Hoofdstuk 1
1.1) Je kunt de inhoud van het strafrecht omschrijven.
Strafrecht - > wordt ook wel materieel strafrecht genoemd.
In het strafrecht gaat het over verboden gedragingen. En wie zich hier schuldig aan
maakt is strafbaar.
Voorbeelden van verboden gedragingen in het strafrecht:
Diefstal
Doodslag
Moord
Verkrachting
Aanranding
Vernieling
Belediging
Mishandeling
Als de politie aanwijzingen heeft dat een strafbaar feit gepleegd is, dan stellen zij
onder leiding van een OvJ een onderzoek op, om de waarheid te achterhalen. Alle
belangrijke feiten die worden dan opgenomen in een proces-verbaal.
OvJ = officier van justitie
Proces-verbaal = een officieel schriftelijk verslag van alle belangrijke feite die de
politie tijdens het onderzoek waarneemt.
Zoals:
Het verhoren van de verdachten
Het horen van getuigen
Het horen van slachtoffers
De officier van justitie beoordeelt dit proces-verbaal. De officier van justitie beoordeeld
of de feiten duidelijk zijn en hoe sterk het bewijs is. Aan de hand hiervan beslist de
officier van justitie daarna of de verdachte voor de rechter moet komen.
Vervolgens beslist de rechter of de verdachte schuldig is en is het dan ook de taak van
de rechter om te beslissen of hij een straf krijgt opgelegd.
Voorbeeld casus:
Na een avondje uitgaan krijgen Henk en Bas ruzie over de vriendin van Henk. De ruzie
loopt helemaal uit de hand. Bas noemt de vriendin van Henk een kutwijf en een trut.
Daarop slaat Henk Bas tegen de grond. Door omstanders wordt de politie gebeld. De
politie neemt beide mannen mee naar het politiebureau voor onderzoek.
Op het politiebureau blijkt dat Henk de klappen heeft uitgedeeld in reactie op het
schelden van Bas. Op basis van het proces-verbaal dat wordt opgemaakt van het
verhoren va Henk en Bas, moet de rechter beslissen of Bas zich schuldig heeft
gemaakt aan het strafbaar feit belediging en of Henk kan worden veroordeeld voor
(zware) mishandeling.
Kortom, het strafrecht omschrijft:
De verboden gedragingen
, De bevoegdheden van de politie en justitie
De gang van zaken tijdens de rechtszaak
De straffen en maatregelen die kunnen worden opgelegd
1.2) Je kunt de vier doelen van het strafrecht beschrijven.
De vier strafdoelen:
Vergelding
Preventie
Voorkomen van eigenrichting
Resocialisatie
Vergelding = het opleggen van een straf aan de dader.
Voorbeeld van vergelding:
- Een gevangenisstraf
- Een taakstraf
Vergelding is een soort wraak die door de overheid op de dader wordt genomen. Dit
doen ze omdat het gedrag van de dader de samenleving of een slachtoffer heeft
benadeeld.
Preventie = het voorkomen van iets door vroegtijdig te handelen.
Bij preventie hoopt de overheid dat het opleggen van straffen een dader ervan
weerhoudt om weer hetzelfde te doen. Ze hopen hiermee ook potentiële daders
af te schrikken die hetzelfde doen of willen doen.
Voorkomen van eigenrichting = het opleggen van een straf door de overheid om
zo te voorkomen dat anderen de dader gaan straffen voor zijn daden.
De overheid hoopt door de dader eerlijk te berechten en te bestraffen te
voorkomen dat mensen voor eigen rechter gaan spelen en zelf straffen gaan
uitdelen.
Resocialisatie = het opleggen van een straf met als doel om de dader te helpen om
op een goede wijze weer deel te nemen aan de samenleving.
De overheid wil de verdachte leren en helpen om een goed leven te kunnen
leiden als hij vrijkomt.
Bijvoorbeeld:
Door het helpen met het zoeken naar een woning
Door het helpen met het zoeken naar een baan
Door het helpen met het zoeken naar een nuttige vrijetijdsbesteding.
Hierdoor probeert de overheid ervoor te zorgen dat er minder snel nieuwe strafbare
feiten worden gepleegd.
1.3) Je kunt uitleggen wat het bijzondere is aan het strafrecht.
Bijzonder aan het strafrecht is dat het strafbepalingen bevat.