1. Begripsbepaling en Kernwaarden
Sociale zekerheid is een veelzijdig begrip dat te maken heeft met
bestaanszekerheid.
Definitie: Een toestand waarbij 'bezorgdheid voor gebrek' wordt
uitgesloten (freedom from want).
Kernwaarde: Solidariteit. Het gezamenlijk streven waarbij de sterken
bijdragen aan de bescherming van de zwakkeren (bijv. rijk-arm, werkend-
werkloos, jong-oud).
Functies:
1. Waarborgfunctie: Het bieden van inkomensbescherming
(uitkeringen en prestaties in natura).
2. Activeringsfunctie: Steun bij het vinden van werk (re-integratie).
In Nederland is dit onderdeel van de waarborgfunctie, omdat er
geen losstaand recht op re-integratie bestaat.
2. Juridisch Kader
Het socialezekerheidsrecht reguleert de activiteiten van de overheid ten behoeve
van de samenleving.
Rechtsgebied: Het behoort tot het bestuursrecht. Samen met het
arbeidsrecht vormt het de koepel van het sociaal recht.
IAO-Conventie nr. 102 (1952): Dit internationale verdrag benoemt
negen sociale risico's:
o Medische zorg, ziekte, werkloosheid, ouderdom,
arbeidsongevallen/beroepsziekten, gezinslasten, moederschap,
invaliditeit en overlijden.
Behoeftigheid: Bescherming tegen armoede staat apart van de IAO-
risico's. In Nederland is dit geregeld in de Participatiewet.
3. Het Recht op Sociale Zekerheid
Sociale zekerheid is erkend als een sociaal grondrecht.
Internationaal
Vastgelegd in o.a. Art. 22 UVRM, Art. 9 IVESCR, Art. 12 Europees Sociaal
Handvest en Art. 34 Handvest grondrechten EU.
Nationaal: Artikel 20 Grondwet (Gw)
1. Lid 1: De overheid is verantwoordelijk voor bestaanszekerheid en
welvaartsspreiding.
2. Lid 2: De wet stelt regels over aanspraken op sociale zekerheid.
3. Lid 3: Nederlanders die niet in het bestaan kunnen voorzien, hebben een
bij de wet te regelen recht op bijstand.
Belangrijk voor tentamen: Sociale grondrechten verlangen een inspanning
van de overheid. Echter, de rechter vindt Art. 20 Gw te vaag en onbestemd om
direct te toetsen (geen 'eenieder verbindende bepaling' conform art. 93 en 94
Gw). Er kunnen dus geen concrete inrichtingseisen uit worden afgeleid.
4. Historische Ontwikkeling
Opbouwfase (1854 – 1930)
1854: Armenzorg naar de overheid (minimale invulling).
1901: Ongevallenwet (OW). De eerste sociale verzekeringswet
(uitkering bij bedrijfsongevallen).
, 1919: Invaliditeitswet (IW). Uitkeringen bij invaliditeit, ouderdom en
overlijden.
1930: Ziektewet (ZW). Uitkeringen bij ziekte.
1965: Algemene bijstandswet (Abw). Belangrijk keerpunt: bijstand
werd een juridisch afdwingbaar recht in plaats van een gunst.
Uitbouwfase (1945 – jaren '70)
1952: Werkloosheidswet (WW).
1967: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).
Voegde de OW en IW samen; maakte einde aan onderscheid tussen
beroepsrisico en andere oorzaken.
Volksverzekeringen: Introductie van de AOW, AWW en AWBZ voor alle
burgers. In de jaren '70 werd het stelsel als 'voltooid' beschouwd ("van de
wieg tot het graf").
5. Reconstructies en Modernisering (jaren '80 – heden)
Het stelsel is ingrijpend herzien vanwege kosten en maatschappelijke
veranderingen:
Individualisering: Verwijderen van het traditionele kostwinnersmodel
(onderscheid man/vrouw).
Privatisering: In 1996 is de ZW grotendeels geprivatiseerd. Werknemers
hebben nu recht op loonbehandeling door de werkgever (Art. 7:629 BW
en Art. 29 lid 1 ZW).
Activering en Fraude: Focus op eigen verantwoordelijkheid. De
Kinderopvangtoeslagaffaire leidde echter tot een roep om de
'menselijke maat'.
o Voorbeeld: Programma 'Participatiewet in balans' (2022) van de
minister voor Armoedebeleid.
Decentralisatie: Samenvoegen van middelen voor re-integratie,
maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) en jeugdzorg op
gemeentelijk niveau.
6. Omvang en Economie
Kosten: Jaarlijks ruim € 150 miljard (ca. 25% van het BBP). Met
aanvullende pensioenen ruim 30%.
Grootste post: De AOW (ruim € 41 miljard).
Hervormingen: Om de kosten te beheersen is de pensioenleeftijd
verhoogd en zijn delen van de AWBZ overgeheveld naar de
Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wmo 2015.
Hoofdstuk 2
1. Concept en Risico-indeling
Het socialezekerheidsstelsel is opgebouwd rondom specifieke risico's: ziekte,
arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom, overlijden, kinderen, medische
zorg en behoeftigheid.
Onderscheid in Regelingen
Sociale verzekeringen: Worden hoofdzakelijk gefinancierd uit premies.
o Volksverzekeringen: Voor iedereen die in Nederland woont of
loonbelasting betaalt (AOW, Anw, Wlz, Zvw, AKW). De AKW wordt
, uit belastingen betaald, maar telt systematisch als
volksverzekering.
o Werknemersverzekeringen: Voor werknemers (WW, ZW, WAO,
Wet WIA).
Sociale voorzieningen: Worden gefinancierd uit belastinggelden. De
belangrijkste is de bijstand (Participatiewet), waarbij een middelentoets
(inkomen en vermogen) geldt.
Kenmerken en Solidariteit
In sociale verzekeringen geldt de solidariteitsgedachte: premies zijn
inkomensafhankelijk, maar de uitkering is vaak gelijk (bijv. AOW). Men is van
rechtswege verzekerd; ook bij 'zwartwerk' bestaat recht op uitkering als er
sprake is van een arbeidsovereenkomst.
2. Personele Werkingssfeer (Wie is beschermd?)
Werknemersverzekeringen
De doelgroep is de werknemer: de natuurlijke persoon in een privaat- of
publiekrechtelijke dienstbetrekking onder de AOW-leeftijd.
Privaatrechtelijk: Arbeidsovereenkomst (persoonlijke arbeid, loon,
gezagsverhouding).
Fictieve dienstbetrekking: Groepen zoals thuiswerkers of kleine
aannemers (Rariteiten-KB).
Uitsluitingen: Huishoudelijk personeel (< 4 dagen per week), de DGA
(geen gezagsverhouding) en zelfstandigen.
Volksverzekeringen
Verzekerd zijn ingezetenen: personen die rechtmatig in Nederland wonen
(middelpunt van maatschappelijk leven). Dit wordt bepaald door sociale,
economische en juridische banden.
Arrest: CRvB 20 juni 2012 (Ingezetenenschap)
Een man woonde op een boot en was niet ingeschreven in de basisregistratie
(BRP). De Raad oordeelde dat hij toch ingezetene was omdat zijn maatschappelijk
leven in Nederland lag: hij had een Nederlandse bankrekening, zorgverzekering,
een Nederlandse tandarts en haalde zijn ID-bewijs op in Den Haag.
Bijstand en Illegaliteit
Inwoners: Nederlanders en gelijkgestelde buitenlanders (met
verblijfsvergunning).
Koppelingswet 1998: Vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf zijn
uitgesloten van sociale zekerheid, behalve voor onderwijs, noodzakelijke
medische zorg en rechtsbijstand.
3. Uitkeringssystematiek
Loondervingsuitkeringen (Werknemersverzekeringen): Bedragen
meestal 70% of 75% van het dagloon (maximum bruto € 232,90 per dag,
peildatum juli 2022).
Minimumbehoefteregelingen (Volksverzekeringen/Bijstand):
Gekoppeld aan het sociaal minimum (percentage van het minimumloon):
o Alleenstaande: 70%.
o Gehuwde/samenwonende: 50%.
, Toeslagen: (Zorgtoeslag, huurtoeslag, etc.) Zorgen voor een 'versterkt
sociaal minimum' voor de laagste inkomens.
4. Uitvoering en Rechtsbescherming
Instanties
SVB: AOW, AKW, Anw.
UWV: WW, WIA, WAO, ZW, Wajong, TW.
Gemeenten: Participatiewet, Wmo 2015.
Zorgverzekeraars: Zvw en Wlz.
Belastingdienst: Premieheffing en Toeslagen.
Rechtsbescherming
De algemene route is: Bezwaar > Rechtbank (bestuursrecht) > Centrale Raad
van Beroep (CRvB).
Afwijkingen:
o Toeslagen: Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de
Raad van State.
o Zvw: Burgerlijke rechter (vanwege privaatrechtelijke opzet).
o Premiegeschillen: Hoger beroep bij het Gerechtshof, daarna cassatie
bij de Hoge Raad.
5. Export en Woonlandbeginsel
Wet BEU: Uitkeringen worden niet geëxporteerd, tenzij er een verdrag is
(EU of handhavingsverdrag). Het basisbedrag AOW is wereldwijd
exporteerbaar.
Woonlandbeginsel: Voor o.a. AKW en Anw wordt de hoogte van de
uitkering aangepast aan de koopkracht van het land waar de gerechtigde
woont (bijv. Turkije: 60% van de Nederlandse norm).
Hoofdstuk 3
1. Loondoorbetaling bij ziekte (Arbeidsrecht)
Het recht op loondoorbetaling is geregeld in art. 7:629 BW. Dit geldt alleen voor
werknemers met een arbeidsovereenkomst (art. 7:610 BW).
Voorwaarden voor loondoorbetaling
Arbeidsongeschiktheid: De werknemer moet door ziekte verhinderd zijn
de bedongen arbeid te verrichten. De bedongen arbeid wordt als een
geheel gezien. Als iemand een deel van zijn taken niet kan uitvoeren (bijv.
wel heftruck rijden, maar niet de rest van het magazijnwerk), is hij
arbeidsongeschikt.
Deskundigenoordeel (UWV): Bij onenigheid tussen werkgever en
werknemer over de ziekte kan het UWV om een second opinion worden
gevraagd.
o Tegen dit oordeel is geen bezwaar of beroep mogelijk.
o Bij een loonvordering bij de rechter is dit oordeel verplicht, tenzij dit
redelijkerwijs niet gevergd kan worden (art. 7:629a BW). De
rechter is niet gebonden aan het oordeel.
Hoogte en Duur