macro-economie
geaggregeerde gedrag en
prestaties van een economie .
lange termijn gedrag : over een
grote periode - de trend
korte termijn Fluctuaties rondom de trend
: -
conjuctuur
↳
pieken hoogconjuctuur :
dalen : recessies.
het verschil tussen de trend de
en de
conjuctuur is output-gap .
Bruto Binnenlands Product (BBP =
Y)
il totale som van eindproducten en -diensten
geproduceerd in
een specifieke periode in een specifieke regio (besteding)
YECTT 1 GTX -
2
waarde
2) som van
toegevoegde per productiestap
(productiel
3) som van inkomens verdiend met economische activiteit .
y =
C + S + T
jaarlijkse BBP groei : (In 4 + -In4 + , ) -
100 %
((n4T (ny + )
gemiddelde jaarlijkse
-
BBP groei : T -
+ 100 %
reëel BBP :
gebruikt een vast jaar voor de prijzen om alleen
verandering in hoeredheden te laten zien .
=
P Q
nominaal BBP neet ook :
prijsverandering mee in
vergelijking
=>
B- Q +
Platie
als nominal
dan
reeel
pr
meet er sprake van
y sstygnoming in p.
'
is =
naal Bisp
Bsp . -
defy ator elatieve priyzen : reel BBP
deflator-inflatie : Anominaal BBP-Dreid BBP
consumenten index
algemene prijzen
prijs : van een
mandje
-
het
goederen in
basisjaar ten in jaar t.
Bruto Nationaal Inkomen (BNI) :
som van alle inkomens van de
inwoners van een
regio
LBNI =
BBP + inkomens verdiend door inwoners in andere
regio
inkomens buiten de verdiend de
van mensen
regio in
-
regio .
, YCTFTGTX UEGTSATC
- Z
CS - ) TCT- ) . CX - 2 )
, = T
6
-
IS-I) is de private sector als (S-1) o dan is de sector : >
een netto spaarder en als (S-Eso dan is de sector een
netto lener .
-
(T-0) is de overheid : als IT-G > 0 dan spaart de overheid
en als (T-G) o dan leent de overheid .
-
(X-2) is de rest van de Wereld :
als /X-2) >0 dan is het
land netto als (X-2) dan het land
een
exporteur en is een
netto importeur .
economische
groei
3 basis
groeifactoren :
- .
Kapitaal accumulatie (toenamel
z .
bevolkingsgroei
3
technologische ontwikkeling
Y
aggregate productiefunctie F(1 L)
=
:
, λ
=> intensieve vorm : Functie relatief aan de arbeidshoeveelheid
= FE ,
1) geeft y
= f(k)
is output capita
-
y per
-k is Kapitaal per capita
aannames :
-
constante schaalopbrengsten , F(ck, cL) = CFCK, L)
·
afnemende meer
opbrengsten ,
F"(k L) 0 ,
Solow-model :
beschrijft factoren economische
groei
4) Kapitaal accumulatie :
y
mensen sparen Fractie van hun inkomen = S =
SY .
flvil
야 uit T
-
= S + (T-G) +
(2-X) geldt op lange termijn
splk) # =
S => I =
54 en
investering zorgt voor groei .
oud Kapitaal wordt minder waard met
graad 5.
σ
verandering van
Kapitaal :
AK =
SFk) -
Ok
σ
E K
als OK-sf(k) dan is er een
steady state (evenwicht
als Akso (KcKl : de economie groeit snel
als Ak so (K >
V) : de economie groeit langzaam