Hoofdstuk 6: bindweefsel
Overzicht
o Epitheelweefsel: voornl. Cellen
o Bindweefsel: belangrijk kenmerk + groot verschil met epitheelweefsel
o Spierweefsel: veel ECM
o Zenuwweefsel: cellen ver uit elkaar
Verschil epitheel en bindweefsel?
Epitheel: cellen dichter bij elkaar
Bindweefsel: cellen ver uit elkaar + meer ECM
Samenstellende elementen
1. Cellen
Origine: mesoderm -> mesenchym
spoel- tot stervormig
grote kern, weinig cytoplasma
weinig gedifferentieerd
2. ECM
→ Extracellulaire (weefsel-)vloeistof
→ Grondsubstantie
→ Vezels:
▪ Collagene vezels
▪ Elastische vezels
o Fibroblasten
o Lipoblasten : cellen vet aanmaken
o Chondroblasten: voorloper kraakbeen cellen
o Osteoblasten: cellen -> botweefsel aanmaak
o Mastcellen: immuunsysteel
o Pericyten: rond bloedvaten
- blast: cel dat actief is
Als bindweefsel gevormd (ECM) -> cellen minder actief -> -cyt
Fibroblasten
o Fucntie : bindweefsel vormen + onderhouden
• Steun voor andere weefsels
• Aanmaak ECM
• Herstel weefstelschade
➔ Fibroblasten -> actief worden -> ECM aanmaken
, o Opbouw:
• Celvorm:
➔ Spoelvormig (centrum cel dikker, uitgerokken naar einde toe)
• Cytologisch meestal celker zichtbaar
Links: fibroblast: cel actief -> stervormig
Rechts:
o Rel groot deel opg door kleur
o RER, mitoch, GA, secretievesikels
o Als ECM gevormd
• Cel minder actief
• celV reduceren
• meer afgeplat
• ipv fibroblast -> fibrocyt
o bijna niet actieve fibroblast met kern, rer -> minder organellen
, collagene vezels
o Zijn acidofiel en kleuren met
• saffraan (geel)
• trichroom van Masson (blauw) -> meest gebruikt
• Von Gieson (rood)
• Siriusrood (rood)
o Functie
• weinig uitrekbaar: verhinderen uitrekking
• vasthechting
• steun
• stevigheid rond matrix cel
collageen
o structuur: opgebouwd uit eiwitten
• tropocollageen(Ø 1.5 nm): 3 ketens <- multimeer
• fibrillen (Ø 20-200 nm) op EM: periodische dwarsstreping
• vezels (Ø 1-20 um)
o voorkomen
• 25% van alle humane proteinen
• Types: (type I 90% meest voorkomens)
I : huid, been, pezen, ligamenten (90% van totaal collagee
II : hyalien kraakbeen
III : netwerk (reticulaire vezels) in de lamina fibroreticularis
IV : lamina densa van basale membraan
Overzicht
o Epitheelweefsel: voornl. Cellen
o Bindweefsel: belangrijk kenmerk + groot verschil met epitheelweefsel
o Spierweefsel: veel ECM
o Zenuwweefsel: cellen ver uit elkaar
Verschil epitheel en bindweefsel?
Epitheel: cellen dichter bij elkaar
Bindweefsel: cellen ver uit elkaar + meer ECM
Samenstellende elementen
1. Cellen
Origine: mesoderm -> mesenchym
spoel- tot stervormig
grote kern, weinig cytoplasma
weinig gedifferentieerd
2. ECM
→ Extracellulaire (weefsel-)vloeistof
→ Grondsubstantie
→ Vezels:
▪ Collagene vezels
▪ Elastische vezels
o Fibroblasten
o Lipoblasten : cellen vet aanmaken
o Chondroblasten: voorloper kraakbeen cellen
o Osteoblasten: cellen -> botweefsel aanmaak
o Mastcellen: immuunsysteel
o Pericyten: rond bloedvaten
- blast: cel dat actief is
Als bindweefsel gevormd (ECM) -> cellen minder actief -> -cyt
Fibroblasten
o Fucntie : bindweefsel vormen + onderhouden
• Steun voor andere weefsels
• Aanmaak ECM
• Herstel weefstelschade
➔ Fibroblasten -> actief worden -> ECM aanmaken
, o Opbouw:
• Celvorm:
➔ Spoelvormig (centrum cel dikker, uitgerokken naar einde toe)
• Cytologisch meestal celker zichtbaar
Links: fibroblast: cel actief -> stervormig
Rechts:
o Rel groot deel opg door kleur
o RER, mitoch, GA, secretievesikels
o Als ECM gevormd
• Cel minder actief
• celV reduceren
• meer afgeplat
• ipv fibroblast -> fibrocyt
o bijna niet actieve fibroblast met kern, rer -> minder organellen
, collagene vezels
o Zijn acidofiel en kleuren met
• saffraan (geel)
• trichroom van Masson (blauw) -> meest gebruikt
• Von Gieson (rood)
• Siriusrood (rood)
o Functie
• weinig uitrekbaar: verhinderen uitrekking
• vasthechting
• steun
• stevigheid rond matrix cel
collageen
o structuur: opgebouwd uit eiwitten
• tropocollageen(Ø 1.5 nm): 3 ketens <- multimeer
• fibrillen (Ø 20-200 nm) op EM: periodische dwarsstreping
• vezels (Ø 1-20 um)
o voorkomen
• 25% van alle humane proteinen
• Types: (type I 90% meest voorkomens)
I : huid, been, pezen, ligamenten (90% van totaal collagee
II : hyalien kraakbeen
III : netwerk (reticulaire vezels) in de lamina fibroreticularis
IV : lamina densa van basale membraan