3.1
Rekenen opdracht 7: Reken(diagnostisch) gesprek voeren.
Naam: WPB:
, Studentnummer: Coach:
Klas: Stageschool:
Vak code: PBVB19OZO1 Groep:
Opdracht 7: Rekendiagnostisch gesprekken
Rekendiagnostisch gesprek
Met een diagnostisch rekengesprek verdiep je je in de problemen van een leerling op rekengebied. Je
probeert niet alleen de oplossingsmanier en denkwijze van de leerling te achterhalen. Je probeert
ook te achterhalen waar het fout gaat in deze stappen en gaat na of de leerling de juiste inzichten
een voorkennis bezit om de vraag te kunnen beantwoorden. Je krijgt dan zicht in de
(on-)mogelijkheden voor de behandeling van het vastgestelde probleem (Oonk, keijzer, Lit, Barth,
2017).
Doel van een diagnostisch gesprek
Achterhalen hoe een leerling min of meer ernstige RW-problemen denkt en handelt bij
rekenen-wiskunde en wat daarbij fout gaat.
Nagaan of een leerling over de benodigde inzichten en voorkennis beschikt.
Zicht krijgen op de (on)mogelijkheden voor behandeling van het geconstateerde probleem.
Opbouw van het gesprek
Opwarmer
Kernopgaven > hier heeft de leerling moeite mee (Welke strategie wordt gebruikt?)
Bouwsteenopgaven > onderliggende vaardigheden/voorkennis (Welke strategie wordt
gebruikt?)
Analyse van het gesprek
Kwalitatieve analyse = we geven aan hoe de leerling rekent
Kwantitatieve analyse = we geven aan wat de leerling beheerst of niet beheerst aan de hand
van goede en foute antwoorden
Bronnen
Oonk, W., & Keijzer, R. (2017). Rekenen-wiskunde in de praktijk - verschillen in de klas (2e drukeditie,
pp. 98-111). Groningen, Nederland: Noordhoff.