Samenvatting
bedrijfseconomie
Bedrijfseconomie: een inleiding
2023-2024
,INLEIDING
Bedrijfseconomie = studie van het economisch handelen van een bedrijfshuishouding
Economisch principe = met de gegeven middelen zoveel mogelijk behoeften bevredigen
Uit schaarste groeit een waardeverschijnsel
Doel van ondernemingsactiviteit: winstmaximalisatie
o Onderneming streeft naar continuïteit op LT
Bedrijf ≠ onderneming
Bedrijf = technisch-organisatorische eenheid die de productiefactoren natuur, arbeid en
kapitaal combineert met als doel goederen te produceren of diensten te presteren
Onderneming = economisch-juridische eenheid die zich van het bedrijf bedient om
haar kapitaal zo renderend mogelijk te maken
Verschillende ondernemingsvormen:
Eenmanszaak (zelfstandige natuurlijke persoon)
Vennootschap (met of zonder rechtspersoonlijkheid)
o Besloten vennootschap (bv): aangewezen voor KMO’s
o Naamloze vennootschap (nv): aangewezen voor grote en beursgenoteerde
vennootschappen
o Coöperatieve vennootschap (cv): aangewezen voor ondernemingen waarvan de
aandeelhouders samen een gemeenschappelijk doel willen bereiken
o Maatschap: vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, waarbij 2 of meer
personen zich verbinden om hun inbrengen in gemeenschap te brengen
1
,Stakeholders = belanghebbenden die zijn betrokken met de onderneming
Intern: werken in bedrijf
Externen: eender wie (kan bankdirecteur, overheid, leverancier, klant, buurman,… zijn)
Hebben allemaal informatie nodig
Interne informatie: management accounting
Informatie die gedeeld wordt met externen: financial accounting
Cost accounting maakt deel uit van interne verslaggeving en management accounting
2
, 1 KOSTEN- EN
OPBRENGSTBEREKENING TER
ONDERSTEUNING VAN
BESLISSINGEN
H1 KOSTENBEGRIPPEN
1.1 HET BEGRIP KOSTEN
Kosten = geldwaarde van de productiemiddelen (grondstof, arbeid, machines, gebouwen,…) die
doelmatig worden ingezet in het productieproces van een onderneming/bedrijfshuishouding om het
gewenste eindproduct of dienst voort te brengen
Kosten ↔ uitgaven
o Uitgaven hebben te maken met de betaling van productiemiddelen (vb. aanschaffing
machine)
o Kosten zijn verbonden met de aanwending/het verbruik van productiemiddelen bij
het productieproces (vb. afschrijving machine: AW €180 000 (direct betalen =
uitgave) is 4 jaar in gebruik: elk jaar €45 000 kost van afschrijving (geen uitgave))
Verschillende timing van uitgaven en kosten is mogelijk
Kaskosten = kosten én uitgaven
Niet-kaskosten = kosten maar geen uitgaven
Kosten ↔ onkosten
o Onkosten zijn kosten die konden vermeden worden (niet doelmatig, vb. verspilling)
Kostenobject = hetgeen waar je kosteninformatie voor verzamelt
Kan heel breed zijn (bv. voortgebrachte producten of diensten, productgroepen, afdelingen,
distributiekanalen, klanten,…)
Specifiek voor elk bedrijf
Kostprijs = som van alle kosten (= waarde doelmatig ingezette middelen) voor kostenobject
1.2 DE DOELEINDEN VAN DE KOSTENBEREKENING
Doeleinden van kostenberekening = voor- en nadelen van beleidsalternatieven in geld uitdrukken
3
bedrijfseconomie
Bedrijfseconomie: een inleiding
2023-2024
,INLEIDING
Bedrijfseconomie = studie van het economisch handelen van een bedrijfshuishouding
Economisch principe = met de gegeven middelen zoveel mogelijk behoeften bevredigen
Uit schaarste groeit een waardeverschijnsel
Doel van ondernemingsactiviteit: winstmaximalisatie
o Onderneming streeft naar continuïteit op LT
Bedrijf ≠ onderneming
Bedrijf = technisch-organisatorische eenheid die de productiefactoren natuur, arbeid en
kapitaal combineert met als doel goederen te produceren of diensten te presteren
Onderneming = economisch-juridische eenheid die zich van het bedrijf bedient om
haar kapitaal zo renderend mogelijk te maken
Verschillende ondernemingsvormen:
Eenmanszaak (zelfstandige natuurlijke persoon)
Vennootschap (met of zonder rechtspersoonlijkheid)
o Besloten vennootschap (bv): aangewezen voor KMO’s
o Naamloze vennootschap (nv): aangewezen voor grote en beursgenoteerde
vennootschappen
o Coöperatieve vennootschap (cv): aangewezen voor ondernemingen waarvan de
aandeelhouders samen een gemeenschappelijk doel willen bereiken
o Maatschap: vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, waarbij 2 of meer
personen zich verbinden om hun inbrengen in gemeenschap te brengen
1
,Stakeholders = belanghebbenden die zijn betrokken met de onderneming
Intern: werken in bedrijf
Externen: eender wie (kan bankdirecteur, overheid, leverancier, klant, buurman,… zijn)
Hebben allemaal informatie nodig
Interne informatie: management accounting
Informatie die gedeeld wordt met externen: financial accounting
Cost accounting maakt deel uit van interne verslaggeving en management accounting
2
, 1 KOSTEN- EN
OPBRENGSTBEREKENING TER
ONDERSTEUNING VAN
BESLISSINGEN
H1 KOSTENBEGRIPPEN
1.1 HET BEGRIP KOSTEN
Kosten = geldwaarde van de productiemiddelen (grondstof, arbeid, machines, gebouwen,…) die
doelmatig worden ingezet in het productieproces van een onderneming/bedrijfshuishouding om het
gewenste eindproduct of dienst voort te brengen
Kosten ↔ uitgaven
o Uitgaven hebben te maken met de betaling van productiemiddelen (vb. aanschaffing
machine)
o Kosten zijn verbonden met de aanwending/het verbruik van productiemiddelen bij
het productieproces (vb. afschrijving machine: AW €180 000 (direct betalen =
uitgave) is 4 jaar in gebruik: elk jaar €45 000 kost van afschrijving (geen uitgave))
Verschillende timing van uitgaven en kosten is mogelijk
Kaskosten = kosten én uitgaven
Niet-kaskosten = kosten maar geen uitgaven
Kosten ↔ onkosten
o Onkosten zijn kosten die konden vermeden worden (niet doelmatig, vb. verspilling)
Kostenobject = hetgeen waar je kosteninformatie voor verzamelt
Kan heel breed zijn (bv. voortgebrachte producten of diensten, productgroepen, afdelingen,
distributiekanalen, klanten,…)
Specifiek voor elk bedrijf
Kostprijs = som van alle kosten (= waarde doelmatig ingezette middelen) voor kostenobject
1.2 DE DOELEINDEN VAN DE KOSTENBEREKENING
Doeleinden van kostenberekening = voor- en nadelen van beleidsalternatieven in geld uitdrukken
3