- Wat blijft er daarna over? (= toegevoegde waarde)
- Investering bestaan uit 2 groepen
o Vervangingsinvesteringen: iets dat je moet vervangen
o Netto-investeringen of uitbreidingsinvesteringen: nieuw aankopen omdat het
oude niet volstaat
- Toegevoegde waarde:
o Bruto TW: waarde van output (=broodje) – waarde van de lopende input (=inputs
die hij heeft moeten betalen)
o Netto TW: bruto TW – depreciatie (=waarde daling) = inkomen
Bekijk voorbeeld op pp!!!
De gezinnen/consumenten?
- Gaan hun productiefactoren aanbieden
o Kapitaal: als ze hun kapitaal aanbieden kunnen ze daar intresten of dividenden
voor krijgen
o Arbeid: gaan werken en krijgen hiervoor een loon
- Met inkomen kunnen ze 2 dingen doen:
o Sparen: toename van het vermogen door uitstellen van consumptie
o Consumeren
Overheid?
- Reguleren: alles moet binnen de regels gebeuren
- Inkomensverdeling: belastingen voor mindere groepen
- Producent van publieke goederen: wegen
- Sturen van economische activiteit: subsidies, belastingen heffen
Financiële instellingen?
- Spelen een belangrijke rol als tussenpersoon tussen economische agenten die geld
uitlenen en deze die geld ontlenen
- De vergoeding (interest) die banken vragen aan de economische agenten die bij hen
ontlenen ligt hoger dan de interest die banken betalen aan de spaarders. Banken lopen
immers een risico van wanbetaling en van plotse geldopvragingen
Buitenland? (laatste module)
- Export van in België geproduceerde goederen naar het buitenland (export) en
omgekeerd. Wisselkoersen spelen hierbij een grote rol.
,Interactie tussen gezinnen financiële instellingen en ondernemingen?
Ook overheid en buitenland speelt nog een rol maar staat niet in het schema
3) Hoe welvarend zijn we?
Hoe gaan we checken hoe welvarend een land is?
- Bruto binnenlands product (bbp)
- Prijs maal de hoeveelheid van elk individueel goed dat geproduceerd wordt
- vb: prijs van auto maal de hoeveelheid auto’s die daar gemaakt worden
Welvarendheid berekenen op wereldniveau? (zie de grafieken op pp)
- Eerste probleem is dat veel landen andere munteenheden hebben
- Om te kijken of er meer geproduceerd is hebben we nog een probleem want als er een
prijsstijging was ligt het bbp ook hoger dus moeten we de prijs ongeveer constant
houden
- Nominale bbp: berekent met de prijzen van het lopende jaar
- Reële bbp: berekent in prijzen van een basisjaar (= prijzen constant houden)
- Dit zijn de internationale en intertemporele problemen
- Oplossing: we gaan het bbp berekenen in ppp-dollar van een bepaald basisjaar t
- Ppp-dollar: dollar die dezelfde koopkracht heeft in verschillende landen
- Basisjaar t: prijzen worden constant gehouden
- Zo kan je bbp vergelijken met elkaar zonder fouten (= reële bbp)
- Bbp per capita: rekening houden met de bevolkingstoename
- Bbp per capita vergelijken gebeurt met indexcijfers
- Vb: voor België is 53070 dat deel je door 53070 en maal 100 en zo kan je de rest dan
vergelijken met die van België (=indexcijfers)
- Levensverwachting: indicator die ook een goede indicator kan zijn van de welvaart van
een land
, 4) Drijvende krachten achter de welvaartstoename
Verklaring voor de welvaartstoename?
- Je deelt en vermenigvuldigt hele tijd met hetzelfde en uitkomst blijft dus hetzelfde
behalve delen door de bevolking
Wat betekent elk cijfer?
5: aantal mensen van 18-65 jaar van de bevolking (werkbare leeftijd) (max = 1)
4: beroepsbevolking (=mensen op de arbeidsmarkt) als percentage van de 18-65 jarige (max = 1)
3: het aantal werkenden als percentage van de beroepsbevolking (max = 1)
2: toont het aantal uren je per persoon kan werken (max = 24uur per dag)
1: toont hoeveel er geproduceerd wordt per uur (hiermee kunnen we dus de continue stijging van
de welvarendheid verklaren want de rest bereikt op een gegeven moment een plafond en deze
term niet (= productiviteit)
Wat toont deze grafiek?
- Aantal werkuren per week is gedaald (maar toch zijn we welvarender geworden, hoe kan
dat?)
- De productiviteit per uur is sterk gestegen
- Dit zorgt dus voor een stijging van het bbp per capita
,3 drijvende krachten van deze stijging van de productiviteit?
- Specialisatie (Adam Smith)
- Technologie (Malthus)
- Internationale handel (Ricardo)
Specialisatie?
- Adam Smith bezocht een speldenfabriek en concludeerde dat wanneer het proces
opgesplitst werd en iedereen deed waar hij het beste in was dat er dan veel meer
spelden per dag konden geproduceerd worden
- Arbeidsverdeling
- Tijdswinst door specialisatie
- Learning by doing: taken worden sneller en beter uitgevoerd
Technologie?
- Thomas Malthus voorspelde dat de bevolking exponentieel zou toenemen en de
voedselproductie lineaire
- Als dit gebeurt gaan er na verloop van tijd te veel mensen zijn voor de hoeveelheid
voedsel die ter beschikking is
- Is niet uitgekomen door:
o Vooruitgang in de medische sector
o En voedselproductie niet lineaire toegenomen maar sterker door technologische
vooruitgang in de landbouwsector
Internationale handel?
- Houdt verband met specialisatie en opdeling van het productieproces maar niet binnen
een land maar over de grenzen heen
- Model van Ricardo:
o Comparatieve voordelen:
▪ = voordelen die je hebt in vergelijking met je handelspartner
▪ Onderscheid met absolute voordelen: dat je in absolute termen beter
bent dan je handelspartner, dat betekent dat je op elk gebied
productiever bent dan een ander land maar toch kan het dan nuttig zijn
om handel te drijven met dit land
Zie vb Engeland en Portugal op pp?
Legende:
Manjaren = hoeveel een persoon
per jaar kan produceren/werken
, - Portugal is in absolute termen beter
in wijn en textiel dan Engeland
- Volgens Ricardo (model van
Ricardo) gaat elk land zich toeleggen op elk
goed waar hij een comparatief voordeel in
heeft
- Portugal gaat dus wijn produceren
en Engeland textiel en we krijgen
specialisatie
- productiemogelijkhedencurve
- Geeft weer hoeveel je maximaal van
beide goederen kan produceren rekening
houdend met de beschikbare hoeveelheid
arbeid
- Boven de curve gaat niet en onder
de curve is niet efficiënt
Wat is opportuniteitskost?
- Hoeveel kost het goed dat je niet gaat produceren
- Hoeveel geef je op in termen van het andere goed
- De waarde van een goed dat je niet geproduceerd hebt
- Vb: je geeft 2 eenheden wijn op om 1 eenheid textiel te kunnen produceren
- (Het is eigenlijk de rico van de functie) niet letterlijk gezegd
Wat is het verschil tussen de productiemogelijkhedencurve van Engeland en Portugal?
- De helling van Engeland is steiler
- Omdat elke eenheid textiel Engeland minder eenheden wijn kost dan in Portugal
- Dit is de rede waarom die 2 landen handel gaan drijven
Wat gaan deze landen doen als ze handel gaan drijven?
- Aangezien wijn in Portugal relatief goedkoop is en in Engeland duur gaat Portugal dus
wijn willen exporteren naar Engeland
- Aangezien textiel in Engeland relatief goedkoop is en in Portugal duur gaat Engeland dus
textiel willen exporteren naar Portugal
- Er zijn dus ruilmogelijkheden
- Gevold is dus dat Portugal zich gaat specialiseren in wijn en Engeland in textiel
, - Ruilvoet:
o Engeland wil niet meer dan 1,25 eenheden textiel betalen voor wijn, want dat is
de prijs waarvoor ze het zelf kunnen doen
o Portugal wil minimum 0,5 eenheid, want dat is de prijs die zij er voor moeten
betalen
o De prijs moet hier dus ergens tussen liggen (ideaal in 1)
o Zie dia op pp
- punt T toont dat er 2000 eenheden wijn
geruild worden voor 2000 eenheden textiel
- Maar Engeland kan maar maximaal 2000
eenheden textiel produceren
- Als Portugal meer dan 2000 eenheden wijn
wil ruilen dan gaat dat niet want Engeland zit
daar op zijn maximum (stippellijn op grafiek is
dus onmogelijk)
- De enige manier om daar aan te geraken is
het door zelf te produceren maar dan moeten ze
dus opnieuw meer wijn gaan produceren ( kan je zien aan dat de CMC vanaf hier
opnieuw gelijk loopt met de PMC)
- Bij de curve van Engeland hebben we dit probleem niet daar zien we enkel dat de CMC
uitbreidt naar 2000 en 2000 aangezien de ruilvoet 1 is moet dat dus gelijk zijn
Wat hebben hieruit nu geleerd?
- Ten gevolge van handel kan de consumptiemogelijkhedencurve naar buiten verschoven
is
- Dat er dus meer kan geconsumeerd worden met handel dan zonder handel mogelijk was
- Dus ook handel zorgt voor de toename van de welvaart in de wereld
- Dit is de curve voor de 2 landen samen
- Als ze aan volledige specialisatie doen is er
dus 5000 en 2000 mogelijk maar dan kan
Portugal dus nog beslissen om meer textiel
te produceren (curve evenwijdig met de PMC
van Portugal daar) en ook Engeland kan
beslissen om nog meer wijn te gaan
produceren (curve daar evenwijdig met de
PMC van Engeland)
, - Dit toont de PMC waarbij er meer dan 1
productiefactor aanwezig is (daarnet enkel
arbeid = curve een rechte lijn)
- Hier is de opportuniteitskost niet langer
constant
- wat is de opportuniteitskost van meer tanks
te gaan produceren in termen van voedsel:
o van A naar X: weinig
o van Y naar Z: al veel meer
- vanaf het moment dat je produceert op de
PMC ben je efficiënt bezig (erboven kan niet en eronder is niet efficiënt)
- Dit is de PMC van een bepaald moment, een jaar later zou deze er heel anders kunnen
uitzien, het is enkel een momentopname
- De productiefactoren kunnen deze PMC veranderen (als er meer/verbeteren
productiefactoren zijn dan gaat de curve naar buiten bewegen)
Bekijk de voorbeeld examenvragen!!!!!!
Hoofdstuk 2: hoe gaat economie een vraag beantwoorden?
(blz. 33-35, 139-149)
1) De homo economicus
Wat is een homo economicus?
- Geïnteresseerd in het begrijpen en verklaren van maatschappelijke fenomenen
- Het verband tussen het gedrag van een individu en een maatschappelijke uitkomst kan
gelegd worden door het concept evenwicht
- Iedereen doet wat voor hem/haar het beste is gegeven binnen zijn eigen beperkingen
(rationele keuzetheorie)
o Zegt niets over de inhoud van de voorkeuren
o Veronderstelt niet perfecte informatie (je hoeft niet perfect alle prijzen te kennen)
o Gaat er niet van uit dat economische agenten geen beslissingsfouten maken
Wat is het evenwicht van een individu/economische agent?
- Dat kan bijvoorbeeld zijn:
o Als consument beslissen hoe je je inkomen gaat besteden
o Aan welke goederen je hoeveel gaat besteden en je een vast gedrag aanneemt en
niet meer van gedrag verandert
Hoe bereiken we het globaal evenwicht?
, - Door die individuele evenwichten te gaan samentellen
- We hebben dus een evenwicht als geen enkel individu zijn/haar gedrag nog wil
veranderen
2) Het individuele gedragsmodel
Wat is het individuele gedragsmodel?
- Situatie waarbij een economische agent bij zijn beslissingen geen rekening hoeft te
houden met mogelijke reacties van andere
- Er is dus een afwezigheid van onderlinge afhankelijkheid en van wederzijdse
beïnvloeding
- Hoe bereik je hier een evenwicht?
o Agent bereikt het beste voor zichzelf binnen zijn beperkingen
o Optimaliseer je doelfunctie onder 1 of meer beperkingen
▪ Voor consument: maximaliseer het nut gegeven het inkomen
▪ Voor producent: maximaliseer de winst gegeven de beperkt inputs
- Voor de consument geeft dat deze formule
- Stel dat goed 1: eten en goed 2: kleding
- Je bepaalt voor jezelf hoeveel je aan eten en
kleding geeft en op deze manier maximaliseer je u nut
- winst maximaliseren of kosten minimaliseren
- QA/K = productiefactoren: hier arbeid en kapitaal
- P = prijs van die productiefactoren
- Q = productiefunctie
→ voor het maatschappelijk evenwicht moet je alle producenten en consumenten voorkeuren
optellen
3) Sociale interacties (speltheorie)
Wat is de speltheorie?
, - Situatie van onderlinge afhankelijkheid, van wederzijdse beïnvloeding, economische
agenten dienen bij hun beslissingen rekening te houden met mogelijke reacties van
andere
- Individueel evenwicht is hier moeilijker te achterhalen
Hoe ziet deze theorie eruit?
- Spel
- Spelers
- Strategieën
- Resultatenmatrix
- Veronderstellingen
o Individueel rationele gedrag
o Speler gaat ervan uit dat ook anderen zich rationeel gedragen
o Spelers kennen de regels van het spel
Het gevangenen dilemma?
- Gaat over 2 gevangenen die moeten kiezen tussen te gaan bekennen en ontkennen
- resultatenmatrix
- 2 opties: bekennen en ontkennen
- Verschillende mogelijkheden met jaren
straf voor elk van beide
- In dit geval is de dominante strategie voor
gevangene 2 bekennen (aangezien wat
gevangene 1 ook kiest, kan gevangene 2
steeds het beste eruit komen door te
bekennen
- Maar dit geldt hetzelfde voor gevangene 1
- Hier zitten we dus met 2 dominante strategieën
- Ze gaan steeds allebei bekennen (straf is dus beide 8 jaar)
- Dit is om elk hun individueel evenwicht/optimum te bereiken maar zonder met elkaar te
spreken
- Door te spreken zouden ze wel een sociaal optimum kunnen bereiken ( elk 2 jaar als ze
zouden afspreken om beide te ontkennen)
Voorbeeld van wereldwijde klimaatverandering?
- Lees context op pp