Hoorcollege aantekeningen
2026
1
,Week 1 3
Hoorcollege 1 3
Ontwikkelingspsychologie benadering van problemen 3
Wat is diagnostiek? 4
Hoorcollege 2 11
VAC 1 Aandachtsproblemen en hyperactiviteit ADH(D) 11
Gedragsstoornis of ontwikkelingsstoornis? 11
VAC 2 Leerproblemen: Dyslexie en Dyscalculie 16
Week 2 19
Hoorcollege 3 19
VAC 3 Taal en Communicatieproblemen 19
VAC 4 Autisme Spectrum 22
Week 3 27
Hoorcollege 4 27
VAC 5: Licht verstandelijke beperking 27
VAC 6: Gedragsproblemen 29
2
, Week 1
Hoorcollege 1
Ontwikkelingspsychologie benadering van problemen
Ontwikkelingspsycho’pathologie’
‘Pathologie’ verwijst naar medisch model, maar 'Abnormaal’ vs ‘Normaal’ is in werkelijkheid
geen harde grens.
• Het is pas problematisch als de persoon er last van heeft.
• Problemen liggen op een dimensie van meer of minder aangepast zijn aan een speci eke
context
• Hangt van leeftijd af wat ‘aangepast’ is! En van (culturele) setting
Dus meer dimensioneel i.p.v. categoraal (=wel/niet)
Het ‘probleem’ ontstaat als een (ongewenste) variant van de ontwikkeling.
• Er is individueel bijvoorbeeld veel variatie in onze ontwikkelingen.
• Ontwikkelingen gaan zelden zonder problemen (bv noodswings vd adolescentie; je kan er last
van hebben, maar het is redelijk gewoon om ze te hebben en hebben ook een functie in de
ontwikkeling).
• Het gaat om ‘te veel, ‘te weinig, ‘te traag, ‘niet leeftijdsadequaat’ (extremen).
• En het is pas een probleem als het negatieve gevolgen voor welzijn, functioneren en
belemmering van verdere ontwikkeling met zich meebrengt.
Ontwikkelingsbenadering
• We moeten de normale ontwikkeling begrijpen om het ontstaan van een probleem te begrijpen,
maar kunnen ook door de problemen te begrijpen een beter begrip ontwikkelen over de normale
ontwikkeling.
• Uit onderzoek is gebleken dat veel kinderen met autisme een verstoring bij ‘theory of mind’
(=je kunnen verplaatsen in een ander), toen pas zijn we gaan kijken naar de normale
ontwikkeling van kinderen. Er zijn ‘vele wegen naar Rome’ gedurende ontwikkeling
• We zien zowel ‘equi nality’ als ‘multi nality’.
Equi nality = verschillende beginpunten (oorzaken) → zelfde uitkomst (diagnose)
• Bv: Marielle komt uit een gebroken gezin en Edith uit een warm gezin.
Marielle kan moeilijk meekomen op school en voelt zich dom en daardoor eenzaam.
Edith wordt gepest en voelt zich een ‘stomme nerd’ en daardoor ook eenzaam.
Eenzaam = de zelfde uitkomst.
→ Door de verschillende oorzaken zijn er ook andere hulpmiddelen nodig. Hulpmiddelen zijn
namelijk vaak gericht op het wegnemen van de risicofactoren, maar deze verschillen per casus.
Multi nality = hetzelfde beginpunt (oorzaak) → verschillende uitkomsten (diagnoses)
• Bv: Beide hebben een ouder verloren.
Kind 1 krijgt depressie + onveilige hechting.
Kind 2 krijgt gedragsproblemen + normoverschrijdend gedrag.
→ Het is altijd nodig om het gehele systeem te begrijpen (dus ook ouder, gezin, leeftijdsgenoten,
buurt, etc). Het gaan namelijk meestal over de combinatie van risicofactoren/oorzaken.
Multifactorele en transactionele modellen
• Het zijn meestal meerdere factoren die ontwikkeling bepalen .
• Kind- en omgevingsfactoren beïnvloeden elkaar.
• Factoren kunnen elkaar versterken en risico verhogen. Maar kunnen ook beschermende
factoren het risico verminderen.
• Bv: kindkenmerken: veerkracht.
3
fifi fi fi fi
, • Omgevingsfactoren: bijv. positieve en steunende relaties
• Vroege interacties kunnen latere beïnvloeden =‘cascade’.
Transactionele ontwikkeling: de continue beïnvloeding van omgevingsfactoren en
eigenschappen van het kind over de tijd heen.
Je ziet hier dat het een constante wisselwerking is; het ene beïnvloed het ander.
Leeftijd/ontwikkeling is belangrijk
• Kinderen veranderen in vaardigheden.
• Deels geleidelijk en continue, deels meer sprongsgewijs (transities).
• Veel problemen ontstaan in transitie periodes.
• Dus wat gaat er daarbij mis en waardoor?
• Jongens en meisjes vertonen verschillen in de ontwikkeling, en dus ook in het ontstaan van
problematiek.
• Jongens meer externaliserende problematiek en vroege (‘neurodevelopmental’)
problemen.
• Meisjes meer internaliserende problematiek en vaker in adolescentie.
• Kenmerken van problemen kunnen leeftijdspeci ek zijn.
• Sommige kenmerken kunnen pas ontstaan op latere leeftijd, bijv. vanwege cognitieve
capaciteit, of ze worden pas problematisch in bepaalde context.
• Of kinderen uiten problematiek anders als ze jong zijn.
Wat is diagnostiek?
Het gaat niet om het vaststellen van een ‘ziekte/stoornis’.
Het gaat wel om:
• Het gaat om het hele proces van intake t/m behandeling.
• Het gaat over preventie door gezonde ontwikkeling te ondersteunen.
• Het stellen van goede vragen.
• Het goed onderbouwen van keuzes en conclusies + de afwegingen daarbij.
Diagnostiek is besliskunde!
4
fi