Hoorcollege 1 Seksualiteit en Samenleving
Safe spaces zijn ontstaan in de LGBTQ en vrouwenbeweging. Letterlijke
ruimte om veilig te zijn, vrij te zijn van vooroordelen, conflicten en kritiek.
Cohabitatie (Butler, 2012) dit gaat over hoe je ethische en politieke
verantwoordelijkheid om te ‘bestaan met’ anderen, ook met wie we
conflict hebben. Je hebt te maken met mensen waar je het bijvoorbeeld
helemaal niet mee eens bent, dit is onvermijdelijk.
Positionaliteit = waar komt iemand vandaan, wat is zijn/ haar positie.
Blinde plekken van iemand.
Twee belangrijke theorieen:
1. Standpunttheorie = Wie ben ik, welke dingen neem ik allemaal mee
in mijn denken.
2. Contexttheorie = Wat is mijn sociale, culturele en politieke relatie tot
een ander. Dit is sterk gerelateerd aan iemand sociale identiteit,
standpunt en culturele praktijken.
Intersectionaliteit = De interactie tussen verschillende factoren (gender,
etniciteit, etc.), zegt iets over dagelijkse ervaringen die we meemaken
(bijvoorbeeld, discriminatie). Analytische lens die helpt begrijpen dat
sociale categorieën of dimensies elkaar voortdurend beïnvloeden en niet
los van elkaar kunnen worden gezien
Belangrijke theorieen die je tegenkomt op seks(ualiteit):
Essentialisme
De opvatting dat dingen (identiteit, eigenschappen, categorieën) een
inwendige essentie of natuurlijk aard hebben die onafhankelijk is van
interpretatie of context.
- Ontologie: de werkelijkheid is objectief en onafhankelijk van
menselijke interpretatie.
- Epistemologie: kennis wordt verkregen door empirische observatie
en wetenschappelijk bewijs.
In de seksualiteit betekent dit dat ze denken dat mannen en vrouwen
fundamenteel verschillend zijn, dit zou komen door hun prenatale
processen (Seksedifferentiatiemodel).
Sociaal-constructionisme
De werkelijkheid is niet los of vast, maar wordt toegekend door de
persoon. Kennis en realiteit worden gevormd door sociale interacties, taal,
discours, en culturele en maatschappelijke contexten.
- Ontologie: de werkelijkheid is niet objectief en vast, maar sociaal
geconstrueerd en afhankelijk van de betekenis die wij zelf eraan
toekennen.
- Epistemologie: kennis wordt niet objectief ontdekt, maar is relatief
en afhankelijk van perspectieven.
, In de seksualiteit betekent dit dat maatschappelijke regulering en sociale
interacties bepalen wat de norm, betekenis is van seksualiteit.
Biopsychosociale benadering
Menselijk gedrag wordt gevorm door biologische, psychologische en
sociale processen.
(Gupta, 2024) Hoe kunnen we seks definiëren?
- Op basis van gedrag. Heeft een aseksueel persoon die aan BDSM
doet, wel seks?
- Op basis van bepaalde delen van het lichaam. Is het inbrengen van
een vinger in de vagina seks?
- Op basis van doelen: plezier, orgasme, voortplanting. En sekswerk
dan, is dat geen seks?
- Op basis van bewuste intentie. Is sprake van seks als de ene
persoon het zo ziet, maar de ander niet? What about cyber seks met
een robot, heeft de robot dan seks?
Coitale imperatief. PIV-seks = penetratie seks. Dit is heteronormatief, het
sluit mensen buiten.
Geslachtelijke ontwikkeling
Bevruchting: chromosomaal geslacht (meestal XX, XY)
0-6 weken: ongedifferentieerde gonaden identieke uitwendige
geslachtsdelen.
Vanaf 7 weken: SRY-gen op Y-chromosoom activeert de vorming van
de testes → hormonen testosteron en AMH.
Bij XY: Die hormonen stimuleren de groei van Wolfsse buizen (penis
krijgen) en afbraak van Mullerse buizen (vagina krijgen).
Week 9-12: het genitale tuberculum ontwikkelt zich tot penis oiv
testosteron, zonder testosteron wordt dit de clitoris.
Seksuele respons cyclus.
Lineair model van Masters &
Johnson.
Er is een nieuw model bedacht.
Dit is een circulair model van
Basson.
Safe spaces zijn ontstaan in de LGBTQ en vrouwenbeweging. Letterlijke
ruimte om veilig te zijn, vrij te zijn van vooroordelen, conflicten en kritiek.
Cohabitatie (Butler, 2012) dit gaat over hoe je ethische en politieke
verantwoordelijkheid om te ‘bestaan met’ anderen, ook met wie we
conflict hebben. Je hebt te maken met mensen waar je het bijvoorbeeld
helemaal niet mee eens bent, dit is onvermijdelijk.
Positionaliteit = waar komt iemand vandaan, wat is zijn/ haar positie.
Blinde plekken van iemand.
Twee belangrijke theorieen:
1. Standpunttheorie = Wie ben ik, welke dingen neem ik allemaal mee
in mijn denken.
2. Contexttheorie = Wat is mijn sociale, culturele en politieke relatie tot
een ander. Dit is sterk gerelateerd aan iemand sociale identiteit,
standpunt en culturele praktijken.
Intersectionaliteit = De interactie tussen verschillende factoren (gender,
etniciteit, etc.), zegt iets over dagelijkse ervaringen die we meemaken
(bijvoorbeeld, discriminatie). Analytische lens die helpt begrijpen dat
sociale categorieën of dimensies elkaar voortdurend beïnvloeden en niet
los van elkaar kunnen worden gezien
Belangrijke theorieen die je tegenkomt op seks(ualiteit):
Essentialisme
De opvatting dat dingen (identiteit, eigenschappen, categorieën) een
inwendige essentie of natuurlijk aard hebben die onafhankelijk is van
interpretatie of context.
- Ontologie: de werkelijkheid is objectief en onafhankelijk van
menselijke interpretatie.
- Epistemologie: kennis wordt verkregen door empirische observatie
en wetenschappelijk bewijs.
In de seksualiteit betekent dit dat ze denken dat mannen en vrouwen
fundamenteel verschillend zijn, dit zou komen door hun prenatale
processen (Seksedifferentiatiemodel).
Sociaal-constructionisme
De werkelijkheid is niet los of vast, maar wordt toegekend door de
persoon. Kennis en realiteit worden gevormd door sociale interacties, taal,
discours, en culturele en maatschappelijke contexten.
- Ontologie: de werkelijkheid is niet objectief en vast, maar sociaal
geconstrueerd en afhankelijk van de betekenis die wij zelf eraan
toekennen.
- Epistemologie: kennis wordt niet objectief ontdekt, maar is relatief
en afhankelijk van perspectieven.
, In de seksualiteit betekent dit dat maatschappelijke regulering en sociale
interacties bepalen wat de norm, betekenis is van seksualiteit.
Biopsychosociale benadering
Menselijk gedrag wordt gevorm door biologische, psychologische en
sociale processen.
(Gupta, 2024) Hoe kunnen we seks definiëren?
- Op basis van gedrag. Heeft een aseksueel persoon die aan BDSM
doet, wel seks?
- Op basis van bepaalde delen van het lichaam. Is het inbrengen van
een vinger in de vagina seks?
- Op basis van doelen: plezier, orgasme, voortplanting. En sekswerk
dan, is dat geen seks?
- Op basis van bewuste intentie. Is sprake van seks als de ene
persoon het zo ziet, maar de ander niet? What about cyber seks met
een robot, heeft de robot dan seks?
Coitale imperatief. PIV-seks = penetratie seks. Dit is heteronormatief, het
sluit mensen buiten.
Geslachtelijke ontwikkeling
Bevruchting: chromosomaal geslacht (meestal XX, XY)
0-6 weken: ongedifferentieerde gonaden identieke uitwendige
geslachtsdelen.
Vanaf 7 weken: SRY-gen op Y-chromosoom activeert de vorming van
de testes → hormonen testosteron en AMH.
Bij XY: Die hormonen stimuleren de groei van Wolfsse buizen (penis
krijgen) en afbraak van Mullerse buizen (vagina krijgen).
Week 9-12: het genitale tuberculum ontwikkelt zich tot penis oiv
testosteron, zonder testosteron wordt dit de clitoris.
Seksuele respons cyclus.
Lineair model van Masters &
Johnson.
Er is een nieuw model bedacht.
Dit is een circulair model van
Basson.