Pedagogiek en gezinsondersteuning: inleiding
1. Pedagogiek versus pedagogische wetenschappen
Pedagogiek: wetenschappelijke studie van opvoeding, onderwijs en
vorming (=traditionele beschrijving)
Pedagogische wetenschappen verwijst naar:
o Meerdere sub disciplines
o Meerdere pedagogische kaders
o Meerdere onderzoeksmethodes
Pedagogiek is de kwestie op zich
2. Twee wetenschapsbenaderingen
Evidence based pedagogiek:
o Wat werkt?
o Metten is weten: handvaten in de praktijk
o Voorschrijvend
o Gestimuleerd door 2 tendensen:
Risico reducerend denken (bv. camera’s willen plaatsen in de
kinderopvang zodat ouders kunnen volgen)
Individualiserend denken (bv. anders talige kleuters die een
taalblad krijgen voor ze naar het 1ste leerjaar mogen gaan)
Fundamentele pedagogiek (ons handboek valt hieronder):
o ‘Wat boedelen we met werken’?
o Trage fundamentele vraagstukken
o Beschrijvend
o Normatief en ethisch: waarden en normen van de samenleving in
vraag stellen (= onderliggende ideologische kwesties)
2.1. Stellingen
Pedagogiek gaat vooral over kinderen en hun (al dan niet problematische)
ontwikkeling.
o Fout: het gaat over kinderen en jongeren, maar ook over
volwassenen die willen helpen bij de opvoeding en over de
onderlinge pedagogische relaties.
Het belangrijkste aan opvoeding is het stimuleren van alle
ontwikkelingsdomeinen of bijdragen aan een goede hersenontwikkeling.
o Fout: opvoeden gaat over veel meer. In de pedagogische relatie
wordt ‘de wereld’ binnengebracht.
, 3. De wereld is pedagogiek en pedagogiek is de
wereld
Opvoeden is meer dan stimuleren van hersenontwikkeling of andere
ontwikkelingsdomeinen.
We moeten kinderen de wereld uitleggen en initiëren zodat ze:
o De wereld verder zetten
o Maar ook de wereld vernieuwen
In die zin vindt opvoeden plaats tussen generaties
4. Ontdekking van het concept ‘kind’
Kind is een aparte categorie:
o In de oudheid: kind krijgt aandacht
o Tot laat in de middeleeuwen: kind afgebeeld als onaf of mini-
volwassene
o 18de eeuw met onder meer Rousseau: de ziel van het kind
o Geïndustrialiseerde samenleving: kind is kwetsbaar en moet
beschermd worden
o 1960 tot vandaag: jeugdland, grootbrengen door kleinhouden (L.
Dasberg)
Uit zich in verschillende contexten
o Juridisch: minderjarig versus meerderjarig
o Sociologisch: afhankelijk versus onafhankelijk
o Ontwikkelingspsychologie: jongvolwassene versus volwassene,
uitgerekte kindertijd
5. Ontdekking van het concept ‘kindertijd’
o Niet enkel gebaseerd op biologische kenmerken
o De kindertijd is een sociale geconstrueerde periode
o Is gebaseerd op de maatschappelijke context van dat gezin
6. Zes kindbeelden
Het voorspelbare kind:
o Het kind is voorspelbaar in zijn ontwikkeling
o De volwassene houdt de ontwikkeling in de hand door vroegtijdige
opsporing, diagnose en classificatie. In die zin is het kind ‘maakbaar’
Het kind als burger:
o Het kind is een burger met rechten en plichten
o De volwassene beschouwt het kind als nog-niet-burger en voedt het
op tot burgerschap
Het witte kind:
, o Het kind is wit, niet meertalig en heeft christelijke tradities
o De volwassene houdt geen rekening met diversiteit en structurele
discriminatie
Het kind als risico:
o Het kind loopt gevaar of is zelf een gevaar voor de maatschappij
o De volwassene beschermt het kind tegen de gevaren van de
samenleving en omgekeerd
Het kind als held:
o Het kind is weerbaar, inventief, flexibel, onconventioneel en vrij
o De volwassene waardeert het kind voor zijn potentieel in het hier en
nu. Hij is vooral toeschouwer en biedt enkel hulp waar nodig
Het kind als kapitaal:
o Het kind is een investering in de toekomst. Het is menselijk kapitaal
en rendeert
o De volwassene heeft de verantwoordelijkheid om dit kapitaal te
koesteren
7. Hoe ontstaan die kindbeelden?
o Ze zijn een weerspiegeling van de maatschappij
o Wanneer de maatschappij verandert, veranderen ook de
kindbeelden
o De kindbeelden hebben een ideologische basis. Ze zijn een
weerspiegeling van de opvattingen in de maatschappij
Religieuze opvatting
Politieke opvatting
Filosofische opvatting
Hoe wijzigen de kindbeelden doorheen de tijd:
o De kindbeelden wijzigen niet plots, maar vullen elkaar aan
o Verschillende kindbeelden kunnen naast elkaar staan in één periode
Kindbeelden hebben invloed op:
o Hoe het kind naar zichzelf kijkt
o De verwachtingen van ouders en leerkrachten
o De relatie tussen kind en opvoeder en de manier van handelen
o Op de manier waarop men spreekt en de verwachtingen van de
maatschappij
o Het beleid en de acties die men opzet (sociaal, economisch en
cultureel)
Wat is gezinsondersteuning?
Hoorcollege:
, 1. Wat is een gezin?
Niet eenvoudig te definiëren:
o De min of meer duurzame samenlevingsgemeenschap van een man
en vrouw met het uit hun verbintenis voortkomend geslacht
(Eysinch, 1957)
o Een samenwonende groep van mensen die tenminste 2 generaties
omvat waarin min of meer afhankelijke kinderen aanwezig zijn. Een
belangrijk kenmerk van hun samenwoning is dat zij één huishouden
voeren. (Schoorl, 1981)
o Primaire leefvormen, zijnde universeel voorkomende
samenlevingsverbanden waarin meerdere personen min of meer
duurzame relaties onderhouden en die noodzakelijke functie
vervullen voor de ontwikkeling van het individu en de samenleving.
(Vandemeulebroecke, 1994)
Definiëring op basis van:
o Gezinssamenstelling of organisatievorm?
o Het engagement dat mensen voor elkaar opnemen? (materieel,
financieel, emotioneel, affectief,…)
o Wat mensen zelf als gezin beschouwen?
Een gezin is elke leefgemeenschap die als dusdanig wordt erkend en/of als
dusdanig wordt ervaren. (Vandenbroeck, 2014)
2. Wat is gezinsondersteuning?
2.1. Opvoeding in het vizier
Jaren ’90-’00: parenting turn opvallende aandacht voor ouderschap en
opvoeding(sondersteuning)
Redenen:
o Teloorgang van het traditioneel gezin
‘Heilige drievuldigheid’ van biologisch, juridisch en pedagogisch
ouderschap is minder vanzelfsprekend
‘Het gezin’ verdwijnt individuele ouder verschijnt
o Crisis van de welvaartstaat
Focus op activering en risicobeheersing
‘Geen rechten zonder plichten’
Klemtoon op individuele (ook ouderlijke) verantwoordelijkheid
o Sociaal investeringsdenken
Kinderen als sociaal en economisch kapitaal
Economisch terugverdieneffect van preventieve investeringen in
jonge kinderen
Dubbele verantwoordelijkheid van ouders: kind en samenleving
Bijkomende tendensen:
o Veranderende sociale netwerken
1. Pedagogiek versus pedagogische wetenschappen
Pedagogiek: wetenschappelijke studie van opvoeding, onderwijs en
vorming (=traditionele beschrijving)
Pedagogische wetenschappen verwijst naar:
o Meerdere sub disciplines
o Meerdere pedagogische kaders
o Meerdere onderzoeksmethodes
Pedagogiek is de kwestie op zich
2. Twee wetenschapsbenaderingen
Evidence based pedagogiek:
o Wat werkt?
o Metten is weten: handvaten in de praktijk
o Voorschrijvend
o Gestimuleerd door 2 tendensen:
Risico reducerend denken (bv. camera’s willen plaatsen in de
kinderopvang zodat ouders kunnen volgen)
Individualiserend denken (bv. anders talige kleuters die een
taalblad krijgen voor ze naar het 1ste leerjaar mogen gaan)
Fundamentele pedagogiek (ons handboek valt hieronder):
o ‘Wat boedelen we met werken’?
o Trage fundamentele vraagstukken
o Beschrijvend
o Normatief en ethisch: waarden en normen van de samenleving in
vraag stellen (= onderliggende ideologische kwesties)
2.1. Stellingen
Pedagogiek gaat vooral over kinderen en hun (al dan niet problematische)
ontwikkeling.
o Fout: het gaat over kinderen en jongeren, maar ook over
volwassenen die willen helpen bij de opvoeding en over de
onderlinge pedagogische relaties.
Het belangrijkste aan opvoeding is het stimuleren van alle
ontwikkelingsdomeinen of bijdragen aan een goede hersenontwikkeling.
o Fout: opvoeden gaat over veel meer. In de pedagogische relatie
wordt ‘de wereld’ binnengebracht.
, 3. De wereld is pedagogiek en pedagogiek is de
wereld
Opvoeden is meer dan stimuleren van hersenontwikkeling of andere
ontwikkelingsdomeinen.
We moeten kinderen de wereld uitleggen en initiëren zodat ze:
o De wereld verder zetten
o Maar ook de wereld vernieuwen
In die zin vindt opvoeden plaats tussen generaties
4. Ontdekking van het concept ‘kind’
Kind is een aparte categorie:
o In de oudheid: kind krijgt aandacht
o Tot laat in de middeleeuwen: kind afgebeeld als onaf of mini-
volwassene
o 18de eeuw met onder meer Rousseau: de ziel van het kind
o Geïndustrialiseerde samenleving: kind is kwetsbaar en moet
beschermd worden
o 1960 tot vandaag: jeugdland, grootbrengen door kleinhouden (L.
Dasberg)
Uit zich in verschillende contexten
o Juridisch: minderjarig versus meerderjarig
o Sociologisch: afhankelijk versus onafhankelijk
o Ontwikkelingspsychologie: jongvolwassene versus volwassene,
uitgerekte kindertijd
5. Ontdekking van het concept ‘kindertijd’
o Niet enkel gebaseerd op biologische kenmerken
o De kindertijd is een sociale geconstrueerde periode
o Is gebaseerd op de maatschappelijke context van dat gezin
6. Zes kindbeelden
Het voorspelbare kind:
o Het kind is voorspelbaar in zijn ontwikkeling
o De volwassene houdt de ontwikkeling in de hand door vroegtijdige
opsporing, diagnose en classificatie. In die zin is het kind ‘maakbaar’
Het kind als burger:
o Het kind is een burger met rechten en plichten
o De volwassene beschouwt het kind als nog-niet-burger en voedt het
op tot burgerschap
Het witte kind:
, o Het kind is wit, niet meertalig en heeft christelijke tradities
o De volwassene houdt geen rekening met diversiteit en structurele
discriminatie
Het kind als risico:
o Het kind loopt gevaar of is zelf een gevaar voor de maatschappij
o De volwassene beschermt het kind tegen de gevaren van de
samenleving en omgekeerd
Het kind als held:
o Het kind is weerbaar, inventief, flexibel, onconventioneel en vrij
o De volwassene waardeert het kind voor zijn potentieel in het hier en
nu. Hij is vooral toeschouwer en biedt enkel hulp waar nodig
Het kind als kapitaal:
o Het kind is een investering in de toekomst. Het is menselijk kapitaal
en rendeert
o De volwassene heeft de verantwoordelijkheid om dit kapitaal te
koesteren
7. Hoe ontstaan die kindbeelden?
o Ze zijn een weerspiegeling van de maatschappij
o Wanneer de maatschappij verandert, veranderen ook de
kindbeelden
o De kindbeelden hebben een ideologische basis. Ze zijn een
weerspiegeling van de opvattingen in de maatschappij
Religieuze opvatting
Politieke opvatting
Filosofische opvatting
Hoe wijzigen de kindbeelden doorheen de tijd:
o De kindbeelden wijzigen niet plots, maar vullen elkaar aan
o Verschillende kindbeelden kunnen naast elkaar staan in één periode
Kindbeelden hebben invloed op:
o Hoe het kind naar zichzelf kijkt
o De verwachtingen van ouders en leerkrachten
o De relatie tussen kind en opvoeder en de manier van handelen
o Op de manier waarop men spreekt en de verwachtingen van de
maatschappij
o Het beleid en de acties die men opzet (sociaal, economisch en
cultureel)
Wat is gezinsondersteuning?
Hoorcollege:
, 1. Wat is een gezin?
Niet eenvoudig te definiëren:
o De min of meer duurzame samenlevingsgemeenschap van een man
en vrouw met het uit hun verbintenis voortkomend geslacht
(Eysinch, 1957)
o Een samenwonende groep van mensen die tenminste 2 generaties
omvat waarin min of meer afhankelijke kinderen aanwezig zijn. Een
belangrijk kenmerk van hun samenwoning is dat zij één huishouden
voeren. (Schoorl, 1981)
o Primaire leefvormen, zijnde universeel voorkomende
samenlevingsverbanden waarin meerdere personen min of meer
duurzame relaties onderhouden en die noodzakelijke functie
vervullen voor de ontwikkeling van het individu en de samenleving.
(Vandemeulebroecke, 1994)
Definiëring op basis van:
o Gezinssamenstelling of organisatievorm?
o Het engagement dat mensen voor elkaar opnemen? (materieel,
financieel, emotioneel, affectief,…)
o Wat mensen zelf als gezin beschouwen?
Een gezin is elke leefgemeenschap die als dusdanig wordt erkend en/of als
dusdanig wordt ervaren. (Vandenbroeck, 2014)
2. Wat is gezinsondersteuning?
2.1. Opvoeding in het vizier
Jaren ’90-’00: parenting turn opvallende aandacht voor ouderschap en
opvoeding(sondersteuning)
Redenen:
o Teloorgang van het traditioneel gezin
‘Heilige drievuldigheid’ van biologisch, juridisch en pedagogisch
ouderschap is minder vanzelfsprekend
‘Het gezin’ verdwijnt individuele ouder verschijnt
o Crisis van de welvaartstaat
Focus op activering en risicobeheersing
‘Geen rechten zonder plichten’
Klemtoon op individuele (ook ouderlijke) verantwoordelijkheid
o Sociaal investeringsdenken
Kinderen als sociaal en economisch kapitaal
Economisch terugverdieneffect van preventieve investeringen in
jonge kinderen
Dubbele verantwoordelijkheid van ouders: kind en samenleving
Bijkomende tendensen:
o Veranderende sociale netwerken