Deze inleidende leereenheid schetst een eerste beeld van het vakgebied informatica aan de
hand van het concrete voorbeeld van Google. Deze leereenheid vormt géén tentamenstof.
Hoe werkt Google?
● Webcrawlers (spiders)
Bezoeken automatisch webpagina’s. Volgen hyperlinks om nieuwe pagina’s te ontdekken.
● Indexering
De gevonden pagina’s worden geanalyseerd. Alle woorden worden opgeslagen in een
geïnverteerde index (van woorden naar pagina’s).
● Pagerank
Het belang van een pagina wordt bepaald door het aantal en de kwaliteit van links die
ernaar verwijzen. Dit was Google’s revolutionaire idee voor het sorteren op relevantie.
● Zoekopdracht afhandelen
Bij een zoekvraag combineert Google zeer snel resultaten uit de index, sorteert ze op
relevantie, presenteert de resultaten.
Belangrijke uitdagingen voor Google
● Efficiëntie
Omgaan met enorme hoeveelheden data. Verwerken van honderden miljoenen
zoekvragen per dag.
● Maatschappelijke impact
Google heeft macht:
○ Beïnvloedt taal (zoals het werkwoord “googelen”).
○ Beïnvloedt economie (websites willen hoog scoren).
○ Roept vragen op over privacy en manipulatie van zoekresultaten.
Wat is informatica?
Er bestaat geen algemeen geldende definitie. Het spectrum varieert van:
● Formeel-wiskundige visie (bijv. Edsger Dijkstra)
Informatica is een tak van de wiskunde die zich bezighoudt met het beheersen van
complexiteit. Computers zijn slechts hulpmiddelen.
● Mensgerichte visie (bijv. Terry Winograd)
Informatica gaat over interactie. Ontwerpen van communicatie tussen mensen en
computers.
6 typen informatici:
1. Bestuurlijke informaticus: Richt zich op informatiesystemen voor bedrijfsprocessen.
2. Wiskundige (kern)informaticus: Richt zich op de formele, toepassingsonafhankelijke
kern (algoritmen, complexiteit).
3. Technische informaticus: Combineert kennis van een technisch proces met
automatisering.
4. Managende informaticus: Richt zich op de impact van IT op organisaties.
5. Beherende informaticus: Zorgt dat systemen en netwerken operationeel blijven.
6. Gebruikende informaticus: Past IT geavanceerd toe binnen een ander vakgebied.
Een kerninformaticus heeft basiskennis van het toepassingsonafhankelijke hart van het vak.
, Deelgebieden van informatica (hoofddomeinen)
● Computersystemen
○ Digitale systemen (ontwerp computers/onderdelen).
○ Computernetwerken (zoals internet).
○ Besturingssystemen (zoals Windows, Linux).
○ Embedded systems (ingebedde systemen, bijv. in auto’s).
● Softwaresystemen
○ Programmeren & programmeertalen.
○ Algoritmen (oplossingsmethoden, efficiëntie).
○ Software engineering (ontwikkeling grote systemen).
○ Theoretische informatica (berekenbaarheid, complexiteit).
○ Kunstmatige intelligentie.
● Informatiesystemen
○ Ondersteuning processen in de wereld.
○ Databases (gegevensopslag en -beheer).
○ Modelleren (in kaart brengen gegevens en processen).
○ Mens-computerinteractie (gebruikersinterface, ervaring).
Context van informatica
● Informatica en samenleving (economische, juridische, ethische aspecten).
● Informatica en management (impact op organisaties).
● Interdisciplinaire onderwerpen zoals Security en Privacy raken aan alle domeinen.
Ethiek en informatica
Software is alomtegenwoordig en beïnvloedt ons dagelijks leven. Daarom is ethisch handelen
voor informatici cruciaal.
ACM Code of Ethics – richtlijnen
- Contribute to society and human well-being.
- Avoid harm to others.
- Be honest and trustworthy.
- Be fair and take action not to discriminate.
- Honor property rights including copyrights and patents.
- Give proper credit for intellectual property.
- Respect the privacy of others.
- Honor confidentiality.
Voorbeelden van ethische kwesties
● Stiekem verzamelen van gebruikersdata.
● Verkoop van gebruikersdata.
● Gebruik van dark patterns (misleidende ontwerpkeuzes).