Learning/leren: het proces van kennis verkrijgen door ervaring, wat leidt
tot blijvend gedrag.
We moeten blijven leren, omdat de wereld en omgeving om ons heen
constant verandert.
Gedragsveranderingen kunnen we meten aan een leercurve
Y-as: prestatie
X-as: tijd
Suggereert dat:
1. Leren is geen soepel proces.
Verandert in pace tot het stabiel
is.
2. De vaardigheid ontwikkelt eerst
langzaam, daarna sneller tot het stabiel is.
De ervaringen die leiden tot gedragsverandering hebben een aantal
belangrijke features:
1. Het brein is geen passief opnameapparaat dat informatie opneemt
via zintuigen. We nemen gebeurtenissen niet objectief waar, we
kunnen niet álles exact onthouden.
2. We kunnen gebeurtenissen waar we zelf bij waren vaak herinneren
alsof we een andere actor waren. We kunnen reflecteren, dat is een
waardevolle capabiliteit.
3. Nieuwe gebeurtenissen/ervaring leiden niet altijd tot
gedragsverandering.
We hanteren twee benaderingen tot leren:
1. Behaviourist psychology/gedragspsychologie: stimulus reactie.
2. Cognitive psychology/cognitieve psychologie: informatie
verwerken.
Behaviourist, stimulus- Cognitive, information-
response processing
Bestudeert waarneembaar gedrag. Bestudeert mentale processen
Gedrag is bepaald door een Gedrag is bepaald door geheugen,
geleerde reeks van mentale processen en
spierbewegingen. verwachtingen.
We leren gewoontes. We leren cognitieve structuren.
We lossen problemen op door We lossen problemen op door
vallen en opstaan. inzicht en begrip.
Routine, mechanisch, open voor Rijk, complex, bestudeert door
direct onderzoek. indirecte methoden.
Gedrags- en cognitieve psychologen zijn het eens over dat ervaring,
gedrag beïnvloedt, maar oneens over hoe dat gebeurt. We leren door
,feedback: informatie over de uitkomst van ons gedrag. Kan positief en
negatief zijn, de ‘law of effect’ stelt dat als we positieve feedback krijgen,
dat we ons gedrag herhalen en dat we gedrag vermijden als we negatieve
feedback krijgen.
Growth mindset: mensen met deze mindset geloven dat ze hun
capabiliteit kunnen veranderen. Mensen met een fixed mindset denken dat
niet.
Gedragsbenadering tot leren
- Kijkt naar de relatie tussen zichtbare stimuli en zichtbare reactie.
Tussen stimuli en reactie zit een mechanisme dat ons gedrag leidt.
- We leren door gewoontes; een ketting van spierbewegingen.
- Leren door proberen en fouten
- Direct
- Maakt subtiel onderscheid gerelateerd aan beloning en straf:
Gedrag Feedback Gedragsresult
methode aat
(stimulus)
Positive Gewenst Positieve Gewenst
reinforcement/Positi gedrag stimulus geven gedrag wordt
eve bekrachtiging (deadline (bonus) herhaald
halen)
Negative Gewenst Negatieve Gewenst
reinforcement/Nega gedrag stimulus gedrag wordt
tieve bekrachtiging (deadline wegnemen herhaald
halen) (onbetaalde
overuren worden
betaald)
Punishment/Straffen Ongewenst Negatieve Ongewenst
gedrag stimulus geven gedrag wordt
(deadline (onbetaalde niet herhaald
gemist) overuren
verplichten)
Extinction/Negeren Ongewenst Positieve Ongewenst
gedrag stimulus gedrag wordt
(deadline wegnemen niet herhaald.
gemist) (geen bonus)
Associaties tussen stimuli en reacties ontwikkelen op twee manier
(conditioneren: gedrag koppelen aan een positieve of een negatieve
associatie):
1. Pavlovian conditioning: een techniek voor het associëren van een
bestaande reactie of gedrag met een nieuwe stimulus. Goed gedrag
aan een stimulus koppelen.
Voorbeeld: hond kwijlt (ongeconditioneerde respons, reflex) als hij eten
(ongeconditioneerde stimulus) ziet. Voortaan hoort hij een bel als hij
, eten ziet. Het eten wordt weggehaald en hij hoort alleen de bel. Hij
kwijlt nog steeds omdat hij nu de bel (geconditioneerde stimulus)
associeert met kwijlen (bestaande, geconditioneerde reactie).
Uiteindelijk zal de hond doorhebben dat de bel niet meer betekent dat
hij eten krijgt en zal de associatie tussen de geconditioneerde stimulus
en de geconditioneerde respons uitsterven.
2. Skinnerian conditioning: een techniek voor het associëren van
een reactie of gedrag met zijn consequentie. Ook wel instrumentale
of operante conditionering. Gedrag als instrument om een beloning
te verkrijgen.
Voorbeeld: er zit een rat in een doos waarin een knop zit, als die wordt
ingedrukt krijgt de rat eten. De rat raakt perongeluk door een beweging
de knop waardoor hij eten krijgt. Hij zal dezelfde beweging nu vaker
maken, zodat hij eten krijgt.
- Keek niet naar mentale processen, omdat deze niet te observeren
zijn.
- Skinner ontwikkelde ook de techniek van shaping: de selectieve
bekrachtiging van gekozen gedrag op een manier die een gewenst
gedragspatroon progressief vestigt.
- Bestudeerde ook intermittent reinforcement: een procedure waarbij
een beloning alleen soms wordt gegeven na correcte reactie en niet altijd.
Gedrag kan behouden worden zonder reguliere en consistente
bekrachtiging.
- Schedule reinforcement: het patroon en de frequentie van beloningen,
eventueel op display voor gewenst gedrag.
Schedule Beschrijving Effect op Voorbeeld
reactie
Continu Reinforcement Stelt hoge Loven
na elke correcte prestatie vast,
reactie maar kan leiden
tot verzadiging;
snelle uitsterven
als
reinforcement
wordt
teruggehouden.
Fixed ratio Reinforcement Genereert hoge Bonus op loon
na een vooraf aantallen van
vastgesteld correcte reacties
aantal van
correcte reacties
Variable ratio Reinforcement Kan een hoge Commissie op
na een random respons verkoop
aantal correcte opleveren die
reacties bestand is tegen
uitsterven
, Fixed interval Reinforcement Kan oneven Wekelijkse
van een correcte reactiepatronen betalingen
reactie na een produceren,
vooraf langzaamvolgen
vastgestelde de
periode reinforcements,
krachtige
onmiddellijk
voorafgaande
versterking
Variable interval Reinforcement Kan hoge Prijzen
van een correcte responspercenta
reactie na een ge produceren
random periode die bestand is
tegen uitsterven
Behaviourisme leidde tot ontwikkeling van behaviour modification
techniques: het aanmoedigen van gewenst gedrag en het ontmoedigen
van ongewenst gedrag door operante conditionering.
5 stappen van OBMod (organizational behaviour modifcation) Luthans et.
al.:
1. Identificeer het kritische, waarneembare en meetbare gedrag dat je
wilt aanmoedigen.
2. Meet de huidige frequentie van het gedrag, om zo een nulmeting te
hebben waarmee je kunt vergelijken.
3. Stel triggers of antecedenten voor dat gedrag vast, stel ook
consequenties voor die gedragingen vast.
4. Ontwikkel een strategie om gewenst gedrag te versterken en
ongewenst gedrag af te zwakken door positieve bekrachtiging en
feedback.
5. Evalueer de effectiviteit systematisch, vergeleken met de nulmeting.
OBMod opties:
Procedure Operationalisering Gedragseffect
Positieve bekrachtiging Manager spreekt Bevordert gewenst
lovend tegen gedrag.
werknemer elke keer
dat iets op tijd af is.
Negatieve Onbetaalde overuren Bevordert gewenst
bekrachtiging blijven, totdat het werk gedrag.
op tijd af is.
Straf Manager vraagt Elimineert of
werknemer tot laat te vermindert ongewenst
werken, als het niet op gedrag.
tijd af is.
Negeren Manager negeert Elimineert of
werknemer als het niet vermindert ongewenst
op tijd af is. gedrag.