WEEK 2 (sociology of institutions)
Beckert & convergentie
De wereld lijkt naar elkaar te groeien (converging) als het gaat om organisaties en instituties zoals het
kapitalisme.
Dit geldt ook voor hoe democratie in de hele wereld is toegenomen. (Parlementen,
gemeentehuizen)
Je ziet ook dat organisaties als een autocratie steeds meer verdwijnen (divergent)
Veel instituties wereldwijd lijken steeds meer op elkaar (Hoe komt het dat de kern (core) van deze
instituties op elkaar lijken) Niet vanzelfsprekend.
Voorbeeld: Welfare states.
De wereld is georganiseerd en gekarakteriseerd door convergentie en homogenization.
1. Weberian approach competition.
- Convergentie, want efficiënt.
- Het beste model is dominant.
- Homogenization volgt door het verlangen naar rationaliteit.
- ‘Regulatory competition’ (may lead to a race to the bottom among countries > Landen
hebben steeds lagere belastingen als reactie op een ander land)
Kritiek op deze benadering:
Een institutie hoeft niet perse dominant te zijn vanwege diens efficiëntie.
3 verschillende mechanismen om uit te leggen waarom organisaties op elkaar lijken
Nummer 1
- Organisaties worden geforceerd om het dominante model aan te houden.
- Organisaties veranderen bijvoorbeeld na uiting van kritiek van buitenaf (na oorlog of
crisis). Reactie van institutie is aanpassen aan dominante model.
- Dit gaat meestal gepaard met een krachtige druk van buitenaf die een nieuw
institutioneel ontwerp heeft.
- PUSH FACTOR (ISOMORPHISM)
Voorbeelden van powerful externals: Governments, IMF, World bank, EC, EU.
Gebeurt door licenses, accession criteria, conditionality)
Beckert & convergentie
De wereld lijkt naar elkaar te groeien (converging) als het gaat om organisaties en instituties zoals het
kapitalisme.
Dit geldt ook voor hoe democratie in de hele wereld is toegenomen. (Parlementen,
gemeentehuizen)
Je ziet ook dat organisaties als een autocratie steeds meer verdwijnen (divergent)
Veel instituties wereldwijd lijken steeds meer op elkaar (Hoe komt het dat de kern (core) van deze
instituties op elkaar lijken) Niet vanzelfsprekend.
Voorbeeld: Welfare states.
De wereld is georganiseerd en gekarakteriseerd door convergentie en homogenization.
1. Weberian approach competition.
- Convergentie, want efficiënt.
- Het beste model is dominant.
- Homogenization volgt door het verlangen naar rationaliteit.
- ‘Regulatory competition’ (may lead to a race to the bottom among countries > Landen
hebben steeds lagere belastingen als reactie op een ander land)
Kritiek op deze benadering:
Een institutie hoeft niet perse dominant te zijn vanwege diens efficiëntie.
3 verschillende mechanismen om uit te leggen waarom organisaties op elkaar lijken
Nummer 1
- Organisaties worden geforceerd om het dominante model aan te houden.
- Organisaties veranderen bijvoorbeeld na uiting van kritiek van buitenaf (na oorlog of
crisis). Reactie van institutie is aanpassen aan dominante model.
- Dit gaat meestal gepaard met een krachtige druk van buitenaf die een nieuw
institutioneel ontwerp heeft.
- PUSH FACTOR (ISOMORPHISM)
Voorbeelden van powerful externals: Governments, IMF, World bank, EC, EU.
Gebeurt door licenses, accession criteria, conditionality)