economie so markt & overheid H2
MONOPOLIE
qv = go
Een monopolist is alleenheerser op een markt omdat hij de enige aanbieder is.
Daarom kan hij in theorie zelf bepalen welke prijs hij vraagt voor zijn product. MO is
dan niet gelijk aan GO.
Een monopolist kan niet meer voor een product vragen dan dat klanten bereid zijn
te betalen. Doet de monopolist dit wel, kan de monopolist een afname van afzet
verwachten. De betalingsbereidheid van de consument is af te leiden uit de
collectieve vraaglijn. Dat is een vraaglijn van alle consumenten samen. Als deze
vraaglijn bij de monopolist bekend is, dan kan hij vaststellen hoeveel producten hij
bij een bepaalde prijs kan gaan verkopen. Voor een monopolist is de collectieve
vraaglijn een prijsafzetlijn. Want het geeft dus aan hoeveel hoeveel de monopolist
dus verkoopt.
gemiddelde opbrengst = GO
marginale opbrengst = MO
totale opbrengst = TO (qv x p)
totale variabele kosten = TVK
totale constante kosten = TCK
marginale kosten = MO
TO - TK = winst
LIJNEN
vraag: bereken de winst per stuk (GO-GTK)
je hebt de TK lijn: TK = 10Q + 45 = 145
GTK = TK : Q
145: 10 = 14,5
GW = GO - GTK
20 - 14,5
- gemiddelde totale kosten per product = GTK = (TK:Q)
- gemiddelde winst = gem omzet : gem totale kosten
- van omzet naar winst >> TO - TK
Het punt in de grafiek waarbij MO 0 is, kun je in de TO aflezen wat de maximale
omzet is. Want als het extra product geen extra omzet meer maakt.
MO = MK is de maximale winst.
MONOPOLIE
qv = go
Een monopolist is alleenheerser op een markt omdat hij de enige aanbieder is.
Daarom kan hij in theorie zelf bepalen welke prijs hij vraagt voor zijn product. MO is
dan niet gelijk aan GO.
Een monopolist kan niet meer voor een product vragen dan dat klanten bereid zijn
te betalen. Doet de monopolist dit wel, kan de monopolist een afname van afzet
verwachten. De betalingsbereidheid van de consument is af te leiden uit de
collectieve vraaglijn. Dat is een vraaglijn van alle consumenten samen. Als deze
vraaglijn bij de monopolist bekend is, dan kan hij vaststellen hoeveel producten hij
bij een bepaalde prijs kan gaan verkopen. Voor een monopolist is de collectieve
vraaglijn een prijsafzetlijn. Want het geeft dus aan hoeveel hoeveel de monopolist
dus verkoopt.
gemiddelde opbrengst = GO
marginale opbrengst = MO
totale opbrengst = TO (qv x p)
totale variabele kosten = TVK
totale constante kosten = TCK
marginale kosten = MO
TO - TK = winst
LIJNEN
vraag: bereken de winst per stuk (GO-GTK)
je hebt de TK lijn: TK = 10Q + 45 = 145
GTK = TK : Q
145: 10 = 14,5
GW = GO - GTK
20 - 14,5
- gemiddelde totale kosten per product = GTK = (TK:Q)
- gemiddelde winst = gem omzet : gem totale kosten
- van omzet naar winst >> TO - TK
Het punt in de grafiek waarbij MO 0 is, kun je in de TO aflezen wat de maximale
omzet is. Want als het extra product geen extra omzet meer maakt.
MO = MK is de maximale winst.