Samenvatting ASM3 MM0223-252633M - Enabling performance: A human capital and financial perspective
Taak 1
Hoofdstuk 1 – Introductie Accounting & Finance
Doel van Accounting & Finance
Accounting en Finance zijn geen losstaande vakgebieden, maar beide ondersteunen financiële besluitvorming
in organisaties.
● Accounting: Richt zich op het verzamelen, analyseren en communiceren van financiële informatie om
beslissingen te ondersteunen.
● Finance (financieel management): Richt zich op het aantrekken van vermogen en het investeren
daarvan tegen een passend rendement.
Kernidee: Accounting levert informatie, Finance gebruikt die informatie voor investerings- en
financieringsbeslissingen
Gebruikers van accountinginformatie
Gebruikers hebben verschillende belangen en dus ook verschillende informatiebehoeften.
Interne gebruikers: Managers, eigenaren (die ook betrokken zijn bij het management) en werknemers /
ondernemingsraad
Externe gebruikers: Investeerders en geldverstrekkers, leveranciers en klanten, overheid (Belastingdienst,
toezichthouders), maatschappelijke organisaties en concurrenten
Omdat belangen niet parallel lopen, bestaat er geen “one size fits all” informatievoorziening
Belangenconflicten (agency-probleem)
Voorbeelden van conflicten:
● Eigenaar vs. manager: Manager kan eigen belangen (status, macht) laten prevaleren boven
organisatiebelang.
● Eigenaar vs. geldverstrekker: Geldverstrekker loopt risico dat het geld anders wordt gebruikt dan
afgesproken.
Daarom zijn betrouwbare en formele financiële overzichten nodig (balans, winst-en-verliesrekening,
kasstroomoverzicht).
Kwaliteitskenmerken van informatie
Goede accountinginformatie moet aan meerdere eisen voldoen:
1. Relevantie: is fundamenteel kwaliteitskenmerk en beïnvloedt besluitvorming (materialiteit is
onderdeel van de relevantie)
2. Getrouwe weergave: geeft de economische realiteit correct weer
3. Vergelijkbaarheid: tussen organisaties en over tijd
4. Verifieerbaarheid: controleerbaar door een onafhankelijke partij (accountant)
5. Tijdigheid: op tijd beschikbaar
6. Begrijpelijkheid: begrijpelijk voor de gebruiker
Relevantie en getrouwe weergave zijn de fundamentele kenmerken
Kosten-batenafweging van informatie
In theorie verzamel je informatie zolang baten > kosten. In de praktijk is dit lastig omdat:
● Kosten en baten vooraf moeilijk te bepalen zijn
● Niet alles te kwantificeren is (bijv. vertrouwen, reputatie)
Hierdoor blijft informatievoorziening deels een managementafweging.
1
, Samenvatting ASM3 MM0223-252633M - Enabling performance: A human capital and financial perspective
Management accounting vs. Financial accounting
Management accounting Financial accounting
Intern gericht Extern gericht
Voor managers Voor externe stakeholders
Veel detail Gestandaardiseerd
Flexibel Gebonden aan regels
Managers hebben meer invloed op interne rapportages dan op externe rapportages
Eigendomsvormen en rapportage
Het type eigenaarschap beïnvloedt:
● Aansprakelijkheid
● Rapportageverplichtingen
● Mate van toezicht
Voorbeelden:
● Eenmanszaak: weinig rapportage, volledige aansprakelijkheid
● Maatschap: gedeelde aansprakelijkheid
● BV/NV: beperkte aansprakelijkheid, zware rapportage-eisen en accountantscontrole
Risico, rendement en ethiek
● Risico en rendement zijn positief gerelateerd
● Hoe hoger het risico, hoe hoger het vereiste rendement
● Ethisch handelen is cruciaal: onethisch gedrag schaadt vertrouwen en waarde
● Code of ethics is een belangrijk signaal naar stakeholders
Begrippenlijst Hoofdstuk 1
● Accounting: Het systematisch verzamelen, verwerken en rapporteren van financiële informatie ter
ondersteuning van besluitvorming.
● Finance (financieel management): Het aantrekken en investeren van financiële middelen met als doel
waardecreatie.
● Accounting information system: Het geheel van processen waarmee financiële informatie wordt
geïdentificeerd, vastgelegd, geanalyseerd en gerapporteerd.
● Gebruikers van accountinginformatie: Interne en externe belanghebbenden die financiële informatie
gebruiken voor beslissingen.
● Agencyprobleem: Belangentegenstelling tussen eigenaren en managers over het gebruik van
middelen. Relevantie: De mate waarin informatie beslissingen beïnvloedt.
● Materialiteit: Informatie is materieel wanneer het weglaten ervan tot andere beslissingen leidt.
● Getrouwe weergave (faithful representation): Informatie geeft een volledig, neutraal en zo foutloos
mogelijk beeld van de werkelijkheid.
● Vergelijkbaarheid: Mogelijkheid om prestaties over tijd of tussen organisaties te vergelijken.
● Verifieerbaarheid: De mate waarin informatie controleerbaar is door onafhankelijke derden.
● Tijdigheid: Informatie is beschikbaar op het moment dat beslissingen worden genomen.
● Begrijpelijkheid: Informatie is duidelijk en interpreteerbaar voor gebruikers.
● Kosten-batenafweging: De baten van informatie moeten opwegen tegen de kosten van het
verzamelen ervan.
● Management accounting: Interne accounting gericht op besluitvorming en sturing door managers.
2
, Samenvatting ASM3 MM0223-252633M - Enabling performance: A human capital and financial perspective
● Financial accounting: Externe accounting gericht op verantwoording aan aandeelhouders en andere
externe partijen.
● Investment appraisal: Het beoordelen van investeringsprojecten op winstgevendheid en risico.
● Financing decisions: Beslissingen over de wijze waarop activiteiten en investeringen worden
gefinancierd.
● Capital market operations: Het aantrekken van vermogen via kapitaalmarkten zoals banken en
aandelenmarkten.
● Risk–return trade-off: Het principe dat hogere risico’s gepaard gaan met hogere verwachte
rendementen.
● Strategic management: Het bepalen van de langetermijnrichting en doelen van de organisatie.
● Value creation (wealth creation): Het duurzaam vergroten van waarde voor eigenaren op de lange
termijn.
● Stakeholders: Alle groepen die belang hebben bij de organisatie, zoals werknemers, klanten en
samenleving.
● Corporate governance: De manier waarop organisaties worden bestuurd en gecontroleerd.
● Limited liability (beperkte aansprakelijkheid): Eigenaren lopen slechts risico tot het bedrag van hun
investering.
● Ethical behaviour: Het handelen volgens morele normen bij financiële besluitvorming en
verslaggeving.
Hoofdstuk 8 – Het maken van managementbeslissingen
De kern van hoofdstuk 8: Beslissen = afwegen van relevante kosten en baten
Managementbeslissingen worden genomen via cost–benefit analysis: een beslissing is economisch rationeel
wanneer de verwachte baten groter zijn dan de verwachte kosten. Belangrijk:
● Niet alle kosten en baten zijn relevant.
● Alleen verschillen tussen alternatieven tellen.
● Beslissingen zijn marginaal: je kijkt naar wat verandert door de beslissing.
Relevante vs irrelevante kosten
Wat is een relevante kost: Een kost is relevant als zij voldoet aan drie cumulatieve criteria:
1. Gerelateerd aan organisatiedoelstellingen
○ Meestal: waardecreatie / welvaart voor eigenaren.
2. Toekomstgericht
○ Alleen toekomstige effecten zijn beïnvloedbaar.
3. Verschilt tussen alternatieven
○ Alleen verschillen zijn beslissingsrelevant.
Als één criterium ontbreekt → kost is irrelevant.
Drie Soorten Relevante kosten
1. Opportunity costs
De waarde van het beste alternatief dat wordt opgeofferd.
Voorbeeld: Gebruik van een machine voor project A betekent dat project B niet kan worden uitgevoerd.
✔ Geen kasuitgave
✔ Wel economisch offer
✔ Altijd relevant
2. Outlay costs
Directe, extra uitgaven die door de beslissing ontstaan.
3
, Samenvatting ASM3 MM0223-252633M - Enabling performance: A human capital and financial perspective
Bijvoorbeeld: Extra materialen, extra loonbetaling en transportkosten
✔ Toekomstig
✔ Vermijdbaar
✔ Relevant
Drie soorten irrelevante kosten
1. Historic costs / past costs
Kosten die in het verleden zijn gemaakt.
→ Niet beïnvloedbaar
→ Nooit relevant
2. Sunk costs
Onherroepelijke kosten uit het verleden die niet kunnen worden terugverdiend.
Voorbeeld: R&D-kosten voor een product dat misschien niet wordt gelanceerd.
Sunk cost fallacy: De neiging om door te gaan met een slecht project “omdat er al zoveel in zit”.
3. Committed costs
Toekomstige kosten die voortvloeien uit een eerder genomen, onomkeerbare beslissing.
Bijvoorbeeld:
● Langlopend huurcontract
● Leaseverplichtingen
→ Kunnen niet worden vermeden
→ Irrelevant voor nieuwe beslissingen
Relevante arbeid (labour cost)
De relevantie hangt af van de capaciteitssituatie.
Situatie 1: Overcapaciteit
● Werknemers worden toch doorbetaald
● Geen alternatieve inzet
➡ Arbeidskosten niet relevant
➡ Alleen extra uitgaven tellen
Situatie 2: Volledige capaciteit
Extra productie vereist:
● Overuren
● Tijdelijke krachten
● Of personeel weghalen bij andere activiteit
➡ Arbeid wél relevant
Relevante kosten:
● Extra loon (outlay cost)
● Gemiste bijdrage (opportunity cost)
Relevante materialen
Situatie 1: Materialen moeten worden gekocht ➡ Relevante kost = vervangingsprijs
Niet: Historische aanschafprijs
Situatie 2: Materialen zijn op voorraad.
4
Taak 1
Hoofdstuk 1 – Introductie Accounting & Finance
Doel van Accounting & Finance
Accounting en Finance zijn geen losstaande vakgebieden, maar beide ondersteunen financiële besluitvorming
in organisaties.
● Accounting: Richt zich op het verzamelen, analyseren en communiceren van financiële informatie om
beslissingen te ondersteunen.
● Finance (financieel management): Richt zich op het aantrekken van vermogen en het investeren
daarvan tegen een passend rendement.
Kernidee: Accounting levert informatie, Finance gebruikt die informatie voor investerings- en
financieringsbeslissingen
Gebruikers van accountinginformatie
Gebruikers hebben verschillende belangen en dus ook verschillende informatiebehoeften.
Interne gebruikers: Managers, eigenaren (die ook betrokken zijn bij het management) en werknemers /
ondernemingsraad
Externe gebruikers: Investeerders en geldverstrekkers, leveranciers en klanten, overheid (Belastingdienst,
toezichthouders), maatschappelijke organisaties en concurrenten
Omdat belangen niet parallel lopen, bestaat er geen “one size fits all” informatievoorziening
Belangenconflicten (agency-probleem)
Voorbeelden van conflicten:
● Eigenaar vs. manager: Manager kan eigen belangen (status, macht) laten prevaleren boven
organisatiebelang.
● Eigenaar vs. geldverstrekker: Geldverstrekker loopt risico dat het geld anders wordt gebruikt dan
afgesproken.
Daarom zijn betrouwbare en formele financiële overzichten nodig (balans, winst-en-verliesrekening,
kasstroomoverzicht).
Kwaliteitskenmerken van informatie
Goede accountinginformatie moet aan meerdere eisen voldoen:
1. Relevantie: is fundamenteel kwaliteitskenmerk en beïnvloedt besluitvorming (materialiteit is
onderdeel van de relevantie)
2. Getrouwe weergave: geeft de economische realiteit correct weer
3. Vergelijkbaarheid: tussen organisaties en over tijd
4. Verifieerbaarheid: controleerbaar door een onafhankelijke partij (accountant)
5. Tijdigheid: op tijd beschikbaar
6. Begrijpelijkheid: begrijpelijk voor de gebruiker
Relevantie en getrouwe weergave zijn de fundamentele kenmerken
Kosten-batenafweging van informatie
In theorie verzamel je informatie zolang baten > kosten. In de praktijk is dit lastig omdat:
● Kosten en baten vooraf moeilijk te bepalen zijn
● Niet alles te kwantificeren is (bijv. vertrouwen, reputatie)
Hierdoor blijft informatievoorziening deels een managementafweging.
1
, Samenvatting ASM3 MM0223-252633M - Enabling performance: A human capital and financial perspective
Management accounting vs. Financial accounting
Management accounting Financial accounting
Intern gericht Extern gericht
Voor managers Voor externe stakeholders
Veel detail Gestandaardiseerd
Flexibel Gebonden aan regels
Managers hebben meer invloed op interne rapportages dan op externe rapportages
Eigendomsvormen en rapportage
Het type eigenaarschap beïnvloedt:
● Aansprakelijkheid
● Rapportageverplichtingen
● Mate van toezicht
Voorbeelden:
● Eenmanszaak: weinig rapportage, volledige aansprakelijkheid
● Maatschap: gedeelde aansprakelijkheid
● BV/NV: beperkte aansprakelijkheid, zware rapportage-eisen en accountantscontrole
Risico, rendement en ethiek
● Risico en rendement zijn positief gerelateerd
● Hoe hoger het risico, hoe hoger het vereiste rendement
● Ethisch handelen is cruciaal: onethisch gedrag schaadt vertrouwen en waarde
● Code of ethics is een belangrijk signaal naar stakeholders
Begrippenlijst Hoofdstuk 1
● Accounting: Het systematisch verzamelen, verwerken en rapporteren van financiële informatie ter
ondersteuning van besluitvorming.
● Finance (financieel management): Het aantrekken en investeren van financiële middelen met als doel
waardecreatie.
● Accounting information system: Het geheel van processen waarmee financiële informatie wordt
geïdentificeerd, vastgelegd, geanalyseerd en gerapporteerd.
● Gebruikers van accountinginformatie: Interne en externe belanghebbenden die financiële informatie
gebruiken voor beslissingen.
● Agencyprobleem: Belangentegenstelling tussen eigenaren en managers over het gebruik van
middelen. Relevantie: De mate waarin informatie beslissingen beïnvloedt.
● Materialiteit: Informatie is materieel wanneer het weglaten ervan tot andere beslissingen leidt.
● Getrouwe weergave (faithful representation): Informatie geeft een volledig, neutraal en zo foutloos
mogelijk beeld van de werkelijkheid.
● Vergelijkbaarheid: Mogelijkheid om prestaties over tijd of tussen organisaties te vergelijken.
● Verifieerbaarheid: De mate waarin informatie controleerbaar is door onafhankelijke derden.
● Tijdigheid: Informatie is beschikbaar op het moment dat beslissingen worden genomen.
● Begrijpelijkheid: Informatie is duidelijk en interpreteerbaar voor gebruikers.
● Kosten-batenafweging: De baten van informatie moeten opwegen tegen de kosten van het
verzamelen ervan.
● Management accounting: Interne accounting gericht op besluitvorming en sturing door managers.
2
, Samenvatting ASM3 MM0223-252633M - Enabling performance: A human capital and financial perspective
● Financial accounting: Externe accounting gericht op verantwoording aan aandeelhouders en andere
externe partijen.
● Investment appraisal: Het beoordelen van investeringsprojecten op winstgevendheid en risico.
● Financing decisions: Beslissingen over de wijze waarop activiteiten en investeringen worden
gefinancierd.
● Capital market operations: Het aantrekken van vermogen via kapitaalmarkten zoals banken en
aandelenmarkten.
● Risk–return trade-off: Het principe dat hogere risico’s gepaard gaan met hogere verwachte
rendementen.
● Strategic management: Het bepalen van de langetermijnrichting en doelen van de organisatie.
● Value creation (wealth creation): Het duurzaam vergroten van waarde voor eigenaren op de lange
termijn.
● Stakeholders: Alle groepen die belang hebben bij de organisatie, zoals werknemers, klanten en
samenleving.
● Corporate governance: De manier waarop organisaties worden bestuurd en gecontroleerd.
● Limited liability (beperkte aansprakelijkheid): Eigenaren lopen slechts risico tot het bedrag van hun
investering.
● Ethical behaviour: Het handelen volgens morele normen bij financiële besluitvorming en
verslaggeving.
Hoofdstuk 8 – Het maken van managementbeslissingen
De kern van hoofdstuk 8: Beslissen = afwegen van relevante kosten en baten
Managementbeslissingen worden genomen via cost–benefit analysis: een beslissing is economisch rationeel
wanneer de verwachte baten groter zijn dan de verwachte kosten. Belangrijk:
● Niet alle kosten en baten zijn relevant.
● Alleen verschillen tussen alternatieven tellen.
● Beslissingen zijn marginaal: je kijkt naar wat verandert door de beslissing.
Relevante vs irrelevante kosten
Wat is een relevante kost: Een kost is relevant als zij voldoet aan drie cumulatieve criteria:
1. Gerelateerd aan organisatiedoelstellingen
○ Meestal: waardecreatie / welvaart voor eigenaren.
2. Toekomstgericht
○ Alleen toekomstige effecten zijn beïnvloedbaar.
3. Verschilt tussen alternatieven
○ Alleen verschillen zijn beslissingsrelevant.
Als één criterium ontbreekt → kost is irrelevant.
Drie Soorten Relevante kosten
1. Opportunity costs
De waarde van het beste alternatief dat wordt opgeofferd.
Voorbeeld: Gebruik van een machine voor project A betekent dat project B niet kan worden uitgevoerd.
✔ Geen kasuitgave
✔ Wel economisch offer
✔ Altijd relevant
2. Outlay costs
Directe, extra uitgaven die door de beslissing ontstaan.
3
, Samenvatting ASM3 MM0223-252633M - Enabling performance: A human capital and financial perspective
Bijvoorbeeld: Extra materialen, extra loonbetaling en transportkosten
✔ Toekomstig
✔ Vermijdbaar
✔ Relevant
Drie soorten irrelevante kosten
1. Historic costs / past costs
Kosten die in het verleden zijn gemaakt.
→ Niet beïnvloedbaar
→ Nooit relevant
2. Sunk costs
Onherroepelijke kosten uit het verleden die niet kunnen worden terugverdiend.
Voorbeeld: R&D-kosten voor een product dat misschien niet wordt gelanceerd.
Sunk cost fallacy: De neiging om door te gaan met een slecht project “omdat er al zoveel in zit”.
3. Committed costs
Toekomstige kosten die voortvloeien uit een eerder genomen, onomkeerbare beslissing.
Bijvoorbeeld:
● Langlopend huurcontract
● Leaseverplichtingen
→ Kunnen niet worden vermeden
→ Irrelevant voor nieuwe beslissingen
Relevante arbeid (labour cost)
De relevantie hangt af van de capaciteitssituatie.
Situatie 1: Overcapaciteit
● Werknemers worden toch doorbetaald
● Geen alternatieve inzet
➡ Arbeidskosten niet relevant
➡ Alleen extra uitgaven tellen
Situatie 2: Volledige capaciteit
Extra productie vereist:
● Overuren
● Tijdelijke krachten
● Of personeel weghalen bij andere activiteit
➡ Arbeid wél relevant
Relevante kosten:
● Extra loon (outlay cost)
● Gemiste bijdrage (opportunity cost)
Relevante materialen
Situatie 1: Materialen moeten worden gekocht ➡ Relevante kost = vervangingsprijs
Niet: Historische aanschafprijs
Situatie 2: Materialen zijn op voorraad.
4