constructen
Leerdoelen: Na afloop van deze bijeenkomst ...
• ... kunnen jullie verschillende vraagstellingen onderscheiden.
• ... kennen jullie de voorwaarden voor causale verbanden.
• ... zijn jullie in staat om een toetsbare hypothese te formuleren.
• ... kunnen jullie hypothesen grafisch weergeven.
• ... kennen jullie het belang van rekening houden met confounders.
• ... weten jullie wat operationaliseren van constructen inhoudt.
• ... kunnen jullie verschillende meetniveaus onderscheiden.
• ... kennen jullie het belang van het kiezen van het juiste meetniveau van variabelen.
Oefenquiz 1:
1- Stel: In een onderzoek wordt nagegaan of er een verschil is tussen de provincies Drenthe en
Zuid-Holland wat betreft het percentage ouderen dat in bejaardenhuizen woont. Welk type
vraagstelling heeft het onderzoek? Beschrijvende vraagstelling
2- Welke van de volgende vraagstellingen is een verklarende vraagstelling? Hoe komen
verschillen in gezondheidstoestand tot stand?
3- Welke informatie hoort NIET thuis in een gerichte hypothese? Adequate analysemethode
4- 3-1-4-2
5- Er is een positief verband tussen sociale isolatie en de mate van depressie.
,6- Fysieke inactiviteit heeft een negatief effect op de gezondheid omdat inactiviteit leidt tot
overgewicht en dit de gezondheid negatief beïnvloedt.
7- Stel: In een onderzoek wordt nagegaan of met stijgende leeftijd de grootte van het sociale
netwerk afneemt. Wat is de onafhankelijke variabele (OV) en wat is de afhankelijke
variabele (AV) in het onderzoek. OV: leeftijd; AV: grootte van het sociale network
8- Lees de volgende twee stellingen en geef aan of ze juist of onjuist zijn.
I Elk construct kan maar op één manier geoperationaliseerd (= gemeten) worden.
II De verschillende items van een schaal meten verschillende aspecten of verschijnselen
van het construct. stelling I is onjuist, stelling II is juist
9- Wat is het meetniveau van onderstaande operationalisatie van leeftijd? (Plaatje intoetsen
leeftijd) Ratio
10- Zelfde vraag behalve categorisch invullen: ordinaal
1. Onderzoeksvraagstellingen
• Beschrijvend, inventariserend
- welke mensen boven de 80 hebben dementie (kijken wat is het werkelijkheid)
- Gericht op feitelijke details en beschrijving
- Hoe? Wie? Wat? Welke? Wanneer? Hoeveel?
- Trendvraagstelling (> 2 tijdstippen); comparatieve vraagstelling (> locaties)
• Verklarend
- Hoe komt het dat vrouwen ouder worden dan mannen? Is er een verschil tussen Assen
en Urk wat betreft het percentage ouderen dat in een bejaardentehuis woont? Hoe
komen verschillen in gezondheidstoestand tot stand?
- Gericht op oorzaken en verklarende factoren
- Waarom? Waardoor? Hoe komt dat? Wat is de reden voor?
• Voorspellend
, - Wat zijn de gevolgen van roken?
- Gericht op het voorspellen van effecten en gevolgen
- Tot welke…leidt? Wat gebeurt er als gevolg van?
- X→ Y
• Voorwaarden voor causale verbanden
1. Oorzaak moet duidelijk zijn voorafgaand in de tijd aan het gevolg
2. Oorzaak en gevolg moet duidelijk samenhangen (empirisch waarneembaar gecorroleerd
zijn)
3. Samenhang mag niet wegverklaard kunnen worden door een derde verschijnsel dat
zowel oorzaak als gevolg bepaalt
2. Formuleren en grafisch weergeven van hypothesen
• Een hypothese …
- … is een stellige verwachting/ veronderstelling over een bepaald aspect van de sociale
werkelijkheid.
- … is zodanig geformuleerd is dat deze op correctheid getoetst kan worden.
- … richt zich op tenminste één, maar meestal op meerdere variabelen.
• Een hypothese met meerdere variabelen …
- … beschrijft het type verband tussen de variabelen (verschil, samenhang, causale
relatie).
- … beschrijft de richting van het verband (positief/negatief, meer/minder, hoger/lager).
• Hoezo grafisch?
- Hypothesen kunnen overzichtelijk gepresenteerd worden.
- Complexe hypothesen zijn makkelijker te begrijpen.
- Verschillende hypothesen die één en dezelfde afhankelijke variabele betreffen kunnen in
één figuur/model worden weergegeven.
• Hoe? – verschil, samenhang, causale relatie, complexere hypothesen met intermediaire/
mediërende variabelen
- variabelen specificeren Verschil
- verband specificeren
- richting specificeren Samenhang
• Moderatie bij plaatje met intermediaire
Causaal
leeftijd: invloed uitoefent op verband
tussen twee concepten e
relatie
Mediërende
Intermediaire
e
relatie
, 3. Rekening houden met confounders
• Confounding variable: a variable (that we may or may not have measured) Other than the
predictor variab/es in which we're interested that potentially affects an outcome variable.
• Verstorende variabele, die –als je er geen rekening mee houdt– de indruk kan geven dat er
een verband bestaat tussen de onderzochte variabelen
• Let op: niet elke variabele die met X en Y samenhangt is een confounder: variabele kan ook
mediator zijn als hij deelmaakt van een causale proces
• Controle van (potentiële) confounders
- stratificatie = constant houden van mogelijke confounders in de te onderzoeken
groepen; in experimenten mogelijk door randomisatie
- statistische controle = mogelijke confounders als controle variabelen (covariaten)
opnemen in statistische analyse om de samenhang tussen X en Y accurater te schatten
4. Operationalisatie van constructen
• Abstracte wetenschappelijke begrippen (= concepten, constructen) zijn niet direct waar te
nemen (bv. gezondheid, discriminatie, intelligentie).
• Een theoretisch construct moet worden vertaald naar een waarneembare of meetbare
variabele. = operationaliseren
• Voorwaarde is een conceptuele definitie en precisering van het construct (bv. optimisme =
positieve uitkomstverwachting? = positieve attributiestijl? = optimistische bias? …).
• De meting moet overeenkomen met de definitie van het construct (validiteit) en moet
nauwkeurig zijn (betrouwbaarheid).
• enkelvoudige vragen (bv. leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, aantal kinderen…)
- antwoordopties = waarden die een variabele kan aannemen = categorieën die
onderscheiden kunnen worden, antwoordopties moeten volledig zijn
• meervoudige vragen (bij complexe en zeer abstracte constructen)
- testen (bv. kennis, vaardigheden, intelligentie)
- schalen (bv. persoonlijkheid, attitudes, gedrag, tevredenheid, houding)
- items = verschillende aspecten van het construct
- som of gemiddelde van de items = waarde van de variabele
• Meetniveau van variabelen: Een construct kan op verschillende meetniveaus
geoperationaliseerd worden (bv. leeftijd in jaren vs. leeftijdscategorieën).
• Het meetniveau bepaalt welke analyses mogelijk zijn.
1. Kwantitatieve variabelen: data in nummers (lengte, gewicht, scores)
➢ Ratio: variabelen in hele getallen, vaste verhoudingen, kan er mee rekenen en
vermenigvuldigen (leeftijd)
➢ Interval: variabelen die decimalen kunnen hebben, zonder vaste verhoudingen, kan er
mee rekenen, maar niet mee vermenigvuldigen (datum)
2. Categorische variabelen: waarden die dingen in verschillende groepen zet (soort, kleur)
➢ Nominaal: geen logische ordening van waarden in categorische variabel (haar kleur
blond, bruin, rood, blauw)
➢ Ordinaal: logische ordening van waarden in categorische variabel (Amerikaanse
resultaten voor toetsen A/B/C/D/E/F)