FVV2 – Verpleegkunde II: Het ademhalingsstelsel
❖ Inleiding
Doel en functies van het ademhalingsstelsel:
De ademhaling (respiratie) voorziet het bloed van O2 en verwijdert CO2 en is erop gericht het O2- en
CO2-gehalte ih arteriële bloed constant te houden.
Dit gebeurt dr:
1. Intense uitwisseling v deze gassen tss de alveolaire lucht (= lucht in longblaasjes) en het
bloed (= diffusie = passief)
2. Geregelde verversing vd alveolaire lucht (= ventilatie = manier wrop we lucht uit kamer
in longblaasjes krijgen en oude lucht eruit krijgen ) langsheen de luchtwegen en m.b.v.
AH-spieren
Samen met een intacte circulatie garandeert dit een optimale voorziening vd weefsels met zuurstof, en
een efficiënte afvoer v koolzuur (= CO2 dat opgelost is in water)
De O2-transportketen vd buitenlucht nr de cellen verloopt als volgt:
1. Ventilatie: (inademen)
O2 in buitenlucht ➔ O2 in alveolaire lucht
2. Diffusie:
O2 in alveolaire lucht dr wand longblaasje diffunderen ➔ O2 in longcapillairen (gebonden aan
hemoglobine in RBC’s)
3. Circulatoir transport:
(= RBC met hemoglobine) O2 in arterieel bloed ➔ O2 in weefselcapillairen
4. Interne respiratie (= celademhaling): = cellen die de CO2 weer afgeven
O2 in weefselcapillairen ➔ O2 in tsscelvocht en vervolgens id cellen (nr de mitochondriën)
De CO2-transportketen vd cellen nr de buitenlucht verloopt als volgt:
1. Interne respiratie (= celademhaling):
CO2 in cellen ➔ CO2 in tussencelvocht en vervolgens in plasma (weefselcapillairen)
2. Circulatoir transport:
CO2 in weefselcapillairen ➔ CO2 in aders
3. Diffusie:
CO2 in longcapillairen ➔ CO2 in alveolaire lucht
4. Ventilatie: (uitademen)
CO2 in alveolaire lucht ➔ CO2 in buitenlucht
Hoofdfuncties vh AH-stelsel (15.1.1):
• Ventilatie: = in- en uitwaartse luchtstroom doorheen de luchtwegen t.g.v. drukverschillen tss
longen en buitenlucht ➔ gas verplaats zich v hoge druk nr plaats met lage druk
• Diffusie: = verplaatsing v O2 vanuit de alveolaire lucht nr het bloed, en v CO2-moleculen in
omgekeerde zin, t.g.v. verschillen in (damp)spanning (Vergelijkbaar met concentratie) ➔ diffusie
v hoge dampspanning nr lage dampspanning
• Bescherming: vd alveolaire oppervlakken tgn uitdroging en temperatuurveranderingen
• Verdediging: tegen binnendringende ziekteverwekkers
,Nevenfuncties vh AH-stelsel:
• Reuk: dankzij reukepitheel bovenaan id neus
• Stemvorming (fonatie): dankzij stemspleet ih strottenhoofd waar 2 stembanden over gespannen
zijn
• Hoesten en niezen (protectieve reflex) n.a.v. prikkeling vd luchtwegen
• Geeuwen om platvallen vd longblaasjes (‘atelectase’) te voorkomen
Opdeling van het ademhalingsstelsel o.b.v. functie:
1. Organen vr geleiding vd lucht (ventilatie): luchtwegen (LW): ➔ geleiden v lucht v buiten nr
binnen
• Neusholte met neusbijholten
• Keelholte/farynx Bovenste LW
• Strottenhoofd/larynx
• Trachea/luchtpijp
• Bronchi/luchtpijptakken Onderste LW
• Bronchioli/luchtpijptakjes
2. Organen voor gasuitwisseling (diffusie):
• Pulmo/long met longlobjes => longtrechtertjes => longblaasjes
Schematische voorstelling AH:
• Luchtwegen = luchtwegboom omdat ze zo
vertakt zijn
• Deze tekening = abstract dus hier gewoon 1
grote buis met aan bovenkant neus en mond en
ze eindigen in 1 longblaasje
• Actief = spieren aanspannen (oa diafragma)
• Passief = alleen diafragma ontspannen
• Blauw = O2arm, paars = tssin, rood = O2rijk
• Bloed komt vanuit hart (arm), stroomt nr blaasje
en verlaat de longen als rijk bloed
• Scheidingswant tss longblaasje en haarvaatje =
alveolocapillaire wand = respiratorische membraan (zo dun mogelijk, vr snelheid)
I. De bouw en functies vd verschillende onderdelen van het ademhalingsstelsel (15.2-15.3)
1) De neus (nasum)
2) De keel (farynx)
3) Het strottenhoofd (larynx)
4) De luchtpijp (trachea)
5) De luchtpijptakken en takjes (bronchi en bronchiolen)
6) De longen: De lontrechtertjes (sacchus alveolaris) en
longblaasjes (alveolus/ -i)
> Id pleuraholte rond elke long, begrensd dr de
pariëtale en viscerale pleura
, Neus (Nasum):
a) Algemene bouw
• Neuswortel (hier eindigt bot)
• Neusvleugels
• Neuspunt
b) Begrenzing
• Frontaal: bot + kraakbeen
• Lateraal: bot + kraakbeen + huidplooi
• Mediaal: neustussenschot (bot + kraakbeen)
• Craniaal: zeefplaat van het os ethmoidale (zeefbeen)
• Caudaal: palatum (verhemelte) Benig bovenste
Zeefplaat neustussenschot:
c) Neustussenschot loodrechte plaat van het os
ethmoidale
Sagittale doorsnede dr de neus: mediaal zicht: Benig achterste
neustussenschot:
os vomer
Kraakbenig voorste
neustussenschot
Os palatum Maxilla
d) 3 neusschelpen (conchae nasales) & 3 neusgangen
Sagittale doorsnede door de neus: lateraal zicht
• 11: reukepitheel
• 12: bovenste neusschelp
• 13: middenste neusschelp
• 14: onderste neusschelp
• 15: (uitwendige) neusopening (neusgat)
• 16: opening buis v Eustachius t.h.v. inwendige neusopening (=
choana) (hier maakt neus cc met keelholte)
e) Neusbijholten/sinussen
• Sinus frontalis: voorhoofdsholte (2)
• Sinus ethmoidales
• Zeefbeenholten (verschillende)
• Sinus maxillaris: bovenkaakholte (2)
• Sinus sphenoidalis: wiggenbeenholte (2)
Functie sinussen:
• Schedel lichter maken
• Verwarmen ingeademde lucht
• Verbeteren resonantie: klankkast vr de stem (samen
met neus)
❖ Inleiding
Doel en functies van het ademhalingsstelsel:
De ademhaling (respiratie) voorziet het bloed van O2 en verwijdert CO2 en is erop gericht het O2- en
CO2-gehalte ih arteriële bloed constant te houden.
Dit gebeurt dr:
1. Intense uitwisseling v deze gassen tss de alveolaire lucht (= lucht in longblaasjes) en het
bloed (= diffusie = passief)
2. Geregelde verversing vd alveolaire lucht (= ventilatie = manier wrop we lucht uit kamer
in longblaasjes krijgen en oude lucht eruit krijgen ) langsheen de luchtwegen en m.b.v.
AH-spieren
Samen met een intacte circulatie garandeert dit een optimale voorziening vd weefsels met zuurstof, en
een efficiënte afvoer v koolzuur (= CO2 dat opgelost is in water)
De O2-transportketen vd buitenlucht nr de cellen verloopt als volgt:
1. Ventilatie: (inademen)
O2 in buitenlucht ➔ O2 in alveolaire lucht
2. Diffusie:
O2 in alveolaire lucht dr wand longblaasje diffunderen ➔ O2 in longcapillairen (gebonden aan
hemoglobine in RBC’s)
3. Circulatoir transport:
(= RBC met hemoglobine) O2 in arterieel bloed ➔ O2 in weefselcapillairen
4. Interne respiratie (= celademhaling): = cellen die de CO2 weer afgeven
O2 in weefselcapillairen ➔ O2 in tsscelvocht en vervolgens id cellen (nr de mitochondriën)
De CO2-transportketen vd cellen nr de buitenlucht verloopt als volgt:
1. Interne respiratie (= celademhaling):
CO2 in cellen ➔ CO2 in tussencelvocht en vervolgens in plasma (weefselcapillairen)
2. Circulatoir transport:
CO2 in weefselcapillairen ➔ CO2 in aders
3. Diffusie:
CO2 in longcapillairen ➔ CO2 in alveolaire lucht
4. Ventilatie: (uitademen)
CO2 in alveolaire lucht ➔ CO2 in buitenlucht
Hoofdfuncties vh AH-stelsel (15.1.1):
• Ventilatie: = in- en uitwaartse luchtstroom doorheen de luchtwegen t.g.v. drukverschillen tss
longen en buitenlucht ➔ gas verplaats zich v hoge druk nr plaats met lage druk
• Diffusie: = verplaatsing v O2 vanuit de alveolaire lucht nr het bloed, en v CO2-moleculen in
omgekeerde zin, t.g.v. verschillen in (damp)spanning (Vergelijkbaar met concentratie) ➔ diffusie
v hoge dampspanning nr lage dampspanning
• Bescherming: vd alveolaire oppervlakken tgn uitdroging en temperatuurveranderingen
• Verdediging: tegen binnendringende ziekteverwekkers
,Nevenfuncties vh AH-stelsel:
• Reuk: dankzij reukepitheel bovenaan id neus
• Stemvorming (fonatie): dankzij stemspleet ih strottenhoofd waar 2 stembanden over gespannen
zijn
• Hoesten en niezen (protectieve reflex) n.a.v. prikkeling vd luchtwegen
• Geeuwen om platvallen vd longblaasjes (‘atelectase’) te voorkomen
Opdeling van het ademhalingsstelsel o.b.v. functie:
1. Organen vr geleiding vd lucht (ventilatie): luchtwegen (LW): ➔ geleiden v lucht v buiten nr
binnen
• Neusholte met neusbijholten
• Keelholte/farynx Bovenste LW
• Strottenhoofd/larynx
• Trachea/luchtpijp
• Bronchi/luchtpijptakken Onderste LW
• Bronchioli/luchtpijptakjes
2. Organen voor gasuitwisseling (diffusie):
• Pulmo/long met longlobjes => longtrechtertjes => longblaasjes
Schematische voorstelling AH:
• Luchtwegen = luchtwegboom omdat ze zo
vertakt zijn
• Deze tekening = abstract dus hier gewoon 1
grote buis met aan bovenkant neus en mond en
ze eindigen in 1 longblaasje
• Actief = spieren aanspannen (oa diafragma)
• Passief = alleen diafragma ontspannen
• Blauw = O2arm, paars = tssin, rood = O2rijk
• Bloed komt vanuit hart (arm), stroomt nr blaasje
en verlaat de longen als rijk bloed
• Scheidingswant tss longblaasje en haarvaatje =
alveolocapillaire wand = respiratorische membraan (zo dun mogelijk, vr snelheid)
I. De bouw en functies vd verschillende onderdelen van het ademhalingsstelsel (15.2-15.3)
1) De neus (nasum)
2) De keel (farynx)
3) Het strottenhoofd (larynx)
4) De luchtpijp (trachea)
5) De luchtpijptakken en takjes (bronchi en bronchiolen)
6) De longen: De lontrechtertjes (sacchus alveolaris) en
longblaasjes (alveolus/ -i)
> Id pleuraholte rond elke long, begrensd dr de
pariëtale en viscerale pleura
, Neus (Nasum):
a) Algemene bouw
• Neuswortel (hier eindigt bot)
• Neusvleugels
• Neuspunt
b) Begrenzing
• Frontaal: bot + kraakbeen
• Lateraal: bot + kraakbeen + huidplooi
• Mediaal: neustussenschot (bot + kraakbeen)
• Craniaal: zeefplaat van het os ethmoidale (zeefbeen)
• Caudaal: palatum (verhemelte) Benig bovenste
Zeefplaat neustussenschot:
c) Neustussenschot loodrechte plaat van het os
ethmoidale
Sagittale doorsnede dr de neus: mediaal zicht: Benig achterste
neustussenschot:
os vomer
Kraakbenig voorste
neustussenschot
Os palatum Maxilla
d) 3 neusschelpen (conchae nasales) & 3 neusgangen
Sagittale doorsnede door de neus: lateraal zicht
• 11: reukepitheel
• 12: bovenste neusschelp
• 13: middenste neusschelp
• 14: onderste neusschelp
• 15: (uitwendige) neusopening (neusgat)
• 16: opening buis v Eustachius t.h.v. inwendige neusopening (=
choana) (hier maakt neus cc met keelholte)
e) Neusbijholten/sinussen
• Sinus frontalis: voorhoofdsholte (2)
• Sinus ethmoidales
• Zeefbeenholten (verschillende)
• Sinus maxillaris: bovenkaakholte (2)
• Sinus sphenoidalis: wiggenbeenholte (2)
Functie sinussen:
• Schedel lichter maken
• Verwarmen ingeademde lucht
• Verbeteren resonantie: klankkast vr de stem (samen
met neus)