Samenvatting Pedagogiek
Groen = (mogelijke) examenvraag
Ontwikkelingspsychologie – aandacht gaat uit naar de psychologische veranderingen van de
mens per levensfase en toenemende leeftijd (van baby tot volwassene).
John Bowlby: gehechtheid – hechtingstheorie
Grondlegger van de theorie over hechting, die in interactie tussen opvoeders en kinderen tot
stand komt.
3 voorwaarden voor veilige hechting die opvoeders en verzorgers dienen te doen:
- sensitief te zijn voor de behoeften van het kind en adequaat hierop te reageren
- continuïteit te geven in aanwezigheid
- zich kunnen inleven in het kind
Voorbeelden waardoor er onveilige hechting kan plaatsvinden:
- vroeggeboorte, aangeboren afwijking, aanleg, temparament. Maar ook omgevingsfactoren
kunnen invloed hebben zoals verslavingsproblematiek ouders, scheiding of armoede.
Hechtingsstijlen van Ainsworth (ging verder op onderzoek theorie van Bowlby)
Veilige hechting
- kind voelt zich veilig en geliefd. Heeft vertrouwen dat ouder terugkomt.
Vermijdende hechting
- Minimaal contact tussen ouder en kind. Kind heeft neiging om contact met ouder te
vermijden, doordat ouder niet voldoende op kind (heeft ge)reageert. Kind is te zelfstandig
voor leeftijd.
Ambivalente hechting
- Kind blijft dicht bij de ouder. Kind is onzeker hoe en of de ouder reageert, doordat ouder
onvoorspelbaar is voor het kind. De behoefte van ouder gaan voor op die van het kind. Kind
leert om niet op zoek te gaan naar hulp, en wordt gestrest als ouder niet in de buurt is.
Gedesorganiseerde hechting
- Combinatie van vermijdende en ambivalente hechting. Kind leert dat contact met ouder
onvoorspelbaar, soms beangstigend en/of gevaarlijk kan zijn. Kind voelt zich hulpeloos. Er is
angst voor de ouder, maar ouder kan ook beschermend zijn.
Sigmund Freud: psychoanalyse en psychoseksuele ontwikkeling (het onbewuste verlangen
bepaalt het gedrag van de mens).
Freud gaat uit van het Id, Superego en Ego (psychoanalyse)
Id
- het onderbewuste, kind heeft aangeboren (oer)driften, impulsen, reflexen en verlangens.
De behoefte om dit te bevredigen uit zich in het gedrag.
Onderbewuste verlangens (vaak seksueel) komen naar boven in onze slaap in de vorm van
dromen.
1
, Leerboek *106Z99-4521*
Superego
- beeld dat we van onszelf hebben. Naarmate leeftijd leert kind beter omgaan met driften en
impulsen uit angst voor straf. De regels, waarden en normen die het kind heeft
meegekregen ontwikkelt zich het geweten. Freud noemt dit geweten Superego.
Ego
- Het op de juiste wijze omgaan met de onbewuste driften (Id) en geweten (Superego)
noemt Freud het ego.
Zodra Superego is ontwikkeld, volgt de fase waarin het kind op een aanvaardbare manier
leert omgaan met onbewuste driftimpulsen.
Volgens theorie van Freud doorloopt een kind verschillende psychoseksuele fasen:
Fase Periode Focus ligt op Kenmerken
Orale fase 0-1 of 1,5 jaar De mond Mond is het meest gevoelig voor prikkels.
Interactie vindt vooral plaats via de mond: eten,
proeven, zuigen
Moeder is bron van veiligheid
Id heeft grootste invloed. Handelingen van het
kind komen voornamelijk vanuit lust/drift
Anale fase 1-3 jaar Blaas en Kind leert sluitspieren te beheersen en wordt
stoelgang zindelijk.
Kan sterke eigen wil hebben en koppig zijn.
Fallische/oedipale 3-6 jaar Geslachtsdelen Ontdekt verschil in geslacht. Neemt normen en
fase waarden over van opvoeder met hetzelfde
geslacht.
Latente fase 6-11 of 12 jaar Superego blijft zich ontwikkelen. Id wordt
(schoolkind) onderdrukt
Cognitieve en sociale ontwikkeling staan
centraal. Kind ontwikkelt sociale vaardigheden
buiten het eigen gezin.
Puberteit/genitale Vanaf 11-12 jaar Kind/jongere wil zich vrijmaken van ouders.
fase tot Ontwikkelt seksuele interesse in anderen, en
volwassenheid toenemende interesse voor welzijn van
anderen.
Erik Erikson: psychoseksuele en sociale ontwikkeling (Examenvraag: je moet de pedagoog
herkennen)
Volgens Erikson speelt de omgeving van het kind een belangrijke rol in de ontwikkeling van
het kind. Het psychische proces is een levenslang proces. Sprak over de psychosociale
ontwikkeling van het individu en beschreef deze met behulp van 5 fasen tot in de
adolescen_e_jd en 3 fasen tot in de volwassenheid. Succes in volgende fase is a`ankelijk
van het succes in de fase ervoor
2