INLEIDING BEDRIJFSKUNDE
EN MANAGEMENT
Alles is gebaseerd op het boek ‘Management’ met ISBN: 978-90-430-3698-6
H1 | INLEIDING TOT MANAGEMENT EN ORGANISATIE
Het aansturen van een organisatie is in principe vrij simpel, je gaat na wat de doelen
zijn en hoe je die gaat bereiken. Maar in de realiteit is het uitdagend en complex.
De bestaansreden van organisaties (kan zowel profit als non – profit zijn, wij zien vooral
profit) is veel ruimer dan bedrijven (profit). Eerst en vooral zou je denken dat de
bestaansreden maximale winst halen is, echter gaat je kwaliteit dalen, klanten
ontevreden zijn, … als dit je primaire doel is. Op KT zou dit inderdaad een doel kunnen
zijn, misschien wel het hoofddoel. Op LT ga je meer gaan kijken naar de kwaliteit en de
klantentevredenheid.
Je bedrijf moet draaien o.b.v. 3 waarden. De ‘value capture’ gaat je meer vertellen
over hoe je strategie, voordelen gaat opleveren voor je bedrijf. Hierbij zit dus winst, die
winst is essentieel voor een bedrijf. Bij het bedenken van je bestaansreden ga je proberen
inspelen op je stakeholders. De ‘value proposition’ gaat meer zeggen over de
waardevoorstellen voor specifieke stakeholders, waarvoor jij als bedrijf bekend/gekend
bent. De ‘value creation’ gaat naar het geheel kijken. Het geheel van competenties,
processen, technologieën, middelen, … die gehanteerd worden om waarde te genereren.
Als de ‘value creation’ goed is, ga je goed doen bij ‘value capture’ en krijg je meer
winst. Alle 3 de waarden zijn ook nauw verbonden met mekaar.
H1 | 1.1 WIE ZIJN DE MANAGERS?
Een manager is iemand die als leidinggevende met anderen en met behulp van anderen
werkt door hun werkzaamheden te coördineren, met als oogmerk de doelstellingen van
de organisatie te realiseren.
De coördinatie is voor hoe je gaat samenwerken om je doelen te realiseren.
Manier waarop je onderneemt is in het begin soms nieuw (innovatie) of de werkende
manier, maar later kopiëren anderen je strategie of is er een andere manier beter. Je
moet mee zijn met je tijd.
H1 | 1.1.1 ORGANISATIENIVEAUS
Binnen een organisatie hebben we verschillende niveaus tussen de managers, elk met
eigen functies en leidinggevende taken.
Als ‘laagste’ in de organisatieniveau – Pyramide, de fundamenten van een organisatie, is
het uitvoerend personeel. Daarna, 1 stapje hoger, heb je de ‘lagere managers’. Die
geven leiding aan en coördineren het werk van het uitvoerend personeel die de
producten of diensten van de organisatie realiseren. Daarboven heb je de
‘middenmanagers’. Zij sturen en coördineren het werk de lagere managers. Aan de top
van de Pyramide staan de ‘top/hogere managers’. Zij zijn verantwoordelijk voor het
definiëren van doelstellingen en het nemen van beslissingen die van invloed zijn op de
gehele organisatie.
1
,Er is dus duidelijk sprake van hiërarchie binnen organisaties, met
doorgroeimogelijkheden.
H1 | 1.2 WIE IS MANAGEMENT?
Management is het proces van leidinggeven aan, en het coördineren van
werkzaamheden, zodat deze efficiënt en effectief met en door anderen kunnen worden
uitgevoerd.
Efficiënt wil zeggen dat je minder middelen gaat gebruiken dan concurrentie dus je
wordt/bent beter dan je concurrent. ‘De dingen goed doen’. Je kosten drukken,
productiviteit verhogen en dit is een KT-doelstelling.
Effectief wil zeggen dat je dingen moet doen die nog relevant zijn, als de hype voorbij is
dan moet je dat product niet meer produceren. ‘De goede dingen doen’. Je gaat aandacht
hebben voor duurzame groei, organisatieperformantie (= motivatie) verhogen en dit is
een LT – doelstelling.
Als organisatie ga je altijd streven naar maximale efficiëntie en effectiviteit. Dus zo min
mogelijk verlies van bronnen (hoge efficiëntie) en een realisatie van zo veel mogelijk
doelstellingen (hoge effectiviteit). Naast deze 2 factoren ga je ook nog kijken naar hoe
het zit met je WN en het milieu etc.
Resources is je budget dat wordt ingezet in processen
die leiden tot output. Effectiveness leidt tot het behalen
van doelen (target) (dingen verkopen). Je efficiency zorgt
voor minder kosten, meer winst en meer budget voor te
investeren/ in te zetten in processen.
Je moet een zo goed mogelijke balans vinden tussen dit idee. Anders ga je (bv. bij auto’s)
meer reparatiekosten hebben omdat je kwaliteit niet top is en ga je op het einde van de
rit alsnog meer kosten hebben dan je concurrentie.
H1 | 1.3 WAT DOET DE MANAGER?
Een manager heeft 4 taken:
1) Plannen: formuleren van doelstellingen, ontwikkelen van strategieën voor het
realiseren van die doelstellingen
2) Organiseren: vaststellen van taken, wie wat moet doen, hoe taken samen
moeten worden uitgevoerd, wie er verantwoordelijk voor is, …
3) Leidinggeven: aansturen van WN, werkgroepen tijdens het werk motiveren &
ondersteunen, effectiefste communicatiekanalen kiezen en problemen met WN
oplossen
4) Controleren: vaststellen van daadwerkelijke prestaties, vergelijken met
prestatienormen en indien nodig corrigerende stappen nemen
Het leidinggeven en controleren is zichtbaar voor de medewerkers binnen de organisatie.
Het geheel van de 4 taken wordt het managementproces genoemd. Geïntroduceerd
2
,door Fayol, maar die wordt later behandeld. De 4 taken leiden tot realisatie van
doelstellingen van de organisatie
H1 | 1.3.1 10 MANAGEMENTROLLEN VAN MINTZBERG
Mintzberg vroeg aan allemaal managers om een dagboek bij te houden van wat ze
allemaal doen op een dag. Hij maakte daarvan een cirkeldiagram (zie volgende pagina).
De mensen hadden 3 rollen:
De intermenselijke rol: te maken met mensen,
vertegenwoordiging van zaken en symbolische zaken
= Conceptuele vaardigheden (nadenken over
abstracte en ingewikkelde situaties en de LT-visie)
Meest belang op TOPMANAGERS
De beslissingsrol: te maken met het maken van keuzes
= Technische vaardigheden (vakkundige kennis
over bepaalde zaken en kennis van een specifiek
vakgebied (bv. kassamedewerker weet alles over
de kassa en hoe alles werkt))
Meest belang op LAGERE MANAGERS
De informatieve rol: te maken met het ontvangen, verzamelen en verspreiden
van informatie
= Menselijke vaardigheden (vaardigheden om goed te kunnen
samenwerken zowel individueel als in teamverband)
Meest belang voor alle manager niveaus
Managers zorgen ervoor dat de info/middelen van buiten en binnen de organisatie op
elkaar zijn afgestemd en alles perfect loopt. Zowel op G&D niveau als WN-niveau als
technologisch niveau als …
H1 | 1.3.2 OMGAAN MET VERANDERINGEN
Managers moeten altijd mee zijn met hun tijd en kunnen omgaan met
veranderingen. Als een bepaalde strategie in een bepaalde periode werkt, kan het dat
dezelfde strategie een andere periode niet meer werkt. Dan is het belangrijk dat je als
manager de beslissing kunt maken om over te schakelen naar een nieuwe strategie
en niet blijft plakken en proberen met de oude strategie. Enkele voorbeelden:
- Veranderende technologie (digitalisering):
o Gevolg:
Online werk
Flexibelere uren
Flexibelere werkafspraken
Mondigere werknemers
- Toegenomen veiligheidsdreigingen:
o Gevolg:
Risicomanagement
Bezorgdheid bij WN
Meer georganiseerde werkplek
- Toegenomen nadruk op organisatie – en managementethiek:
o Gevolg:
Herwaardering van waarden
Opnieuw opbouwen van vertrouwen
3
, - Toegenomen concurrentie:
o Gevolg:
Innovatie
Efficiëntie stijgt
Je wilt je klantenservice verbeteren
H1 | 1.4 WAT IS EEN ORGANISATIE?
3 basiskenmerken van een organisatie:
1) Een groep van mensen
2) Opgebouwd rondom 1 of meerdere doelen
3) Bewust gecoördineerde eenheid en bevat op deze wijze een doelgerichte structuur
De ideale organisatie is een organisatie die meegaat met z’n tijd en zichzelf telkens
verder ontwikkelt.
Hier is een voorbeeld van aantal vernieuwingen dat wordt gedaan binnen een
organisatie:
H1 | 1.5 WAAROM MANAGEMENT BESTUDEREN/ HET BELANG VAN
MANAGEMENT?
De eerste reden is de universaliteit van
management. Dit is het feit dat
management nodig is in organisaties van elke
type en grootte, op alle niveaus en gebieden.
Je krijgt ook inzicht op de realiteit van het
werk. Waarom je precies een bepaalde actie
doet en vooral de dingen die op de
achtergrond allemaal gebeuren.
Het feit dat je als manager, tijdens het managen, veel en moeilijke beslissingen moeten
maken waarbij er soms veel stress komt bij kijken. Dit alles leidt uiteindelijk tot
chaotische tijden. Dan is de beloning die je achteraf krijgt van het maken van bepaalde
keuzes des te mooier. De uitdaging en de beloning van het management is een derde
reden voor het bestuderen van management.
4
EN MANAGEMENT
Alles is gebaseerd op het boek ‘Management’ met ISBN: 978-90-430-3698-6
H1 | INLEIDING TOT MANAGEMENT EN ORGANISATIE
Het aansturen van een organisatie is in principe vrij simpel, je gaat na wat de doelen
zijn en hoe je die gaat bereiken. Maar in de realiteit is het uitdagend en complex.
De bestaansreden van organisaties (kan zowel profit als non – profit zijn, wij zien vooral
profit) is veel ruimer dan bedrijven (profit). Eerst en vooral zou je denken dat de
bestaansreden maximale winst halen is, echter gaat je kwaliteit dalen, klanten
ontevreden zijn, … als dit je primaire doel is. Op KT zou dit inderdaad een doel kunnen
zijn, misschien wel het hoofddoel. Op LT ga je meer gaan kijken naar de kwaliteit en de
klantentevredenheid.
Je bedrijf moet draaien o.b.v. 3 waarden. De ‘value capture’ gaat je meer vertellen
over hoe je strategie, voordelen gaat opleveren voor je bedrijf. Hierbij zit dus winst, die
winst is essentieel voor een bedrijf. Bij het bedenken van je bestaansreden ga je proberen
inspelen op je stakeholders. De ‘value proposition’ gaat meer zeggen over de
waardevoorstellen voor specifieke stakeholders, waarvoor jij als bedrijf bekend/gekend
bent. De ‘value creation’ gaat naar het geheel kijken. Het geheel van competenties,
processen, technologieën, middelen, … die gehanteerd worden om waarde te genereren.
Als de ‘value creation’ goed is, ga je goed doen bij ‘value capture’ en krijg je meer
winst. Alle 3 de waarden zijn ook nauw verbonden met mekaar.
H1 | 1.1 WIE ZIJN DE MANAGERS?
Een manager is iemand die als leidinggevende met anderen en met behulp van anderen
werkt door hun werkzaamheden te coördineren, met als oogmerk de doelstellingen van
de organisatie te realiseren.
De coördinatie is voor hoe je gaat samenwerken om je doelen te realiseren.
Manier waarop je onderneemt is in het begin soms nieuw (innovatie) of de werkende
manier, maar later kopiëren anderen je strategie of is er een andere manier beter. Je
moet mee zijn met je tijd.
H1 | 1.1.1 ORGANISATIENIVEAUS
Binnen een organisatie hebben we verschillende niveaus tussen de managers, elk met
eigen functies en leidinggevende taken.
Als ‘laagste’ in de organisatieniveau – Pyramide, de fundamenten van een organisatie, is
het uitvoerend personeel. Daarna, 1 stapje hoger, heb je de ‘lagere managers’. Die
geven leiding aan en coördineren het werk van het uitvoerend personeel die de
producten of diensten van de organisatie realiseren. Daarboven heb je de
‘middenmanagers’. Zij sturen en coördineren het werk de lagere managers. Aan de top
van de Pyramide staan de ‘top/hogere managers’. Zij zijn verantwoordelijk voor het
definiëren van doelstellingen en het nemen van beslissingen die van invloed zijn op de
gehele organisatie.
1
,Er is dus duidelijk sprake van hiërarchie binnen organisaties, met
doorgroeimogelijkheden.
H1 | 1.2 WIE IS MANAGEMENT?
Management is het proces van leidinggeven aan, en het coördineren van
werkzaamheden, zodat deze efficiënt en effectief met en door anderen kunnen worden
uitgevoerd.
Efficiënt wil zeggen dat je minder middelen gaat gebruiken dan concurrentie dus je
wordt/bent beter dan je concurrent. ‘De dingen goed doen’. Je kosten drukken,
productiviteit verhogen en dit is een KT-doelstelling.
Effectief wil zeggen dat je dingen moet doen die nog relevant zijn, als de hype voorbij is
dan moet je dat product niet meer produceren. ‘De goede dingen doen’. Je gaat aandacht
hebben voor duurzame groei, organisatieperformantie (= motivatie) verhogen en dit is
een LT – doelstelling.
Als organisatie ga je altijd streven naar maximale efficiëntie en effectiviteit. Dus zo min
mogelijk verlies van bronnen (hoge efficiëntie) en een realisatie van zo veel mogelijk
doelstellingen (hoge effectiviteit). Naast deze 2 factoren ga je ook nog kijken naar hoe
het zit met je WN en het milieu etc.
Resources is je budget dat wordt ingezet in processen
die leiden tot output. Effectiveness leidt tot het behalen
van doelen (target) (dingen verkopen). Je efficiency zorgt
voor minder kosten, meer winst en meer budget voor te
investeren/ in te zetten in processen.
Je moet een zo goed mogelijke balans vinden tussen dit idee. Anders ga je (bv. bij auto’s)
meer reparatiekosten hebben omdat je kwaliteit niet top is en ga je op het einde van de
rit alsnog meer kosten hebben dan je concurrentie.
H1 | 1.3 WAT DOET DE MANAGER?
Een manager heeft 4 taken:
1) Plannen: formuleren van doelstellingen, ontwikkelen van strategieën voor het
realiseren van die doelstellingen
2) Organiseren: vaststellen van taken, wie wat moet doen, hoe taken samen
moeten worden uitgevoerd, wie er verantwoordelijk voor is, …
3) Leidinggeven: aansturen van WN, werkgroepen tijdens het werk motiveren &
ondersteunen, effectiefste communicatiekanalen kiezen en problemen met WN
oplossen
4) Controleren: vaststellen van daadwerkelijke prestaties, vergelijken met
prestatienormen en indien nodig corrigerende stappen nemen
Het leidinggeven en controleren is zichtbaar voor de medewerkers binnen de organisatie.
Het geheel van de 4 taken wordt het managementproces genoemd. Geïntroduceerd
2
,door Fayol, maar die wordt later behandeld. De 4 taken leiden tot realisatie van
doelstellingen van de organisatie
H1 | 1.3.1 10 MANAGEMENTROLLEN VAN MINTZBERG
Mintzberg vroeg aan allemaal managers om een dagboek bij te houden van wat ze
allemaal doen op een dag. Hij maakte daarvan een cirkeldiagram (zie volgende pagina).
De mensen hadden 3 rollen:
De intermenselijke rol: te maken met mensen,
vertegenwoordiging van zaken en symbolische zaken
= Conceptuele vaardigheden (nadenken over
abstracte en ingewikkelde situaties en de LT-visie)
Meest belang op TOPMANAGERS
De beslissingsrol: te maken met het maken van keuzes
= Technische vaardigheden (vakkundige kennis
over bepaalde zaken en kennis van een specifiek
vakgebied (bv. kassamedewerker weet alles over
de kassa en hoe alles werkt))
Meest belang op LAGERE MANAGERS
De informatieve rol: te maken met het ontvangen, verzamelen en verspreiden
van informatie
= Menselijke vaardigheden (vaardigheden om goed te kunnen
samenwerken zowel individueel als in teamverband)
Meest belang voor alle manager niveaus
Managers zorgen ervoor dat de info/middelen van buiten en binnen de organisatie op
elkaar zijn afgestemd en alles perfect loopt. Zowel op G&D niveau als WN-niveau als
technologisch niveau als …
H1 | 1.3.2 OMGAAN MET VERANDERINGEN
Managers moeten altijd mee zijn met hun tijd en kunnen omgaan met
veranderingen. Als een bepaalde strategie in een bepaalde periode werkt, kan het dat
dezelfde strategie een andere periode niet meer werkt. Dan is het belangrijk dat je als
manager de beslissing kunt maken om over te schakelen naar een nieuwe strategie
en niet blijft plakken en proberen met de oude strategie. Enkele voorbeelden:
- Veranderende technologie (digitalisering):
o Gevolg:
Online werk
Flexibelere uren
Flexibelere werkafspraken
Mondigere werknemers
- Toegenomen veiligheidsdreigingen:
o Gevolg:
Risicomanagement
Bezorgdheid bij WN
Meer georganiseerde werkplek
- Toegenomen nadruk op organisatie – en managementethiek:
o Gevolg:
Herwaardering van waarden
Opnieuw opbouwen van vertrouwen
3
, - Toegenomen concurrentie:
o Gevolg:
Innovatie
Efficiëntie stijgt
Je wilt je klantenservice verbeteren
H1 | 1.4 WAT IS EEN ORGANISATIE?
3 basiskenmerken van een organisatie:
1) Een groep van mensen
2) Opgebouwd rondom 1 of meerdere doelen
3) Bewust gecoördineerde eenheid en bevat op deze wijze een doelgerichte structuur
De ideale organisatie is een organisatie die meegaat met z’n tijd en zichzelf telkens
verder ontwikkelt.
Hier is een voorbeeld van aantal vernieuwingen dat wordt gedaan binnen een
organisatie:
H1 | 1.5 WAAROM MANAGEMENT BESTUDEREN/ HET BELANG VAN
MANAGEMENT?
De eerste reden is de universaliteit van
management. Dit is het feit dat
management nodig is in organisaties van elke
type en grootte, op alle niveaus en gebieden.
Je krijgt ook inzicht op de realiteit van het
werk. Waarom je precies een bepaalde actie
doet en vooral de dingen die op de
achtergrond allemaal gebeuren.
Het feit dat je als manager, tijdens het managen, veel en moeilijke beslissingen moeten
maken waarbij er soms veel stress komt bij kijken. Dit alles leidt uiteindelijk tot
chaotische tijden. Dan is de beloning die je achteraf krijgt van het maken van bepaalde
keuzes des te mooier. De uitdaging en de beloning van het management is een derde
reden voor het bestuderen van management.
4