kritieken, begrippen en onderzoeken)
Samenvatting hoorcolleges en boek
Samenvatting hoorcollege 1 - Biologisch perspectief op gedrag
Hoe kan menselijk gedrag verklaard worden vanuit biologische processen, en in
hoeverre zijn gedrag, persoonlijkheid en intelligentie biologisch bepaald versus
beïnvloed door de omgeving?
Het uitgangspunt van dit perspectief is dat gedrag voortkomt uit:
genetische factoren
evolutionaire processen
hersenstructuren
biochemische processen
De mens wordt gezien als een biologisch geprogrammeerd organisme, maar niet
volledig vastgelegd.
Biologisch perspectief
Visie op de aard van de mens
» De mens wordt gestuurd door biologisch processen
Oorzaken van gedrag
» Genetische en evolutionaire invloeden
» Hersen- en biochemische processen
Mensbeeld = De biologisch geprogrammeerde mens
Evolutie door natuurlijke selectie
- Individuen van soort verschillen biologisch door genetische variatie en
mutaties
- Sommige biologische kenmerken hangen samen met kans op overleven
- Behoud van variant indien grotere kans op overleving in specifieke
omgeving
, - Geleidelijk proces van verandering in de soort als aanpassing aan
omgeving
Dit geldt niet alleen voor fysieke kenmerken, maar ook voor gedragstendensen.
Gedrag en psychologische eigenschappen zijn het resultaat van een langdurig
evolutionair proces.
Overgeërfde gedragsaanpassingen
Welk gedrag vertonen organismen in een omgeving waarin ze dat gedrag niet
hebben kunnen leren?
Ethologie (gedragsleer) = Studie van het (natuurlijke) gedrag van dieren.
Vast actiepatroon – niet-geleerde (overgeërfde) reactie die automatisch wordt
geactiveerd door een stimulus.
Evolutie en de mens
- Menselijke soort is uitvloeisel van zeer
langzaam en zeer langdurig proces van
verandering
- Menselijke soort deelt heel veel met andere
diersoorten (evolutie bouwt voort op wat er al
is)
- Menselijke soort heeft eigen, relatief unieke
eigenschappen en adaptatie principes (evolutie creëert nieuwe)
Evolutionaire psychologie
- Psychologische eigenschappen als biologische aanpassingen aan
uitdagingen in de omgeving
- Eigenschappen die in alle culturen voorkomen
VB: Emoties herkennen bij anderen, samenwerken, behoefte aan erbij horen,
partnerkeuze en taalvermogen
Seksuele partnerselectie
- Kenmerken overgedragen door seksuele reproductie
- Genen overgedragen door seksuele reproductie
- Theorie = hypothese, Theorie ≠ feit
Seksuele strategieën theorie
Paringsstrategieën weerspiegelen overgedragen neigingen, die zijn gevormd als
reactie op verschillende soorten adaptieve problemen.
Geslachtsverschillen in kans op doorgeven genen
Mannen: zoveel mogelijk kinderen krijgen met verschillende partners
VB: Jeugdig, aantrekkelijk en gezond uiterlijk als teken van vruchtbaarheid
van partner
Vrouwen: wijs ipv wijd paren; grotere investering; zekerheid vaderschap
, VB: Partner die bereid en instaat is om middelen te investeren in zorg voor
nageslacht
Kernidee = verschillen in voortplantingsstrategie tussen mannen en vrouwen
zouden evolutionair verklaard kunnen worden.
Een alternatieve verklaring is de sociale structuurtheorie: Mannen en vrouwen
verschillen in paringsstrategieën vanwege de uiteenlopende sociale rollen die
hen toegekend worden
Belangrijk:
Deze ideeën zijn hypotheses, geen vaststaande waarheden
Er is veel kritiek, onder andere vanuit sociocultureel perspectief
Erfelijkheid en omgeving
Nature–nurture debat = erfelijkheid vs. overdracht van genetische informatie via
genen
Erfelijkheid = Overdracht van informatie tussen generaties via genen 46
chromosomen, 20,000 genen, miljarden bouwstenen
De omgeving/milieu heeft invloed:
1. Postnataal: Opvoeding, omstandigheden (bijv. stimulatie, warmte) Sociaal-
structureel (bijv. netwerken, verbanden) Cultureel (bijv. normen, waarden,
opvattingen)
2. Prenataal: Hormonen, chemische stoffen (bijv. alcohol, stress).
Belangrijk:
Erfelijkheid is een aanleg, geen noodlot.
Genetische aanleg komt alleen tot uiting via de omgeving.
Gedragsgenetica
Bestudeert het samenspel tussen erfelijkheid en omgeving.
Verschillende typen onderzoek
- Samenhang van genoom met kenmerken
- Overeenkomsten van kenmerken in families
- Overeenkomsten biologische en adoptie verwanten
- Vergelijken een/twee-eiige tweelingen
VB = Schizofrenie, niet iedereen met genetische aanleg ontwikkelt de stoornis
Omgevingsfactoren spelen een cruciale rol
Genetische aanleg komt tot uiting via de omgeving: Expressie van genetische
verschillen Bijv. alcoholisme, antisociaal gedrag
Omgevingsinvloed hangt af van de genetische aanleg: Aanknopingspunt invloed
omgeving Bijv. taal leren, artistiek talent
Epigenetica
Omgevingsinvloeden kunnen genexpressie beïnvloeden zonder het DNA zelf te
veranderen.
, Voorbeelden: stress, voeding, prenatale omstandigheden
Klassiek voorbeeld = hongerwinter, effecten zichtbaar bij volgende generaties
Belangrijk:
Epigenetica verandert niet het genotype, maar de expressie ervan.
Persoonlijkheid vanuit biologisch perspectief
Persoonlijkheid bestaat uit relatief stabiele patronen van denken, voelen en
handelen.
Big Five:
- Openheid voor nieuwe ervaringen
- Consciëntieusheid/zorgvuldigheid
- Extraversie (versus introversie)
- Vriendelijkheid/meegaandheid
- Neuroticisme/emotionele stabiliteit
Ongeveer een derde tot de helft van persoonlijkheidsverschillen is erfelijk.
De rest wordt verklaard door unieke omgevingsinvloeden.
Psychologische behandeling
Mensen helpen om hun ongewenste gedachten, gevoelens en gedrag te
veranderen en een gelukkiger en productiever leven te leiden.
Biologisch perspectief
• Medicatie (bijv. SSRI antidepressiva) mogelijke terugval, leert de client geen
coping/probleem oplossen
• Electroconvulsietherapie (elektroshocks) Bij zeer ernstige depressie met
suïciderisico; geheugenverslies
• Neurochirurgie (lobotomie) Zeer zeldzaam; laatste optie; negatieve effecten
op functioneren
Intelligentie
Intelligentie is moeilijk eenduidig te definiëren en maatschappelijk relevant. Het
bestaat uit mentale vaardigheden en is een latent construct (afgeleid van
indicatoren).
Alfred Binet ontwikkelde de eerste intelligentie test.
Binet-Simon schaal (nu: Stanford-Binet Intelligence Scales)
Serie taken - afspiegeling van capaciteiten van kinderen
Verschillen in moeilijkheid – normatieve verschillen naar leeftijd
Sterns Intelligentie Quotiënt (IQ) IQ = (mentale leeftijd / kalender leeftijd) x 100
Belangrijk
Zowel erfelijkheid als omgeving spelen een rol
Omgeving bepaalt in sterke mate hoe aanleg tot uiting komt