arresten week 1:
1) HR ludlage/van paradijs (bouwvergunning heemstede): Ook al heb je een
vergunning, dan kun je alsnog onrechtmatige hinder veroorzaken
⇒ Er moet worden gekeken of hetgeen wat zich voordoet, het maatschappelijk
betamelijke overschrijdt.
2) HR Eelder woningbouw/ van kammen: We kijken naar wat er in de notariële akte
van levering tot uitdrukking is gebracht (qua partijbedoelingen), dit moet bekeken
worden naar objectieve maatstaven
⇒ wat buiten de akte om blijkt, is irrelevant
3) HR Avo/Petri: 5:54 heeft geen exclusieve werking, en daardoor kan als er een
beroep op 3:13 gedaan wordt ook nog 5:54 worden gebruikt (het is dus niet het
een óf het ander)
4) HR taartpuntjes: van grove schuld van de eigenaar van de overbouw, is sprake
als hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt dat hij op het perceel van de
ander heeft gebouwd.
➢ Als dit een fout is die door anderen is gemaakt: heeft de eigenaar van de
overbouw kennis kunnen nemen van de fout? (vb: architect heeft fouten gemaakt
met het tekenen, heeft de eigenaar van de overbouw die tekening gezien en er
niets mee gedaan of zijn de tekeningen nooit bij hem te zien gekomen?)
5) HR stichting de luwte:
casus: eigendom van een treurwilg, deze boom stond eerst op perceel A maar
groeide snel en daardoor stond de boom ook op perceel B
rechtsregel: Als de stam van de boom met beide percelen verbonden is, geldt er
in beginsel dat de boom gezamenlijk eigendom is door verticale natrekking (5:20
lid 1 sub e), doordat zij gezamenlijk eigenaar zijn moeten zij ook beide samen
beslissen over een potentiële kap van de boom (dit kan niet door 1 der partijen
gedaan worden, maar moet dus samen worden besloten)
extra literatuur:
stapelverbod van boek 5 BW
⇒
het gesloten stelsel
⇒
,EIGENDOM, BURENRECHT EN MANDELIGHEID
HOORCOLLEGE:
roerende en onroerende zaken: 3:3 BW
→ verschil is relevant voor 3:89 (levering bij onroerende zaken) en de overdrachtsbelasting
wanneer is een gebouw/werk onroerend?
→ HR portacabin: wanneer gebouwen gericht zijn op de bedoeling om niet meer
weggehaald te worden
(vb: staan er nog wielen onder? Dan is het nog roerend, want dan nog bestemd om
weggehaald te worden)
beperkt recht vestigen bij roerende/onroerende zaken:
a. roerende zaken: als je eigenaar bent van de roerende zaak, kun je een beperkt recht
vestigen
b. onroerende zaken: dan krijgt de vruchtgebruiker een goederenrechtelijke aanspraak
die hij aan iedereen kan tegenwerpen (zelfs in faillissement en wanneer het
eigendom is overgedragen aan iemand anders, waarop het vruchtgebruik rust)
→ let op! In de openbare registers worden deze goederenrechtelijke aanspraken
kenbaar gemaakt.
→ let op! Je kunt uitsluitend de goederenrechtelijke rechten vestigen die de wet
noemt.
wanneer is iets een registergoed?
→ wanneer het inschrijven in de openbare registers voor dat betreffende goed, verplicht is.
Welke typen onroerende zaken kunnen wij onderscheiden?
1. zelfstandige onroerende zaak
→ een stuk grond
→ netwerk van kabels en leidingen (5:20 lid 2 BW) - in beginsel is de bevoegde
aanlegger van rechtswege de eigenaar
2. onzelfstandige roerende zaak
→ onroerende delfstoffen, beplantingen, gebouwen en werken als onzelfstandige
zaken (5:20 lid 1 BW)
waar vinden we netwerkeigendom?
→ 5:20 lid 2 BW
→ de eigenaar is de bevoegde aanlegger
kenmerken eigendom (5:1 BW)
1. gebruik en vruchttrekking
2. opeising mogelijk (5:2)
3. eeuwigdurend (3:85)
4. vrij overdraagbaar (3:83)
,welke privaatrechtelijke beperkingen kennen wij van het eigendomsrecht?
1. misbruik van bevoegdheid (3:13)
2. burenrecht (5:21 e.v.)
3. beperkte rechten (zie artikel op canvas)
welke publiekrechtelijke beperking kennen wij van het eigendomsrecht?
1. vergunningen die vereist zijn
HR 3 december 2021: De omstandigheid dat (ook het noordelijke deel van) de haven
openbaar vaarwater is en dat als gewoon gebruik moet worden aangemerkt het gebruik door
aankomende en vertrekkende binnenschepen die in de overnachtingshaven verblijven,
betekent dat Kerkewaard dat gebruik heeft te dulden
zaakseenheid bij onroerende zaken
hoofdregel: verticale natrekking (5:20 lid 1 sub e, eerste zin)
uitzondering: als het bestanddeel is van een andere onroerende zaak, dan hoort het bij die
onroerende zaak (= horizontale natrekking), 5:20 lid 1 sub e, tenzij clausule
wanneer is iets een hoofdzaak/bestanddeel bij onroerende zaken? (3 manieren)
1) 3:4 lid 1 = gezichtspunten depex/bergel
a. afstemmingscriterium (zijn gebouw en apparaat op elkaar afgestemd? Op
maat gemaakt)
b. onvoltooidheidscriterium (is zonder de apparatuur de hal nog een
fabriekshal? Heeft de ruimte zonder de apparatur nog zijn functie?)
2) 3:4 lid 2 = schadecriterium (is het zodanig verbonden dat afscheiding beschadiging
op zou leveren aan een der zaken?)
HR portacabin: is het goed bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven? Dan is het een
onroerende zaak en kan je een der bovenstaande methoden gebruiken om het als
bestanddeel bij de hoofdzaak te trekken.
zaakseenheid bij een stuk grond
HR eelder woningbouw/ van kammen: het gaat hierbij om de partijbedoelingen die in de
notariële akte/akte van levering tot uitdrukking is gebracht
⇒ dat is leidend om te bepalen waar de grens ligt van het eigendom wat jij verkregen hebt.
waar mogen we vanuit gaan; de kadastrale grens of de feitelijke omschrijving (wat zij feitelijk
gezien mochten verwachten)?
→ de feitelijke omschrijving heeft voorrang, en dan lever je dus ook in overeenstemming met
de feitelijke omschrijving.
→ waar is de titel op gericht (wat hebben partijen over en weer bedoeld - HR haviltex)
wat gaat voor: de eenheid van het gebouw of de eenheid tussen grond en gebouw? +
voorbeelden?
, ⇒ de eenheid van het gebouw gaat voor
voorbeeld AH: als het gaat om een verbinding die makkelijk weer hersteld kan worden, dan
blijven het echter wel twee zelfstandige gebouwen (dus dan geen horizontale natrekking)
voorbeeld bunker: als het mogelijk is om een muur te metselen op de erfgrens en op die
manier te grenzen te scheiden, dan zijn het aparte stukken geworden (dus geen horizontale
natrekking als dit mogelijk is)
hoe bepaal je een hoofderf?
⇒ je kijkt hierbij naar de verkeersopvatting
⇒ vanaf waar kun je erin / waar ligt het grootste gedeelte / is er een onderliggende
rechtsverhouding? → dat is dan het hoofderf
HR 20 mei 2011: wie is eigenaar van een gemeenschappelijke brug (twee gebouwen en die
brug verbindt de gebouwen bovenlangs)
⇒ er is sprake van mandeligheid (vorm van mede-eigendom)
⇒ als je je kavel overdraagt, dan gaat van rechtswege jouw aandeel is de mede-eigendom
mee over
wat als er een hoofderf ontbreekt?
⇒ 5:62: mandeligheid ontstaat (mede-eigendom)
⇒ HR 20 mei 2011
welk leerstuk gebruik je als je er niet uitkomt met de horizontale natrekking?
⇒ mandeligheid (5:60 en 5:62)
burenrecht
5:37 jo. 6:162 BW
⇒ HR ludlage/Van paradijs: er kan ook sprake zijn van onrechtmatige hinder als er conform
een verstrekte bouwvergunning wordt gebouwd.
bomen en vensters nabij de erfgrens
⇒ 5:42 (afstand voor bomen, heesters en heggen)
⇒ 5:50 (uitzicht van een venster)
➢ lid 3: de bedoelde afstand moet worden gemeten rechthoekig (dus recht) vanuit het
meest uitstekende gedeelte of daar waar de opening is gemaakt
➢ dus: als je recht gemeten, de grens niet tegenkomt, dan mag het wel
➢ dus: als je recht gemeten, de grens wel tegenkomt, dan mag het niet
overbouw
⇒ 5:54 BW
⇒ als jij zonder opzet of zonder grove schuld hebt gebouwd, dan kan je dmv dit artikel
proberen dat de overbouw kan blijven staan
➢ grove schuld = doelbewust iets doen
⇒ let op! HR 15 november 2002: als jij misbruik van bevoegdheid al hebt gevorderd (3:13)
dan kun je ook nog een beroep doen op 5:54, als je dit wenst